Biologie samenvatting Thema 2 en Thema 2 Part 2
§2.5 Voedselbederf
Voedselvergiftiging:
Voedselvergiftiging = een afweerreactie die ontstaat door het eten van voedsel dat is besmet
met giftige stoffen
- Worden geproduceerd door bacteriën of schimmels, zien of ruiken
Salmonellabacteriën = is een bacterie die veel voorkomt in dieren, vooral kippen en varkens
- Rauwe dierlijke producten, zoals vlees, vis, eieren en op rauwe groente en fruit
- Bacteriën kunnen zich snel vermenigvuldigen, vooral bij temp tussen 20 en 30 graden
gevolg voedsel eten met salmonellabacteriën = buikpijn, diarree en koorts
aantasten dunne darm, ontsteking, ontstaan binnen 12-36 uur
Voedsel conserveren
Voedsel behandelen zodat het niet bederft
Door conserveren worden de omstandigheden voor bacteriën en schimmels ongunstig gemaakt, gaan
dan dood. Conserveren kan onder andere invriezen, pasteuriseren, steriliseren en drogen, ook kunnen
conserveermiddelen worden toegevoegd:
1. Invriezen: tempratuur verlagen tot -20 graden (of lager)
- Bij deze tempratuur kunnen bacteriën en schimmels zich niet voorplanten
2. Pasteuriseren: verhitten tot een tempratuur van 72 graden
- De meeste bacteriën en schimmels doodgaan, gepasteuriseerde melk bewaar je in de
koelkast
3. Steriliseren: verhitten tot een temperatuur van 130 – 140 graden
- Alle schimmels en bacteriën gaan dood, veel voedsel (bijv. groente) wordt
gesteriliseerd en daarna ingeblikt (luchtdicht verpakt)
4. Vacuüm verpakken: alle lucht wordt uit de verpakking weggezogen, bijv. koffie wordt na het
branden vacuümverpakt
5. Gas verpakken: met een juist mengsel van gassen blijft een voedingsmiddel langer houdbaar
en behoudt het langer zijn kleur, bijv. vlees
6. Drogen: (bijv. melkpoeder en rozijnen) onttrekken van water aan het voedsel
7. Natuurlijke conserveermiddelen toegevoegd: Bacteriën en schimmels kunnen niet tegen
veel suiker, zuur, zout of stikstof
- Aan jam wordt veel suiker toegevoegd
- Aan nieuwe haring en olijven wordt veel zout toegevoegd
8. Kunstmatige conserveermiddelen toevoegen: bijv. sulfiet in dranken
9. Doorstralen (bijv. kip) met radioactieve stralen, zodat bacteriën en schimmels zich minder
snel vermenigvuldigen of worden gedood
10. Additieven: Stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om ze langer houdbaar of
aantrekkelijk te maken (bijv. conserveermiddelen, geur-, kleur en smaakstoffen)
§2.6 Voeding en vertering bij zoogdieren
Planteneters = zoogdieren die alleen planten eten
Vleeseters = zoogdieren die alleen dieren eten
Alleseters = zoogdieren die planten én vlees eten
Plantaardig voedsel is moeilijker verteerbaar dan dierlijk voedsel, doordat plantaardig voedsel
celwanden van cellulose bevat
1. Planteneters (herbivoren)
- Het darmkanaal is in verhouding tot de lichaamslengte lang
- De kiezen zijn plooikiezen, waarmee plantaardig voedsel kan worden fijngemalen.
De plooien lopen loodrecht op de kauwrichting
- De hoektanden ontbreken vaak
2. Vleeseters (carnivoren)
, - Het darmkanaal is in verhouding tot de lichaamslengte kort
- De kiezen zijn knipkiezen, waarmee dierlijk voedsel in stukken kan worden geknipt. -
De bovenkaak is breder dan de onderkaak
- De hoektanden zijn meestal groot, spits en scherp
3. Alleseters (omnivoren)
- Het darmkanaal is in verhouding tot de lichaamslengte middellang
- De kiezen zijn knobbelkiezen, waarmee het voedsel kan worden geknipt en gemalen
- Alleseters hebben meestal hoektanden
§2.7 Nadenken over eten
6 redenen om minder vlees te eten:
1. Respect voor de dieren
2. Zorg voor de gezondheid
3. Geloofsovertuiging
4. Zorg voor het milieu
5. De wereldvoedselsituatie
6. De prijs
Minder vlees eten is beter voor je gezondheid
o Door vlees te vervangen door peulvruchten en noten verlaag je het risico op
chronische ziekten
Minder vlees eten is beter voor het milieu
o Minder uitstoot van broeikassen (20-35% voedsel verantwoordelijk)
o Minder water nodig om voedsel te produceren
Vegetariërs = mensen die geen vlees eten, maar soms wel vis en andere zeedieren
Veganisten = mensen die helemaal geen dierlijke producten gebruiken, ook geen melk, ei of
kaas
Flexitariërs = mensen die af en toe wel vlees eten, maar niet elke dag
Producten die vlees in de maaltijd kunnen vervangen:
o Peulvruchten, tofu, kaas, eieren en vleesvervangers
In vleesvervangers (producten die op vlees lijken, niet alleen uiterlijk maar ook smaak,
samenstelling en voedingswaarde, sojabonen of eiwit uit granen, bij sommige is ijzer, eiwit en
vitamine B toegevoegd) moet extra veel voorkomen:
o ijzer
Omdat het lichaam ijzer uit plantaardige voedingsmiddelen minder goed kan
opnemen
o Vitamine B12
Omdat dit vrijwel niet voorkomt in plantaardige voedingsmiddelen
Plantaardige en dierlijke eiwitten. In plaats van vlees: peulvruchten, noten, vleesvervangers
