Mens en gedrag
Les 2 0-6 maanden
Leren
- Blijvende verandering in wat iemand kan of weet op grond van ervaring.
- Ervaringen via zintuigen en beweging.
- Ofwel sensomotorische ontwikkeling.
- Situationele dwang: Het pasgeboren kind kan geen afstand nemen van de situatie.
Regels rondom motoriek
- Oriëntatie regel: Aandacht richting gebeurtenis i.p.v. verstoppen.
- Onderzoek regel: Zicht of tast: nader onderzoeken.
- Regel van het scannen: Voorwerp voor interessantere voorwerpen, met name kleur en
grootte.
- Preferentie regel: Voorkeur voor interessantere voorwerpen, met name kleur en grootte.
- Hanituatieregel: Bekend voorwerp al snel saai, nieuw is leuk.
- Omkering regel: Wat de baby ziet kan het voelen, en andersom.
- Circulaire reacties: Volgende keer.
Nature/nurture
- Nature: Eigenschappen bepaald door aanleg.
- Nurture: Eigenschappen bepaald door omgeving.
- Hangt samen met mensenbeelden.
Visies t.a.v. menselijke bewustzijn
De leer theoretische visie/
- De biologische visie
- De omgevingspsychologische visie
- De cognitivistische visie
- De humanistische visie
- De bio-ecologische visie
Hechting
John Bowlby
- Grondlegger van de hechtingstheorie.
- Onderzoek naar zorgelijke ontwikkeling van vele weeskinderen na de 2e wereldoorlog.
- Behoefte van het kind aan veiligheid en zekerheid. Kinderen sterven door gebrek aan liefde.
- Moeder als primair hechtingsfiguur?
- Pagina 353 van levensfasen -> Tielemans
,Hechting
- Duurzame gevoelsmatige relatie tussen het kind en een of meerdere personen.
- Basis voor het kunnen aangaan van andere betekenisvolle relaties.
- Tweerichtingsverkeer.
Kenmerken veilige hechting
- Sensitief en responsief reageren.
- Continuïteit van hechtingsfiguren.
- Kwaliteit boven kwantiteit.
- Bescherming & troost.
- Fysiek contact & geur.
Hechtingsmechanisme/ Inprentingsinstinct
- Konrad Lorenz.
- Hechtingsgedrag is instinctief.
- Niet beperkt tot de mens.
Belang van veilige hechting: Zelfvertrouwen, veerkracht, cognitieve ontwikkeling, verbanden leggen
tussen eigen gedrag en effect daarvan en beter in staat om relaties aan te en te onderhouden.
Risico's van onveilige hechting: Angst en depressie, kampen vaker met verslaving,
gedragsproblemen, minder empathisch vermogen en sociale vaardigheden en intergenerationeel
effect
Stijlen van gehechtheid
- Veilige gehechtheid 60-70%
- Vermijdende gehechtheid 20%
- Angstige gehechtheid 10-15%
- Gedesoriënteerde/ gedesorganiseerde gehechtheid 5-10%
- Onveilige hechting = hechtingstoornis
De aard van baby's
- Moeilijke baby: Weinig regelmaat, behoefte aan routine, veel huilen, snel van slag en
negatief gestemd.
- Gemakkelijke baby: Regelmaat, opgewekt en positief gestemd.
- Langzame starter: Tussen gemakkelijke en moeilijkere baby's in. Afwachtend en stil.
- Goodness of fit. Matching/ attunement.
, Erikson 8 fasenmodel
Sociale ontwikkeling 8 fasen model
- 8 fasen. Elke fase kent een crisis.
- Binnen elke crisis balans tussen twee uitersten
- Mate van balans is van invloed op komende crisissen.
- Tempo afhankelijk van sociale omgeving, cultuur en persoon
Les 2 0-6 maanden
Leren
- Blijvende verandering in wat iemand kan of weet op grond van ervaring.
- Ervaringen via zintuigen en beweging.
- Ofwel sensomotorische ontwikkeling.
- Situationele dwang: Het pasgeboren kind kan geen afstand nemen van de situatie.
Regels rondom motoriek
- Oriëntatie regel: Aandacht richting gebeurtenis i.p.v. verstoppen.
- Onderzoek regel: Zicht of tast: nader onderzoeken.
- Regel van het scannen: Voorwerp voor interessantere voorwerpen, met name kleur en
grootte.
- Preferentie regel: Voorkeur voor interessantere voorwerpen, met name kleur en grootte.
- Hanituatieregel: Bekend voorwerp al snel saai, nieuw is leuk.
- Omkering regel: Wat de baby ziet kan het voelen, en andersom.
- Circulaire reacties: Volgende keer.
Nature/nurture
- Nature: Eigenschappen bepaald door aanleg.
- Nurture: Eigenschappen bepaald door omgeving.
- Hangt samen met mensenbeelden.
Visies t.a.v. menselijke bewustzijn
De leer theoretische visie/
- De biologische visie
- De omgevingspsychologische visie
- De cognitivistische visie
- De humanistische visie
- De bio-ecologische visie
Hechting
John Bowlby
- Grondlegger van de hechtingstheorie.
- Onderzoek naar zorgelijke ontwikkeling van vele weeskinderen na de 2e wereldoorlog.
- Behoefte van het kind aan veiligheid en zekerheid. Kinderen sterven door gebrek aan liefde.
- Moeder als primair hechtingsfiguur?
- Pagina 353 van levensfasen -> Tielemans
,Hechting
- Duurzame gevoelsmatige relatie tussen het kind en een of meerdere personen.
- Basis voor het kunnen aangaan van andere betekenisvolle relaties.
- Tweerichtingsverkeer.
Kenmerken veilige hechting
- Sensitief en responsief reageren.
- Continuïteit van hechtingsfiguren.
- Kwaliteit boven kwantiteit.
- Bescherming & troost.
- Fysiek contact & geur.
Hechtingsmechanisme/ Inprentingsinstinct
- Konrad Lorenz.
- Hechtingsgedrag is instinctief.
- Niet beperkt tot de mens.
Belang van veilige hechting: Zelfvertrouwen, veerkracht, cognitieve ontwikkeling, verbanden leggen
tussen eigen gedrag en effect daarvan en beter in staat om relaties aan te en te onderhouden.
Risico's van onveilige hechting: Angst en depressie, kampen vaker met verslaving,
gedragsproblemen, minder empathisch vermogen en sociale vaardigheden en intergenerationeel
effect
Stijlen van gehechtheid
- Veilige gehechtheid 60-70%
- Vermijdende gehechtheid 20%
- Angstige gehechtheid 10-15%
- Gedesoriënteerde/ gedesorganiseerde gehechtheid 5-10%
- Onveilige hechting = hechtingstoornis
De aard van baby's
- Moeilijke baby: Weinig regelmaat, behoefte aan routine, veel huilen, snel van slag en
negatief gestemd.
- Gemakkelijke baby: Regelmaat, opgewekt en positief gestemd.
- Langzame starter: Tussen gemakkelijke en moeilijkere baby's in. Afwachtend en stil.
- Goodness of fit. Matching/ attunement.
, Erikson 8 fasenmodel
Sociale ontwikkeling 8 fasen model
- 8 fasen. Elke fase kent een crisis.
- Binnen elke crisis balans tussen twee uitersten
- Mate van balans is van invloed op komende crisissen.
- Tempo afhankelijk van sociale omgeving, cultuur en persoon