Afhankelijke kenmerken Kenmerken die een gevolg van iets zijn, bijvoorbeeld van een
: ingreep.
Anoniem : Zonder bekendmaking van de naam van de respondent.
Antwoordkaarten : wat je zegt of schrijft als iemand je iets vraagt
Antwoordschalen : meestal met nummers van 1 tot 5
APA Een van de systemen met strikte regels om te verwijzen naar
bronnen in de tekst en een literatuurlijst op te maken (afkorting
: staat voor American Psychological Association)
Aselecte steekproef Een volstrekt willekeurige trekking van de
: onderzoekseenheden. Ook kanssteekproef genoemd.
Begroting Voorlopige berekening van de kosten van een te maken werk
: (in dit geval: onderzoek).
Beoogde populatie : niet iedereen met een bepaald kenmerk
Bereid- en bereikbaarheid De wil om iets te doen De
bereikbaarheid is de toegankelijkheid van een gebied ofwel het
: gemak waarmee een gebied te bereiken is.
Beschrijvend onderzoek
Onderzoek waarbij het gaat om de registratie en systematische
ordening van wat zich voordoet op een bepaald gebied, en
waarbij niet wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een
: theorie of het formuleren van een hypothese.
Betrouwbaarheid : De mate waarin een meting onafhankelijk is van toeval.
Bibliografie een beschrijvende lijst van boeken, samengesteld volgens
: bepaalde criteria
Blinderen ondoorzichtig maken door iets erop te plakken of ervoor te
: zetten
Bronnenonderzoek : Onderzoek naar geschreven bronnen.
Causaliteit Verschijnsel dat oorzaak en gevolg een rol spelen. De ene
variabele (x) is (gedeeltelijk) een oorzaak van de andere
variabele (y). Er is bijvoorbeeld een oorzakelijk verband tussen
opleidingsniveau en inkomen. Causaliteit is een verband tussen
: oorzaak en gevolg(en).
Cirkeldiagram Een grafiek in de vorm van een cirkel, waarbij de grootte van de
taartpunten de frequenties van de waarden van een nominaal
: gemeten variabele representeren.
Citeren De tekst uit een bron letterlijk overnemen in plaats van in eigen
woorden omschrijven (parafraseren). Neem bij de verwijzing
: ook een paginanummer op van het citaat.
Controlekenmerken Kenmerken die mogelijke verbanden en verschillen
: beïnvloeden.
Correlatie Mate van onderlinge afhankelijkheid of beïnvloeding tussen
: twee of meer variabelen.
Cross-sectioneel Bij transversaal (cross-sectioneel) onderzoek wordt ieder
individu in een groep eenmaal en op hetzelfde tijdstip
: geobserveerd of gemeten.
, datamining Het bewerken, analyseren en interpreteren van
marketinginformatie in databestanden, zoals klantanalyses,
: bedrijfsvergelijkingen en concurrentieanalyses.
Descriptor – Keyword
Officiële vakterm die als label aan publicaties wordt gehangen.
: Trefwoord.
Dimensies : Deelaspecten van een begrip.
Directe meting Het rechtstreeks vragen naar het begrip dat je wilt meten, zoals
: bij leeftijd.
Disproportioneel : buiten alle proporties, buitenproportioneel
Doelstelling : Antwoord op de vraag waarom je het onderzoek doet.
Dubbele vraag als iemand meerdere vragen achter elkaar stelt. Van samenhang
tussen de vragen hoeft hierbij geen sprake te zijn al is dit soms
: wel het geval.
Ecologische validiteit De vraag of je bevindingen opgedaan in een bepaalde situatie
: kunt generaliseren naar andere situaties.
Eenheden
: Maten van grootheden; Maten van de dingen die je onderzoekt
Ethiek Is de leer van goed en kwaad; wat behoor je als onderzoeker
: wel en wat niet te doen.
Event-sampling Het gedurende een aantal minuten observeren en tellen hoe
: vaak gedrag voorkomt (= frequentie).
Experimenteel onderzoek Onderzoek waarbij sprake is van een interventie, er verandert
: iets in de onderzoeksgroep.
Exploratief onderzoek Onderzoek waarbij je wilt nagaan waarom er sprake is van
: bepaalde verbanden of verschillen tussen kenmerken
Externe validiteit De mate waarin je op basis van een steekproef uitspraken kunt
: doen over een populatie.
Feitelijk gedrag
: Watiemand doet en zegt, of wat iemand niet doet of niet zegt.
Frequentieonderzoeksvraag Vraag waarbij het gaat om vragen als ‘hoe veel’, ‘hoe vaak’ of ‘in
: welke mate’ iets voorkomt.
Frequentieoverzichten Overzichten van het aantal keren dat de doelgroep met de
: boodschap of het medium wordt geconfronteerd.
Gantt Chart De Gantt chart is een grafische weergave van een planning in de
: vorm van een strokenplanning.
Gedragscode Een document waarin wordt aangegeven hoe medewerkers
: met elkaar en met bepaalde situaties om dienen te gaan.
Gemakssteekproef Een selecte vorm van steekproeftrekking, die gebaseerd is op
de beschikbaarheid van respondenten. Je stelt bijvoorbeeld de
: eerste honderd bezoekers van je site een aantal vragen.
Geprecodeerde antwoorden Van tevoren vastgelegde antwoorden die van een code zijn
: voorzien.
Gesloten vragen Vraag waarop de geënquêteerde slechts kan antwoorden met
: één van de voorgecodeerde antwoordmogelijkheden.
Gestructureerde dataverzameling Je weet van tevoren precies welke informatie nodig is en
gebruikt daarvoor een lijst met vaste vragen en
: aandachtspunten.