1. Welke zeven beroepsrollen zijn er voor sjd’ers?
2. 3 verschillende uitdagingen sjd’er
Hoofdstuk 1.2
1. Samenleving
2. Maatschappij
3. Cultuurkenmerken
4. Tweedelige socialisatie
5. Waarden en normen
6. Drie verschillende visies voor het kijken naar culturrverschillen
7. Zes cultuurverschillen Geert Hofstede
8. Drie belangrijke verschillen Edward Hall
9. Superdiversiteit
10.Structuurkenmerk
11.Groepering en 3 soorten groeperingen
12.3 typen posities binnen groepering
13.Interdependentie
14.Vier typen bindingen
15.Twee soorten rolconficten
16.Vier typen machtsbronnen
17.Sociale stratificatie
18.Veelgebruikte indelingen beroepenprestigeladder
19.Twee soorten sociale mobiliteit
1
, Hoofdstuk 1.1
1. Belangenbehartiger, wetsuitvoerder, wetsuitvoerder in een gedwongen
kader, toetser, handhaver, bemiddelaar, outreachend werk
2. Burgers die te veel gebruik maken van de verzorgingsstaat, burger die te
weinig gebruik maken van de verzorgingsstaat en de discretionaire ruimte
van de wet
Hoofdstuk 1.2
1. Groepering mensen die samen leven
2. Groepering mensen die samen leven, handelen en instituten vormen
(eventueel zonder dat men elkaar kent)
3. Het geheel aan waarden, normen, attitudes en algemeen aanvaard gedrag
at iedereen in de samenleving leert en doorgeeft.
4. Primaire socialisatie (kind leert van zijn ouders hoe de wereld werkt)
secundaire socialisatie (wat hoort wel en niet in )
5. Waardenfundamentele ideeën over wat belangrijk is, normenconcrete
gedragsregels die bij de waarden horen
6. Cultuur relativistische visieelke groepering heeft eigen normen en
waarden, universalismesommigen waarden en normen gelden voor
iedereen, pluralismemen is onderdeel van verschillende groeperingen
7. Machtsafstand, individualisme of collectivisme, masculien of feminien,
onzekerheidsvermijding, termijnoriëntatie, hedonisme of soberheid
8. Hoge of lage context (is er bij het communiceren veel informatie/context
nodig) monochroon of polychroon (kan tijd gepland worden of is het heel
vrij) relatie tot fysieke ruimte (hoe gebruikelijk is het om in iemand
comfortzone te komen)
9. Veel verschillende culturen
10.Verschillende posities wat betreft de groeperingen en verhoudingen
11.Verzameling mensen die samen iets heeft. (1)groepengroep die elkaar
kent en overeenkomstige belangen (2)collectiviteitleden kennen elkaar
niet (altijd) maar hebben wel hetzelfde doel (3)sociale categoriealleen
hetzelfde kenmerk
12.Tijdelijk/levenslang, verworven/toegewezen, hoge status/lage status
13.Afhankelijkheid van elkaar
14.Economisch, politiek, afectief, cognitief
15.Internverschillende verwachtingen binnen één posities.
Externverschillende posities, daardoor verschillende verwachtingen
16.Economisch, politiek, afectief, cognities
17.Samenleving is opgebouwd in lagen en daar zitten
ongelijkheidsverhoudingen tussen
18.(1)bovenlaagtopbestuurder van grote bedrijven en kapitaalbezitters
(2)ondernemersklassemiddelgrote ondernemingen en zzp’ers
(3)professionele middenklassehoogopgeleide werknemers
(4)werknemersklassembo’ers en werknemers met een lager geschoolde
baan (5)onderklasseonderlaag van de bevolking
19.Verticale mobiliteit (omhoog of omlaag naar een andere klasse)
horizontale mobiliteit (binnen een bepaalde klasse van baan wisselen)
2