Vraag 1: Evolutie van de lagere vertebraten ( 8 )
Voor de gewervelde dieren kon de overgang van water naar land slechts
plaatsvinden dankzij een aantal aanpassingen in het bouwplan.
Welke aanpassingen op het bouwplan van de vis waren nodig bij de
‘verovering’ van het land? Geef duidelijk aan wat de ”beginsituatie” was en
wat voor veranderingen de betrokken organen ondergingen
a) Met betrekking tot ademhaling:
aanleg van longen en afbouw kieuwen
longen worden vooraf gegaan door uitstulpingen van de pharynx of de
zwemblaas
b) Met betrekking tot uitdroging:
huid wordt minder doorlaatbaar. Keratinisatie van de epidermis, verdwijnen
van slijmklieren
huid met beenschubben en slijmlaag wordt omgevormd tot huid zonder
beenschubben en zonder slijmklieren
c) Met betrekking tot locomotie:
vinnen worden poten
kwastvinnigen hebben al benige onderdelen in de aanhechting van de vinnen
om door ondiep water te ‘kruipen’, deze worden de pootbotten
d) Met betrekking tot het bemachtigen van voedsel:
suktion feeding kan niet meer; kaken veranderen; bijten en grijpen
de kinetische schedel wordt rigide; de verschillende onderdelen van de
onderkaak worden gereduceerd tot 1 deel.
Vraag 2: Genetische variatie ( 4 )
Genetische variatie of diversiteit binnen een diersoort kan onderzocht worden
door loci in het DNA elektroforetisch te vergelijken. Toch is de genetische
Voor de gewervelde dieren kon de overgang van water naar land slechts
plaatsvinden dankzij een aantal aanpassingen in het bouwplan.
Welke aanpassingen op het bouwplan van de vis waren nodig bij de
‘verovering’ van het land? Geef duidelijk aan wat de ”beginsituatie” was en
wat voor veranderingen de betrokken organen ondergingen
a) Met betrekking tot ademhaling:
aanleg van longen en afbouw kieuwen
longen worden vooraf gegaan door uitstulpingen van de pharynx of de
zwemblaas
b) Met betrekking tot uitdroging:
huid wordt minder doorlaatbaar. Keratinisatie van de epidermis, verdwijnen
van slijmklieren
huid met beenschubben en slijmlaag wordt omgevormd tot huid zonder
beenschubben en zonder slijmklieren
c) Met betrekking tot locomotie:
vinnen worden poten
kwastvinnigen hebben al benige onderdelen in de aanhechting van de vinnen
om door ondiep water te ‘kruipen’, deze worden de pootbotten
d) Met betrekking tot het bemachtigen van voedsel:
suktion feeding kan niet meer; kaken veranderen; bijten en grijpen
de kinetische schedel wordt rigide; de verschillende onderdelen van de
onderkaak worden gereduceerd tot 1 deel.
Vraag 2: Genetische variatie ( 4 )
Genetische variatie of diversiteit binnen een diersoort kan onderzocht worden
door loci in het DNA elektroforetisch te vergelijken. Toch is de genetische