Fase 1: De situatie en het dilemma
1. Wat is precies de situatie?
In de derde week van mijn stage begon ik steeds meer helder te krijgen wat mijn taken waren. Eén
van die taken was om een aantal cliënten te bellen en te vragen hoe de situatie ervoor stond. Eén
case viel mij op, omdat ik het een heftige situatie vond. Ik las over een man die zijn zoon graag bij
ons wilde onderbrengen. De moeder van deze jongen wilde dit niet en is door dit meningsverschil
met haar zoon naar het binnenland verhuist. Daar is de jongen volgens vader zowel mentaal als
fysiek achteruit gegaan. Ik las dat vader beweerde dat zijn zoon is afgevallen en weinig voorzie-
ningen heeft. Hij heeft o.a. geen goede rolstoel, geen klamboe tegen de muggen en als er ge-
zondheidsproblemen zijn, geen medicatie en/of een dokter. Ik schrok toen ik dit las, want als ie-
mand een ernstige beperking heeft, zijn zulke voorzieningen van levensbelang.
Na het inlezen van deze case heb ik contact opgenomen met vader. Ik heb hem gevraagd hoe de
situatie ervoor staat en hij vroeg direct of hij langs mocht komen op kantoor. Hij wilde graag kennis
maken aangezien ik nieuw ben en mij de situatie beter uitleggen. Ik stemde hiermee in en een
halfuur later was hij er.
Het verhaal dat hij vertelde, vond ik erg heftig. Hij vertelde dat zijn zoon op jonge leeftijd hartpro-
blemen kreeg. Verder was hij gezond en had hij geen achterstand en/of een beperking. Voor dit
hartprobleem moest zijn zoon geopereerd worden. Deze operatie kon niet in Suriname uitgevoerd
worden en daarom is hij samen met zijn zoon naar Nederland gegaan. Zijn zoon bleek nieuwe
hardkleppen nodig te hebben. Normaal gesproken worden er bij zo’n probleem kunstkleppen ge-
plaatst. De chirurg die deze operatie uitvoerde, vond dat het beter was om kleppen te maken uit
het eigen weefsel van de jongen. Volgens vader is dit zonder overleg gebeurt. Vlak na de operatie
bleken deze kleppen niet goed te functioneren en toen is de jongen op de intensive care opgeno-
men. Hier ging het al helemaal mis, want op de intensive care is er, volgens vader, door nalatig-
heid een slangetje losgeschoten die zuurstof toediende bij de jongen. Hier zijn ze te laat achter
gekomen en hierdoor heeft de jongen teveel zuurstofgebrek gehad. Door dit zuurstoftekort is de
jongen nooit meer dezelfde geworden en is hij blind, bedlegerig en heeft hij een ernstige ontwikke-
lingsachterstand.
Vader vertelde dit verhaal op een boze toon. Ik kon zien dat hij erg verdrietig was. Vader vertelde
aan mij dat het al 14 jaar geleden is, maar dat hij nog steeds wil vechten voor gerechtigheid. Hij
heeft een rechtszaak aangespannen tegen het desbetreffende ziekenhuis, maar hier is na al die
jaren nog steeds niets uit voortgekomen. Dit hele proces heeft vader erg veel tijd en geld gekost.
Toen hij terug kwam naar Suriname is het van kwaad tot erger gegaan. Zijn bedrijf was failliet ge-
gaan en zijn vrouw kon de druk niet meer aan en is van hem gescheiden. Vader legt alle schuld bij
de doktoren. Hij beweert zelfs dat het vaker gebeurt en dat Nederlandse artsen schuldig zijn aan
het experimenteren op kinderen uit derde wereld landen. Hij heeft naast de rechtszaak ook journa-
listen ingeschakeld over zijn situatie. Hier is destijds ophef over geweest en de zaak kwam veel in
het nieuws.
Vader voelt zich alleen in deze situatie. Er is niemand die hem wil/kan helpen, omdat iedereen het
volgens hem opgegeven heeft. Ook heeft hij zijn vrouw heel vaak gebeld en gevraagd om terug te
komen naar Paramaribo, maar dit wil zij niet. Ik heb hem toen om toestemming gevraagd zelf con-
tact op te nemen met zijn ex-vrouw. Toen ik zijn ex-vrouw aan de telefoon had, was zij naar mijn
idee erg correct. Ze zei dat ze hier goede medische zorg hebben en dat zij mede om die reden niet
terug wil naar Paramaribo. Vader had mij verteld dat ze erg boos en gefrustreerd is en niet wil pra-
ten, maar mijn beleving was anders toen ik moeder sprak. Wel bevestigde ze dat ze het financieel
heel moeilijk heeft, maar dat zij verwacht binnenkort een baan te hebben.
