WEEK 4 | INLEIDING STRAFRECHT
HOORCOLLEGE
Onderwerp: Strafrechtelijke aansprakelijkheid:
- Strafuitsluitingsgronden (inperking strafrechtelijke aansprakelijkheid)
- Poging, voorbereiding & deelneming (uitbreiding strafrechtelijke aansprakelijkheid)
STRAFUITSLUITINGSGRONDEN
Voorwaarden voor strafbaarheid
- Menselijke gedraging
- Binnen een delictsomschrijving (W3)
- Wederrechtelijk (W4)
- Aan schuld te wijten (W4)
We gaan het nu niet meer hebben over culpa als bestanddeel, dus in de delictsomschrijving, maar als
element: ‘aan schuld te wijten’.
Wanneer is het niet wederrechtelijk? Wanneer is het niet aan schuld te wijten?
Strafuitsluitingsgronden staan over het algemeen heel duidelijk in de wet… op een paar na:
Art. 40 Wetboek van Strafrecht: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is
gedrongen.”
Twee soorten strafuitsluitingsgronden ingebakken in art. 40 Sr:
- Overmacht noodtoestand: gaat om de situatie
Overmacht in een noodtoestand rechtvaardigt het handelen in een bepaalde situatie: het is een
rechtvaardigingsgrond. Deze rechtvaardigingsgrond neemt de wederrechtelijkheid (de derde
voorwaarde voor strafbaarheid) als het ware weg.
- Psychische overmacht: gaat om de persoon
Bij psychische overmacht valt de verwijtbaarheid van het handelen weg: het is een
schulduitsluitingsgrond. Deze schulduitsluitingsgrond neemt de verwijtbare schuld (de vierde
voorwaarde voor strafbaarheid) als het ware weg.
Bij rechtvaardigingsgronden speelt belangenafweging een belangrijke rol. De belangenafweging is
afhankelijk van proportionaliteit en subsidiariteit:
- Proportionaliteit wil zeggen dat de aanval en de verdediging in de juiste verhouding met elkaar moeten
staan. Mocht dit niet het geval zijn, dan is er geen goede belangenafweging gemaakt en schiet de
rechtvaardigingsgrond door naar de schulduitsluitingsgrond. Daar gaat het dan om de vraag of je al dan
niet mocht verwachten dat iemand de juiste belangenafweging moest maken.
- Subsidiariteit wil zeggen dat je een zo licht mogelijk middel moet gebruiken ter verdediging.
Bij schulduitsluitingsgronden speelt belangenafweging een veel kleinere rol, omdat bij
schulduitsluitingsgronden het er nou juist omgaat dat er omstandigheden zijn waarin een goede
belangenafweging lastig af te wegen is.
! Altijd belangrijk is wat de context is en wat je van een persoon in een bepaalde situatie kan verwachten !
Ook de jurisprudentie heeft strafuitsluitingsgronden voortgebracht:
- Het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid (HR Veearts)
- De ongeschreven schulduitsluitingsgrond AVAS (afwezigheid van alle schuld) (HR Melk en Water)
,Samenvattend:
- Rechtvaardigingsgronden
- Schulduitsluitingsgronden
- Beslissingen:
- Is het feitelijk aannemelijk
- Toetsen aan eisen van de strafuitsluitingsgrond
- Juridische consequentie:
wordt de daad gerechtvaardigd (rechtvaardigingsgrond)
wordt de dader niets verweten (schulduitsluitingsgrond)
POGING, VOORBEREIDING & DEELNEMING
Ook gedragingen die niet direct binnen de delictsomschrijving vallen, kunnen toch tot een veroordeling
leiden. Het gaat dan om poging, voorbereiding of deelneming, allemaal terug te vinden in de wet. De
bepalingen komen voor in het algemene deel van het Wetboek van Strafrecht en gelden dus ook voor álle
wetten buiten het Wetboek van Strafrecht, althans voor alle bepalingen waar een strafbaar component inzit.
