Taalkunde 2 GNGT 1 Bijeenkomst 6: Morfologie III
Aantekeningen bij weblecture via HUbl en de PowerPoint van de les.
Morfologie III: classifers
Frozen en productief lexicon
Frozen lexicon = gebaren met een vaste basisvorm
o Vaste vorm (wel morfologie: vervoegingen)
o Pl-hv-or-bew geen betekenis → fonemen
Producteve lexicon = gebaren die je createf zelf maakt (classifergebaren)
o Geen vaste vorm
o Productef roces
o Pl-hv-or-bew wel betekenis → morfemen
Classifiers in gesproken talen
In het Nederlands kennen wij dit niet, maar in andere talen bestaat dit wel.
Zo zijn er in één taal verschillende manieren om te zeggen dat er geld o straat ligt:
Geld liggen-rond o straat
Geld liggen-plat o straat
Een euro liggen-rond o straat
Een bankbiljet liggen-plat o straat
Kenmerken classifers gesproken talen
Het zijn woorddelen – ziten vast aan een woord - het zijn dus gebonden morfemen
Ze ziten altjd aan hetzelfde soort woord vast (bv ww)
Ze verwijzen naar een zelfstandig naamwoord in de zin
Ze classifceren zelfstandig naamwoorden o basis van vormkenmerken. Ze classifceren niet
heel s ecifek, maar globaal. Het gaat bij classifers dus om classifceren, niet om s ecifceren
Een taal met classifers heef altjd een be erkt aantal classifers
Voorbeelden
o Àma gà-nèèh-néé’a (Cherokee)
water 3.EV.S/3.EV.O-cl (vloeibaar)-geven
Zij geef hem water.’
o Àhnàwo gà-nvv-nèè’a (Cherokee)
hemd 3.EV.S/3.EV.O-cl(elastsch)-geven
“Zij geef hem een hemd’
Classifiers in NGT
Classifer = “Een betekenisdragende handvorm (morfeem) die voorkomt in werkwoorden van locate,
beweging, en existentee.
Classifer zit dus IN het werkwoord.
Aantekeningen bij weblecture via HUbl en de PowerPoint van de les.
Morfologie III: classifers
Frozen en productief lexicon
Frozen lexicon = gebaren met een vaste basisvorm
o Vaste vorm (wel morfologie: vervoegingen)
o Pl-hv-or-bew geen betekenis → fonemen
Producteve lexicon = gebaren die je createf zelf maakt (classifergebaren)
o Geen vaste vorm
o Productef roces
o Pl-hv-or-bew wel betekenis → morfemen
Classifiers in gesproken talen
In het Nederlands kennen wij dit niet, maar in andere talen bestaat dit wel.
Zo zijn er in één taal verschillende manieren om te zeggen dat er geld o straat ligt:
Geld liggen-rond o straat
Geld liggen-plat o straat
Een euro liggen-rond o straat
Een bankbiljet liggen-plat o straat
Kenmerken classifers gesproken talen
Het zijn woorddelen – ziten vast aan een woord - het zijn dus gebonden morfemen
Ze ziten altjd aan hetzelfde soort woord vast (bv ww)
Ze verwijzen naar een zelfstandig naamwoord in de zin
Ze classifceren zelfstandig naamwoorden o basis van vormkenmerken. Ze classifceren niet
heel s ecifek, maar globaal. Het gaat bij classifers dus om classifceren, niet om s ecifceren
Een taal met classifers heef altjd een be erkt aantal classifers
Voorbeelden
o Àma gà-nèèh-néé’a (Cherokee)
water 3.EV.S/3.EV.O-cl (vloeibaar)-geven
Zij geef hem water.’
o Àhnàwo gà-nvv-nèè’a (Cherokee)
hemd 3.EV.S/3.EV.O-cl(elastsch)-geven
“Zij geef hem een hemd’
Classifiers in NGT
Classifer = “Een betekenisdragende handvorm (morfeem) die voorkomt in werkwoorden van locate,
beweging, en existentee.
Classifer zit dus IN het werkwoord.