Inhoud van deze samenvatting:
H1
H2
H3
H6
Hoofdstuk 1 Effectief leren in de les, kenmerken en principes
*leren *effectief leren *zichtbaarheid *leeractivieteiten *betekenis geven *aanspreekbaarheid *leren
sturen
1.1 Sleutelbegrippen
Leren – Het voortdurende proces van het zoeken naar en construeren van analogieën tussen de
nieuwe informatie of ervaring en reeds aanwezige kennis en het voortdurend ordenen en
herordenen daarvan in voor ons betekenisvolle categorieën.
Zes sleutelbegrippen
1. Heldere structuur in de opbouw
2. Juiste niveau
3. Betekenis geven – waarom deze stof op dit moment? motivatie
a. Functie/het doel van de kennis
b. Belangrijkste kenmerken van de kennis
c. Voorbeelden van de kennis
d. Argumenten om de kennis te verkrijgen
4. Individuele aanspreekbaarheid vd leerling – zorgen dat iedere ll zich aangesproken voelt
zorgt voor een actievere houding vd ll
5. Zichtbaarheid van leren/denken – voortgang vd ll zichtbaar/meetbaar maken
6. Aandacht voor nieuwsgierigheid en motivatie (intrinsieke/extrinsieke). Zes factoren:
a. Betekenis geven (intrinsiek)
b. Interesse in de leerling en veiligheid (intrinsiek)
c. Positieve benadering (intrinsiek)
d. Succesbeleving (extrinsiek)
e. Individuele aanspreekbaarheid (extrinsiek)
f. Feedback, kennis van de resultaten (extrinsiek)
1.2 Leren en leeractiviteiten
3 vormen van leren (+leeractiviteiten) – zie figuur 1.19, blz. 29.
1. Wendbaar, flexibel gebruik: creatief toepassen
Pagina 1 van 5
, 2. Beklijving, verankeren: integreren
3. Beheersing en inzicht: onthouden en begrijpen
1.3 Vaardigheden en competenties eigen maken versus kennis
1.3.1 Vaardigheden
1. Cognitieve
2. Motorische
3. Affectieve
4. Sociale
5. Metacognitieve
Declaratieve kennis = feitelijkheden, dat wat je weten moet
Procedurele kennis = het beheersen van denk- of handelingsstappen die leiden tot de vaardigheid.
Vaardigheid combinatie van weten en kunnen (combi declaratief en procedureel)
Aanleren van vaardigheden: voordoen – eigen maken – automatiseren
1.4 Leren sturen
Docentgestuurd leren = alles wat de leerling binnen en buiten het lokaal doet om zich de leerstof
eigen te maken, vindt plaats onder strenge regie van de docent.
Sturing delen met leerlingen = docent neemt beslissingen in samenspraak met leerlingen
Hoofdstuk 2 Directe instructie, een betrouwbaar basismodel
2.1 Effectief leren en directe instructie
Niet alleen maar informatie verstrekken, geen eenrichtingsverkeer. Wel: ll helpen met nieuwe
informatie en basisvaardigheden, deze uitbreiden en verfijnen. Regie ligt bij de docent. Controleren
of de stof daadwerkelijk is opgenomen. Alle leerlingen. Zes kenmerken
1. Belangstelling wekken, doelen en richtlijnen geven
2. Stof presenteren en voordoen
3. Nauwgezette, gestructureerde oefening + begeleiding
4. Directe, heldere feedback
5. Zelfstandige oefening
6. Afronding
Figuur 2.4 blz 49.
2.2 Fasen in de les
1. Aandacht richten op de doelen van de les en aansluiten bij voorkennis
2. Nieuwe informatie op effectieve wijze aanbieden of voordoen
Pagina 2 van 5