In art. 45 Sr is er uitbreiding van strafbaarheid; creatie alternatieve delictsomschrijving
Art. 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht: “Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader
zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.”
Nu poging gekwalificeerd is als een strafbaar feit, kan er strafvorderlijk veel eerder ingegrepen worden.
Poging is wel strafwaardig, maar heeft wel een lager strafmaximum, omdat het als minder ernstig gezien
wordt (art. 45 lid 2).
De belangrijkste eisen van een poging zijn:
- Voornemen; hier zit opzet in!
- Begin van uitvoering; hier is sprake van als de handelingen van de verdachte naar hun uiterlijke
verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van het misdrijf
Nalezen in het boek :
Relatief / absoluut deugdelijke en relatief / absoluut ondeugdelijke poging
Subjectieve leer en objectieve leer
Deelneming is net als poging een uitbreiding van strafbaarheid. De wet construeert een bredere
delictsomschrijving, om toch aan de tweede voorwaarde van strafbaarheid te kunnen voldoen.
Deelnemingsvormen:
Art. 47: “Als daders van een strafbaar feit worden gestraft: 1°. zij die het feit plegen, doen plegen of
medeplegen; 2°. zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door
het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.”
Bij plegen, doen plegen, medeplegen en uitlokken ben je volledig verantwoordelijk.
Art. 48: “Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft: 1°. zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het
plegen van het misdrijf; 2°. zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het
plegen van het misdrijf.”
Verschil: art. 48 medeplichtigheid (dader is behulpzaam; lagere strafmaat) en art. 47 medeplegen (daders
doen het samen; hogere strafmaat).
Besef goed: ook als je niet direct voldoet aan de tweede voorwaarde van strafbaarheid, kan je toch volledig
of een klein beetje strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.
, WERKGROEP
VRAAG 1: STRAFUITSLUITINGSGRONDEN
Vraag 1.1: Algemene vragen
1.
Strafuitsluitingsgronden:
- rechtvaardigingsgronden
- schulduitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden : daad / feit —> wederrechtelijkheid
1. overmacht
2. noodweer
3. wettelijk voorschrift
4. bevoegd gegeven ambtelijk bevel
Ongeschreven rechtvaardigingsgrond: ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid (HR Veearts)
Schulduitsluitingsgronden : dader —> schuld / verwijtbaarheid
1. noodweerexces
2. onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
3. psychische overmacht
4. ontoerekeningsvatbaarheid
Ongeschreven schulduitsluitingsgrond: AVAS (afwezigheid van alle schuld) (HR Melk en Water)
Psychische overmacht:
- van buiten komende drag
- kan je geen weerstand bieden
- behoefde geen weerstand te bieden
Noodweer:
- ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding tegen eigen / ander = noodweersituatie
- noodzakelijk = subsidiariteit
- geboden = proportionaliteit
Noodweerexces:
- noodweersituatie
- hevige gemoedsbeweging
- buiten proportie
2.
- Rechtvaardigingsgronden rechtvaardigen het handelen in een bepaalde situatie. Er kan van zo’n grond
gesproken worden zodra de daad / situatie te rechtvaardigen is. Deze rechtvaardigingsgrond neemt de
wederrechtelijkheid (de derde voorwaarde voor strafbaarheid) weg.
- Schulduitsluitingsgronden nemen de verwijtbaarheden van het handelen weg. Er kan van zo’n grond
gesproken worden zodra de betreffende persoon geen schuld te verwijten valt. Deze
schulduitsluitingsgrond neemt de schuld (de vierde voorwaarde voor strafbaarheid) weg.
3.
Noodweer is een rechtvaardigingsgrond. Art. 41 lid 1 Sr: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden
door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke,
wederrechtelijke aanranding.”
Noodweerexces is een schulduitsluitingsgrond. Art. 41 lid 2 Sr: “Niet strafbaar is de overschrijding van de
grenzen van noodzakelijke verdediging, indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige
gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt.”
