Blok 2.6 – colleges
College 1
Practicum
- Er zijn nu veel niet-traditionele gezinnen, wat juridische en ethische
aspecten met zich meebrengt
- Beroepscode belangrijk
Voorbereiding is cruciaal: bronnen lezen en schema’s invullen.
Elke bijeenkomst staat een thema centraal a.d.h.v. casussen, vermeld de
bron erbij waar je het uit hebt gehaald (vooral handig voor bij de toets)
TENTAMEN: woensdag 18 april 18.30-20.30
Je moet alle literatuur moeten hebben, ook als het niet nodig is voor het invullen
van het schema.
Boek 1: personen- en familierecht
Titel 11, 12, 12, 14, 15 en 17
Studeren voor het tentamen:
1. Beginnen met de boeken
2. Wetsartikelen er bij houden en meenemen
3. Overige wetsartikelen later doen
Gezinspedagogiek
Verschil orthopedagogiek en gezinspedagogiek: zie slide
Opvoedcontexten binnen gezin
- Moeders
- Vaders
- Grootouders
- Autochtone/allochtone gezinnen
- Traditionele/niet-traditionele gezinnen
Opvoedcontexten buiten gezin:
- Kinderopvang/gastouderopvang
- Werkende ouders
- Peers
- (Sociale) media
Gezinspedagogiek (werkveld):
Kinderopvang (bijvoorbeeld de ontwikkeling en toetsing van het
pedagogisch beleid)
Opvoedpoli (bijvoorbeeld opvoedingsondersteuning bij opvoedvragen van
ouders, basale opvoedingsvragen (bv. ik heb een tiener die wil gamen.
Moet ik grenzen stellen aan de spellen en tijd? Hoe ga je hiermee om?))
Gezinscoach (bijvoorbeeld begeleiding van probleemgezinnen)
Overheid (bijvoorbeeld bij ministerie, gemeente, etc.)
‘’Het Gezin’’
Traditioneel
, Niet-traditioneel
Combinatie
Dit roept de vraag op: maakt het uit in welk gezin een kind opgroeit?
Bloktoets: open en 40 meerkeuze vragen (ABCD)
Soorten MC-vragen:
1. De meerlingen-ontwikkeling blijft soms achter t.o.v. die van eenlingen. Op
welk gebied is deze achterstand blijvend? (fysiek, cognitief, identiteits,
niet)
2. Wat houdt de hard-to-achieve-pregnancy hypotheses in?
Voorbeeld open vraag:
1. Beschouw onderstaande stelling…. Is er empirische evidentie voor deze
stelling?
Onderbouw of weerleg onderstaande stelling a.d.h.v. de gelezen literatuur.
Benoem steeds minimaal een kenmerk van de bron waarop je je baseert.
Stelling: kinderen die opgroeien bij lesbische moeders hebben meer
probleemgedrag dan kinderen die opgroeien bij heteroseksuele ouders.
Sluit je antwoord af met ‘dus…’
College 1
Practicum
- Er zijn nu veel niet-traditionele gezinnen, wat juridische en ethische
aspecten met zich meebrengt
- Beroepscode belangrijk
Voorbereiding is cruciaal: bronnen lezen en schema’s invullen.
Elke bijeenkomst staat een thema centraal a.d.h.v. casussen, vermeld de
bron erbij waar je het uit hebt gehaald (vooral handig voor bij de toets)
TENTAMEN: woensdag 18 april 18.30-20.30
Je moet alle literatuur moeten hebben, ook als het niet nodig is voor het invullen
van het schema.
Boek 1: personen- en familierecht
Titel 11, 12, 12, 14, 15 en 17
Studeren voor het tentamen:
1. Beginnen met de boeken
2. Wetsartikelen er bij houden en meenemen
3. Overige wetsartikelen later doen
Gezinspedagogiek
Verschil orthopedagogiek en gezinspedagogiek: zie slide
Opvoedcontexten binnen gezin
- Moeders
- Vaders
- Grootouders
- Autochtone/allochtone gezinnen
- Traditionele/niet-traditionele gezinnen
Opvoedcontexten buiten gezin:
- Kinderopvang/gastouderopvang
- Werkende ouders
- Peers
- (Sociale) media
Gezinspedagogiek (werkveld):
Kinderopvang (bijvoorbeeld de ontwikkeling en toetsing van het
pedagogisch beleid)
Opvoedpoli (bijvoorbeeld opvoedingsondersteuning bij opvoedvragen van
ouders, basale opvoedingsvragen (bv. ik heb een tiener die wil gamen.
Moet ik grenzen stellen aan de spellen en tijd? Hoe ga je hiermee om?))
Gezinscoach (bijvoorbeeld begeleiding van probleemgezinnen)
Overheid (bijvoorbeeld bij ministerie, gemeente, etc.)
‘’Het Gezin’’
Traditioneel
, Niet-traditioneel
Combinatie
Dit roept de vraag op: maakt het uit in welk gezin een kind opgroeit?
Bloktoets: open en 40 meerkeuze vragen (ABCD)
Soorten MC-vragen:
1. De meerlingen-ontwikkeling blijft soms achter t.o.v. die van eenlingen. Op
welk gebied is deze achterstand blijvend? (fysiek, cognitief, identiteits,
niet)
2. Wat houdt de hard-to-achieve-pregnancy hypotheses in?
Voorbeeld open vraag:
1. Beschouw onderstaande stelling…. Is er empirische evidentie voor deze
stelling?
Onderbouw of weerleg onderstaande stelling a.d.h.v. de gelezen literatuur.
Benoem steeds minimaal een kenmerk van de bron waarop je je baseert.
Stelling: kinderen die opgroeien bij lesbische moeders hebben meer
probleemgedrag dan kinderen die opgroeien bij heteroseksuele ouders.
Sluit je antwoord af met ‘dus…’