Hoofdstuk 4.2: IR en fluorimetrie
Absorptietechniek IR
IR absorptie-spectrofotometrie: gebruiken voor structuurbepaling en identificatie van biomoleculen,
minder voor concentratiebepaling
Energie van een molecule = elektron transitie-energie + vibratie-energie + rotatie-energie
IR spectrometrie zorgt voor vibrationele transitie in de molecule
Golfgetal = aantal golven per lengte-eenheid: v = 1/λ, cm-1
Covalente bindingen buigen, rekken en roteren voortdurend -> verschillende vormen van vibratie
absorberen IR straling bij verschillende golfgetallen
Typisch IR spectrum: golfgetal op x-as, % transmissie op y-as
Sommige bindingen absorberen meer IR straling dan andere
Hoe groter de polariteit van de binding, hoe sterker de absorptie
Carbonylbinding: sterk polair en hoge absorptie; drievoudig C-C alkynebinding: weinig polair,
lage absorptie
Enkel bij asymmetrische moleculen, symmetrische moleculen absorberen geen IR straling!!
1650-1750 cm-1 = carbonylgroep
1700-1750: carboxylzuren, esters,
ketonen en aldehyden absorberen
1650-1700: geconjugeerde ketonen en
amides absorberen
2900-3000 cm-1 = tetraëdrische C-H
binding
400-1400 cm-1 = fingerprint regio
Emissietechnieken: fluorimetrie
Fluorimetrie: onder hoek kijken naar uitstralend licht
Fluorescentie = absorptie van een foton gevolgd door emissie van licht met een grotere golflengte
Energietransfer van hoger naar lager energieniveau = Stoke’s shift -> langere golflengte dan
invallende lichtstraal
Enkel mogelijk na excitatie, door absorptie van elektromagnetische straling
Energieniveaus: grondtoestand, geëxciteerde toestand en vibratieniveaus
Stralingsenergie enkel geabsorbeerd als molecule overgaat van lagere naar hogere
energetische toestand
Grondtoestand -> eerste aangeslagen toestand S1 -> daling naar laagste vibratieniveau S1 ->
geëxciteerd molecule terug naar grondtoestand -> afgifte energie onder uitzenden van licht
Quantumefficiëntie Q: waarschijnlijkheid voor fluorescentie
Absorptietechniek IR
IR absorptie-spectrofotometrie: gebruiken voor structuurbepaling en identificatie van biomoleculen,
minder voor concentratiebepaling
Energie van een molecule = elektron transitie-energie + vibratie-energie + rotatie-energie
IR spectrometrie zorgt voor vibrationele transitie in de molecule
Golfgetal = aantal golven per lengte-eenheid: v = 1/λ, cm-1
Covalente bindingen buigen, rekken en roteren voortdurend -> verschillende vormen van vibratie
absorberen IR straling bij verschillende golfgetallen
Typisch IR spectrum: golfgetal op x-as, % transmissie op y-as
Sommige bindingen absorberen meer IR straling dan andere
Hoe groter de polariteit van de binding, hoe sterker de absorptie
Carbonylbinding: sterk polair en hoge absorptie; drievoudig C-C alkynebinding: weinig polair,
lage absorptie
Enkel bij asymmetrische moleculen, symmetrische moleculen absorberen geen IR straling!!
1650-1750 cm-1 = carbonylgroep
1700-1750: carboxylzuren, esters,
ketonen en aldehyden absorberen
1650-1700: geconjugeerde ketonen en
amides absorberen
2900-3000 cm-1 = tetraëdrische C-H
binding
400-1400 cm-1 = fingerprint regio
Emissietechnieken: fluorimetrie
Fluorimetrie: onder hoek kijken naar uitstralend licht
Fluorescentie = absorptie van een foton gevolgd door emissie van licht met een grotere golflengte
Energietransfer van hoger naar lager energieniveau = Stoke’s shift -> langere golflengte dan
invallende lichtstraal
Enkel mogelijk na excitatie, door absorptie van elektromagnetische straling
Energieniveaus: grondtoestand, geëxciteerde toestand en vibratieniveaus
Stralingsenergie enkel geabsorbeerd als molecule overgaat van lagere naar hogere
energetische toestand
Grondtoestand -> eerste aangeslagen toestand S1 -> daling naar laagste vibratieniveau S1 ->
geëxciteerd molecule terug naar grondtoestand -> afgifte energie onder uitzenden van licht
Quantumefficiëntie Q: waarschijnlijkheid voor fluorescentie