HOORCOLLEGE
Onderwerp: Strafrechtelijke aansprakelijkheid:
- Strafuitsluitingsgronden (inperking strafrechtelijke aansprakelijkheid)
- Poging, voorbereiding & deelneming (uitbreiding strafrechtelijke aansprakelijkheid)
STRAFUITSLUITINGSGRONDEN
Voorwaarden voor strafbaarheid
- Menselijke gedraging
- Binnen een delictsomschrijving (W3)
- Wederrechtelijk (W4)
- Aan schuld te wijten (W4)
We gaan het nu niet meer hebben over culpa als bestanddeel, dus in de delictsomschrijving, maar als
element: ‘aan schuld te wijten’.
Wanneer is het niet wederrechtelijk? Wanneer is het niet aan schuld te wijten?
Strafuitsluitingsgronden staan over het algemeen heel duidelijk in de wet… op een paar na:
Art. 40 Wetboek van Strafrecht: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is
gedrongen.”
Twee soorten strafuitsluitingsgronden ingebakken in art. 40 Sr:
- Overmacht noodtoestand: gaat om de situatie
Overmacht in een noodtoestand rechtvaardigt het handelen in een bepaalde situatie: het is een
rechtvaardigingsgrond. Deze rechtvaardigingsgrond neemt de wederrechtelijkheid (de derde
voorwaarde voor strafbaarheid) als het ware weg.
- Psychische overmacht: gaat om de persoon
Bij psychische overmacht valt de verwijtbaarheid van het handelen weg: het is een
schulduitsluitingsgrond. Deze schulduitsluitingsgrond neemt de verwijtbare schuld (de vierde
voorwaarde voor strafbaarheid) als het ware weg.
Bij rechtvaardigingsgronden speelt belangenafweging een belangrijke rol. De belangenafweging is
afhankelijk van proportionaliteit en subsidiariteit:
- Proportionaliteit wil zeggen dat de aanval en de verdediging in de juiste verhouding met elkaar moeten
staan. Mocht dit niet het geval zijn, dan is er geen goede belangenafweging gemaakt en schiet de
rechtvaardigingsgrond door naar de schulduitsluitingsgrond. Daar gaat het dan om de vraag of je al dan
niet mocht verwachten dat iemand de juiste belangenafweging moest maken.
- Subsidiariteit wil zeggen dat je een zo licht mogelijk middel moet gebruiken ter verdediging.
Bij schulduitsluitingsgronden speelt belangenafweging een veel kleinere rol, omdat bij
schulduitsluitingsgronden het er nou juist omgaat dat er omstandigheden zijn waarin een goede
belangenafweging lastig af te wegen is.
! Altijd belangrijk is wat de context is en wat je van een persoon in een bepaalde situatie kan verwachten !
Ook de jurisprudentie heeft strafuitsluitingsgronden voortgebracht:
- Het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid (HR Veearts)
- De ongeschreven schulduitsluitingsgrond AVAS (afwezigheid van alle schuld) (HR Melk en Water)
,Samenvattend:
- Rechtvaardigingsgronden
- Schulduitsluitingsgronden
- Beslissingen:
- Is het feitelijk aannemelijk
- Toetsen aan eisen van de strafuitsluitingsgrond
- Juridische consequentie:
wordt de daad gerechtvaardigd (rechtvaardigingsgrond)
wordt de dader niets verweten (schulduitsluitingsgrond)
POGING, VOORBEREIDING & DEELNEMING
Ook gedragingen die niet direct binnen de delictsomschrijving vallen, kunnen toch tot een veroordeling
leiden. Het gaat dan om poging, voorbereiding of deelneming, allemaal terug te vinden in de wet. De
bepalingen komen voor in het algemene deel van het Wetboek van Strafrecht en gelden dus ook voor álle
wetten buiten het Wetboek van Strafrecht, althans voor alle bepalingen waar een strafbaar component inzit.