§2.8 Productinformatie
§2.5 Voedselbederf
Voedselvergiftiging:
Voedselvergiftiging = een afweerreactie die ontstaat door het eten van voedsel dat is besmet
met giftige stoffen
- Worden geproduceerd door bacteriën of schimmels, zien of ruiken
Salmonellabacteriën = is een bacterie die veel voorkomt in dieren, vooral kippen en varkens
- Rauwe dierlijke producten, zoals vlees, vis, eieren en op rauwe groente en fruit
- Bacteriën kunnen zich snel vermenigvuldigen, vooral bij temp tussen 20 en 30 graden
gevolg voedsel eten met salmonellabacteriën = buikpijn, diarree en koorts
aantasten dunne darm, ontsteking, ontstaan binnen 12-36 uur
Voedsel conserveren
Voedsel behandelen zodat het niet bederft
Door conserveren worden de omstandigheden voor bacteriën en schimmels ongunstig gemaakt, gaan
dan dood. Conserveren kan onder andere invriezen, pasteuriseren, steriliseren en drogen, ook kunnen
conserveermiddelen worden toegevoegd:
1. Invriezen: tempratuur verlagen tot -20 graden (of lager)
- Bij deze tempratuur kunnen bacteriën en schimmels zich niet voorplanten
2. Pasteuriseren: verhitten tot een tempratuur van 72 graden
- De meeste bacteriën en schimmels doodgaan, gepasteuriseerde melk bewaar je in de
koelkast
3. Steriliseren: verhitten tot een temperatuur van 130 – 140 graden
- Alle schimmels en bacteriën gaan dood, veel voedsel (bijv. groente) wordt
gesteriliseerd en daarna ingeblikt (luchtdicht verpakt)
4. Vacuüm verpakken: alle lucht wordt uit de verpakking weggezogen, bijv. koffie wordt na het
branden vacuümverpakt
5. Gas verpakken: met een juist mengsel van gassen blijft een voedingsmiddel langer houdbaar
en behoudt het langer zijn kleur, bijv. vlees
6. Drogen: (bijv. melkpoeder en rozijnen) onttrekken van water aan het voedsel
7. Natuurlijke conserveermiddelen toegevoegd: Bacteriën en schimmels kunnen niet tegen
veel suiker, zuur, zout of stikstof
- Aan jam wordt veel suiker toegevoegd
- Aan nieuwe haring en olijven wordt veel zout toegevoegd
8. Kunstmatige conserveermiddelen toevoegen: bijv. sulfiet in dranken
9. Doorstralen (bijv. kip) met radioactieve stralen, zodat bacteriën en schimmels zich minder
snel vermenigvuldigen of worden gedood
10. Additieven: Stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om ze langer houdbaar of
aantrekkelijk te maken (bijv. conserveermiddelen, geur-, kleur en smaakstoffen)
§2.6 Voeding en vertering bij zoogdieren
Planteneters = zoogdieren die alleen planten eten
Vleeseters = zoogdieren die alleen dieren eten
Alleseters = zoogdieren die planten én vlees eten
Plantaardig voedsel is moeilijker verteerbaar dan dierlijk voedsel, doordat plantaardig voedsel
celwanden van cellulose bevat
1. Planteneters (herbivoren)
- Het darmkanaal is in verhouding tot de lichaamslengte lang
- De kiezen zijn plooikiezen, waarmee plantaardig voedsel kan worden fijngemalen.
De plooien lopen loodrecht op de kauwrichting
- De hoektanden ontbreken vaak
2. Vleeseters (carnivoren)
, - Het darmkanaal is in verhouding tot de lichaamslengte kort
- De kiezen zijn knipkiezen, waarmee dierlijk voedsel in stukken kan worden geknipt. -
De bovenkaak is breder dan de onderkaak
- De hoektanden zijn meestal groot, spits en scherp
3. Alleseters (omnivoren)
- Het darmkanaal is in verhouding tot de lichaamslengte middellang
- De kiezen zijn knobbelkiezen, waarmee het voedsel kan worden geknipt en gemalen
- Alleseters hebben meestal hoektanden
§2.7 Nadenken over eten
6 redenen om minder vlees te eten:
1. Respect voor de dieren
2. Zorg voor de gezondheid
3. Geloofsovertuiging
4. Zorg voor het milieu
5. De wereldvoedselsituatie
6. De prijs
Minder vlees eten is beter voor je gezondheid
o Door vlees te vervangen door peulvruchten en noten verlaag je het risico op
chronische ziekten
Minder vlees eten is beter voor het milieu
o Minder uitstoot van broeikassen (20-35% voedsel verantwoordelijk)
o Minder water nodig om voedsel te produceren
Vegetariërs = mensen die geen vlees eten, maar soms wel vis en andere zeedieren
Veganisten = mensen die helemaal geen dierlijke producten gebruiken, ook geen melk, ei of
kaas
Flexitariërs = mensen die af en toe wel vlees eten, maar niet elke dag
Producten die vlees in de maaltijd kunnen vervangen:
o Peulvruchten, tofu, kaas, eieren en vleesvervangers
In vleesvervangers (producten die op vlees lijken, niet alleen uiterlijk maar ook smaak,
samenstelling en voedingswaarde, sojabonen of eiwit uit granen, bij sommige is ijzer, eiwit en
vitamine B toegevoegd) moet extra veel voorkomen:
o ijzer
Omdat het lichaam ijzer uit plantaardige voedingsmiddelen minder goed kan
opnemen
o Vitamine B12
Omdat dit vrijwel niet voorkomt in plantaardige voedingsmiddelen
Plantaardige en dierlijke eiwitten. In plaats van vlees: peulvruchten, noten, vleesvervangers
§2.8 Productinformatie