Vermogensrecht rechtsgebied waarbij de regels omtrent vermogen centraal staan, onder te verdelen
in verbintenissenrecht en goederenrecht.
Vermogen het geheel van rechten en plichten dat op een bepaald moment aan de rechtssubject
toekomen en dat op geld waardeerbaar is.
Verbintenissenrecht het verbintenissenrecht regelt de rechtsverhoudingen tussen rechtssubjecten
(natuurlijke personen en rechtspersonen).
Verbintenis een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee (of meer) personen, op
grond waarvan de ene persoon (schuldeiser) recht heef op een prestaie waartoe de ander (schuldenaar) is
verplicht. Verbintenissen kunnen slechts ontstaan indien dit uit de wet voortvloeit – art 6:1 BW.
Rechtssubject drager van rechten en plichten (natuurlijke personen en rechtspersonen).
Rechtsfeiten gebeurtenissen waaraan het recht gevolgen (rechtsgevolgen) verbind. Rechtsfeiten
ontstaan door menselijk handelen en uit blote rechtsfeiten.
Menselijk handelen er zijn twee soorten menselijk handelen met rechtsgevolgen, namelijk:
» Rechtshandelingen handelingen die op rechtsgevolgen zijn gericht. Zie art. 3:33 BW
(wil + verklaring).
- Meerzijdige rechtshandelingen: verricht door twee of meer personen;
- Eenzijdige rechtshandelingen: verricht door één persoon.
» Feitelijke handelingen handelingen die niet op rechtsgevolg zijn gericht, maar waar het
recht wel rechten en plichten aan verbindt (zie bijvoorbeeld art. 6:162 BW onrechtmaige daad)
Handelingsbekwaamheid de bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten. Ieder natuurlijk persoon is
handelingsbekwaam, tenzij de wet anders bepaald, verricht een handelingsonbekwame toch een
rechtshandeling dan is de rechtshandeling vernietgbaar. Handelingsonbekwame:
» Minderjarigen art 1:233 e.v. BW
» Onder curatele gesteleden art 1.381 e.v. BW