In art. 45 Sr is er uitbreiding van strafbaarheid; creatie alternatieve delictsomschrijving
Art. 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht: “Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader
zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.”
Nu poging gekwalificeerd is als een strafbaar feit, kan er strafvorderlijk veel eerder ingegrepen worden.
Poging is wel strafwaardig, maar heeft wel een lager strafmaximum, omdat het als minder ernstig gezien
wordt (art. 45 lid 2).
De belangrijkste eisen van een poging zijn:
- Voornemen; hier zit opzet in!
- Begin van uitvoering; hier is sprake van als de handelingen van de verdachte naar hun uiterlijke
verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van het misdrijf
Nalezen in het boek :
Relatief / absoluut deugdelijke en relatief / absoluut ondeugdelijke poging
Subjectieve leer en objectieve leer
Deelneming is net als poging een uitbreiding van strafbaarheid. De wet construeert een bredere
delictsomschrijving, om toch aan de tweede voorwaarde van strafbaarheid te kunnen voldoen.
Deelnemingsvormen:
Art. 47: “Als daders van een strafbaar feit worden gestraft: 1°. zij die het feit plegen, doen plegen of
medeplegen; 2°. zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door
het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.”
Bij plegen, doen plegen, medeplegen en uitlokken ben je volledig verantwoordelijk.
Art. 48: “Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft: 1°. zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het
plegen van het misdrijf; 2°. zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het
plegen van het misdrijf.”
Verschil: art. 48 medeplichtigheid (dader is behulpzaam; lagere strafmaat) en art. 47 medeplegen (daders
doen het samen; hogere strafmaat).
Besef goed: ook als je niet direct voldoet aan de tweede voorwaarde van strafbaarheid, kan je toch volledig
of een klein beetje strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.
, WERKGROEP
VRAAG 1: STRAFUITSLUITINGSGRONDEN
Vraag 1.1: Algemene vragen
1.
Strafuitsluitingsgronden:
- rechtvaardigingsgronden
- schulduitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden : daad / feit —> wederrechtelijkheid
1. overmacht
2. noodweer
3. wettelijk voorschrift
4. bevoegd gegeven ambtelijk bevel
Ongeschreven rechtvaardigingsgrond: ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid (HR Veearts)
Schulduitsluitingsgronden : dader —> schuld / verwijtbaarheid
1. noodweerexces
2. onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
3. psychische overmacht
4. ontoerekeningsvatbaarheid
Ongeschreven schulduitsluitingsgrond: AVAS (afwezigheid van alle schuld) (HR Melk en Water)
Psychische overmacht:
- van buiten komende drag
- kan je geen weerstand bieden
- behoefde geen weerstand te bieden
Noodweer:
- ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding tegen eigen / ander = noodweersituatie
- noodzakelijk = subsidiariteit
- geboden = proportionaliteit
Noodweerexces:
- noodweersituatie
- hevige gemoedsbeweging
- buiten proportie
2.
- Rechtvaardigingsgronden rechtvaardigen het handelen in een bepaalde situatie. Er kan van zo’n grond
gesproken worden zodra de daad / situatie te rechtvaardigen is. Deze rechtvaardigingsgrond neemt de
wederrechtelijkheid (de derde voorwaarde voor strafbaarheid) weg.
- Schulduitsluitingsgronden nemen de verwijtbaarheden van het handelen weg. Er kan van zo’n grond
gesproken worden zodra de betreffende persoon geen schuld te verwijten valt. Deze
schulduitsluitingsgrond neemt de schuld (de vierde voorwaarde voor strafbaarheid) weg.
3.
Noodweer is een rechtvaardigingsgrond. Art. 41 lid 1 Sr: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden
door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke,
wederrechtelijke aanranding.”
Noodweerexces is een schulduitsluitingsgrond. Art. 41 lid 2 Sr: “Niet strafbaar is de overschrijding van de
grenzen van noodzakelijke verdediging, indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige
gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt.”