1. Noem de 4 verklaringen binnen biologische psychologie.
- fysiologische verklaring
- ontogenetsche verklaring
- evolutonaire verklaring
- functonele verklaring
2. Welke van de bovengenoemde verklaringen houd zich het meest bezig met kinderen?
De ontogenetsche verklaring
3. Een gecamoufeerd uiterlijk is een voorbeeld van een …. Verklaring
Functonele
4. Het fokken van dieren valt onder natuurlijke/artficiële selecte
5. Door gedragsaanpassingen krijg je wel/niet een genetsche verandering
6. De stroming die geloofd dat lichaam en geest één zijn noemt men..
monisme
7. Welk dilemma had Rene Decrates ?
Hoe de fysieke brein en ontastbare geest samenwerkten
8. Abolitonisten zijn voor/tegen dierenonderzoek?
9. Hoeveel chromosoomparen heef de mens?
23 paren
10. Groene ogen is een voorbeeld van een recessief/dominant gen?
11. Een recessief/dominant gen kan een generate overslaan
12. Heef de X of Y chromosoom de minste eigenschappen?
Y
13. De vrouw geef een XX of XY chromsoon aan haar kind?
14. Geven neuronen elektrische prikkels of chemische prikkels?
Elektrische prikkels
15. Hoeveel procent van de hersenen bestaan uit gliacellen?
50 procent
16. Tot hoelang kan een axon worden?
1 meter
17. Waaruit halen neuronen energie?
Glucose
18. Wat is de functe van een dendriet?
het ontvangen van informate
, 19. Wat is de eindbestemming van een axon?
de synaps
20. Een sensorische neuron gaat naar de hersenen toe en is dus afferent/efferent.
21. Purkinjecellen bevinden zich in de..?
kleine hersenen (cerebellum)
22. Wat is de functe van Astrocyten?
Afval van neurotransmiters opruimen
23. Welke gliacellen zijn belangrijk voor het immuunsysteem?
microgliacellen
24. Rediale gliacellen zorgen voor…
de groei van axonen en dendrieten
25. Wat is het nadeel van de bloed brein barrière?
Het houdt nutge stoffen zoals bepaalde voeding en medicijnen tegen
26. Welke moleculen kunnen wel door de bloed brein barrière?
kleine moleculen en moleculen die oplosbaar zijn in vet (drugs)
27. Wat is de functe van de myeline laag rondom een axon?
Bescherming en ervoor zorgen dat prikkels niet alle kanten opgaan
28. De buitenkant van een neuron is tjdens rust..
positef geladen met natrium
29. De binnenkant van een neuron is tjdens rust…
negatef geladen met kalium
30. Wanneer een membraan in de ruststand is vind er wel/geen wisselwerking plaats tussen natrium
en kalium.
31. Wat is de functe van de natrium kalium pomp?
Balans houden tussen natrium en kalium
32. Een membraan heef in de ruststand een lading van..?
- 70 Mv
33. Wat gebeurd er wanneer de drempelwaarde wordt bereikt?
Alle natrium kanalen gaan open en stromen naar binnen waardoor de neuron positef geladen wordt.
De kalium kanalen blijven dicht.
34. Wat is de drempelwaarde van een membraam?
- 55 Mv
35. Waarom moet de lading weer dalen in een neuron?
Omdat het moet worden klaargemaakt voor een later signaal
36. Wat is gebeurd er tjdens hyperpolarisate?
Er kunnen geen prikkels worden opgenomen. Natriumkanalen zijn hierbij volledig dicht en kalium
open.