De maatschappelijke context sociaal werk
Galina van der Weert
,Hoofdstuk 1:
Missie sociaal werker: bevorderen dat mensen in onze samenleving tot hun recht komen als mens en
als burger.
Het werk van een sociaal werker speelt zich af op drie niveau’s:
1. De directe leefomgeving = micro
2. Het netwerk informeel en formeel = meso
3. De gemeenschap = macro
Deze sociale contexten hebben invloed op het functoneren van mensen.
De drie kerntaken sociaal werker:
1. Het bevorderen van het sociale functoneren. ervoor zorgen dat mensen in hun sociale
context relates kunnen aangaan en
onderhouden
2. Versterken van organisatorische verbanden de social worker dient samen te werken met
andere disciplines en organisates bv. met de
huisarts, familie etc.
3. Bevorderen van eigen professionaliteit en ontwikkeling van het beroep de sociaalwerker
moet refectef zijn en
om kunnen gaan met
ethische kwestes.
Eigenschappen sociaal werker:
1. Benaderen en benaderbaar zijn. dus mensen aanspreken + luisteren naar probleem
2. Onderzoekend zijn onderzoek doen naar het probleem.
3. Coördineren, organiseren en mensen kunnen samenbrengen om tot een oplossing te komen
4. Ondernemend zijn
Sociaal werker werkt in de zorg en welzijn. is heel breed dus je wordt niet voor één specifek ding
opgeleid, maar je weet overal iets van af.
Zie geschiedenis sociaal werk BSW-A
Door de geschiedenis is vraaggericht werken centraal komen te staan. Het gaat er meer om dat de
cliënt meer zelf te laten doen. doel: het vergroten of ondersteunen van zelfredzaamheid
Informele zorg = zorg geleverd door het sociale netwerk van een cliënt
Formele zorg = zorg geleverd door professionals
Nuldelijnszorg: zelfhulp, informele zorg. Bv. Mantelzorg, vrijwillige buurthulp
Eerstelijnszorg: vrij toegankelijke zorg. Professionele zorg.
BV. Huisarts, maatschappelijk werker
Tweedelijnszorg: specialistsche zorg. Verwijzing nodig. bovenste punt
BV ziekenhuis, psychiater
Intramurale zorg = zorg tussen de muren, binnen een instelling persoon moet hier ook verblijven!
Extramurale zorg = zorg buiten de muren en instelling ook wel ambulante zorg genoemd.
, Generalist = iemand die van alles een beetje weet
Specialist = iemand die op een onderdeel is gespecialiseerd bv. psychiatrie
Maatschappelijk werk = eerste aanspreekpunt bij problemen die zich niet direct oplossen
Doel: ondersteunen in zelfredzaamheid.
Geestelijke iezondheidszori = intramuraal, extramuraal of ambulante zorg gericht op de geestelijke
gezondheid van mensen.
Gehandicaptenzori = voor mensen met een fysieke of verstandelijke beperking zowel intramuraal
als extramuraal.
Jeuidzori = allerlei vakgebieden met betrekking tot jeugd: opvoeding, psychiatrie, gesloten
jeugdzorg, jeugdbescherming
Hoofdstuk 2:
Sociale steun = steun of hulp van iemand uit het sociale netwerk
Sociaal kapitaal = op hoeveel sociale steun iemand kan rekenen
Mantelzorg = langdurige vrijwillige zorg verlenen aan een ander
Vrijwilligers = hulp/steun van iemand die niet van je sociale netwerk komt
Professionele steun = bieden meer hulp dan dat mantelzorgers en vrijwilligers etc. kunnen bieden
Belangenorganisate = komen op voor belangen van cliënten en burgers. Bv. tegen eenzame ouderen
Burgerinitateven = op vrijwillige basis werken burgers samen naar een doel, omdat ze betrokken zijn
bij een doelgroep, situate willen verbeteren of iets terug willen doen.
Om een burgerinitatef op de politeke agenda te krijgen zijn 40.000 handtekeningen nodig