, Ik had nu dus het verhaal van moeder en van vader gehoord. Een paar dagen na dit gesprek,
kwam vader ineens mijn kantoor binnen gelopen en gaf hij mij een grote enveloppe en wat tele-
foonnummers. Hij vroeg of ik zijn advocaat en maatschappelijk werker in Nederland wilde bellen
om na te vragen hoe de zaak ervoor staat. Ik heb tegen hem gezegd dat ik in overleg met mijn col-
lega kijk wat wij voor hem kunnen betekenen en hoe we dit verder oppakken.
Ik sta inmiddels voor een lastige keuze. Wil ik hem helpen ja of nee? Stel, ik wil hem helpen, kan ik
dit dan wel? Heb ik hier genoeg kennis voor? Ik wil deze man niet alleen laten in deze situatie, zo-
als voorheen is gebeurt, maar is het überhaupt wel mogelijk? Dit zijn vragen die continue door mijn
hoofd spelen.
2. Wat is het ethisch dilemma?
Ik denk dat we hier te maken hebben met een dilemma voor zowel mij als vader. Echter, zal mijn
keuze van grote invloed zijn op het dilemma van vader.
Het dilemma voor mij is dat wanneer ik hem help, ik niet over de juiste kennis beschik. Ook kan ik
het moeilijk verantwoorden tegenover mijn stageplek, omdat zij de case het liefst laten rusten.
Wanneer ik hem niet help, heb ik het gevoel weer de zoveelste te zijn die hem alleen laat en be-
kruipt mij het gevoel van ongerechtigheid. Vanuit mijn beroepsopvatting vind ik ongerechtigheid
niet juist. En stel de artsen hebben echt opzettelijk geëxperimenteerd? Stel dat vader gelijk heeft
over zijn vermoedens? Dan moet er toch echt iets gebeuren!
Voor vader vormt zich, naar mijn mening, ook een dilemma. Als ik naar de situatie kijk, vermoed ik
dat moeder verder is gegaan met haar leven en de situatie meer accepteert dan vader. Het is nu
14 jaar geleden en vader zegt zelf geen moment rust te hebben gehad sinds deze gebeurtenis. Dit
vind ik niet goed! Op het moment dat we alles nog meer open gooien, kan het weer uitlopen op
een teleurstelling en dit is niet fijn voor vader. Aan de andere kant denk ik dat als hij het hier bij laat
en de zaak laat rusten hij het gevoel heeft zijn zoon in de steek te laten. Ik denk dat de keuzes
voor vader heel erg moeilijk zijn, maar dat het wel belangrijk is om ze te maken.
Ik merk dat elke keuze voor- en nadelen heeft. Dit komt mede door de waarden en normen die ik
hanteer. Ook heeft elke keuze gevolgen. Ik heb het gevoel dat ik tussen twee kwaden moet kiezen.
Als ik er voor kies vader te helpen m.b.t. zijn hulpvraag, neem ik een risico, omdat ik over weinig
juridische kennis beschik en de kans dat het uitloopt op een teleurstelling is mede daarom groot.
Help ik vader niet dan voelt het voor mij alsof ik hem alleen laat en dit vind ik vanuit mijn beroeps-
opvatting niet juist. Ook heb ik te maken met de werkwijze van mijn organisatie. Zij willen de zaak
laten rusten en zei zeggen dat ik mij er niet mee bezig mag houden. Zij zeggen als instelling dat
deze zaak niet in onze doelgroep past en dat zij alles wat binnen hun mogelijkheden ligt al hebben
geprobeerd. Ik weet niet zo goed of ik dat moet geloven, want het zou ook zo kunnen zijn dan ze
bang zijn een fout te maken en dat vader de media erbij haalt en ons daarmee in een slecht dag-
licht zet. Dit zijn allemaal scenario’s waar ik rekening mee moet houden in mijn besluit.
Ik merk dat het verhaal van deze man mij veel doet, maar zo lang de instelling nee zegt, is het
moeilijk om het goed te doen. Ik kan niks anders dan handelen, maar elke handeling die ik doe
heeft nadelen.
Om deze redenen is dit voor mij een ethisch dilemma en hier wil ik in mijn analyse verder op in-
gaan.