Economie Ruilen over de tijd
Hoofdstuk 9 Ruilen over de tijd
Een levensloop bestaat uit opeenvolgende levensfasen. Ieder fase kent een
andere fnanciële fase.
Financiële grootheden die je meet op een bepaald moment, zoals bezittingen en
schulden. Zijn voorraadgrootheden.
Financiële grootheden die de verandering in een bepaalde periode weergeven,
zoals inkomsten en uitgaven. Zijn stroomgrootheden. Meestal lopende
rekening.
Een (primair) inkomen is een beloning voor het beschikbaar stellen van natuur,
arbeid, kapitaal of ondernemerschap.
Menselijk kapitaal is dat je kennis en vaardigheden kunt inzetten om goederen
en diensten te produceren.
Verdiencapaciteit is de mogelijkheid om een inkomen uit arbeid te verdienen.
Bij ruilen over de tijd stel je een consumptie uit of je vervroegt consumptie. Dit
noem je intertemporele ruil.
Sparen is het afzien van consumptie op een bepaald moment, het uitstellen van
een bepaalde consumptie. De rente die je ontvangt is de beloning.
Spaarmotieven:
Zekerheidsmotief Geld hebben in het geval dat iets kapot gaat of dat je geld
nodig hebt.
Doelmotief Bepaalde goederen of product dat je heel graag wilt hebben.
Vermogensmotief Vermogen vergroten door te sparen.
Risico bij het sparen Rentepercentage is lager dan infatiepercentage,
koopkracht van gespaarde geld neemt dan af.
Lenen is het naar voren halen van consumptie en het later terugbetalen.
Leenmotieven:
Lenen om een tegenslag op te vangen Voor het geval dat er een crisis
komt, en je werkeloos raakt.
Aanschaf van (duurdere) consumptiegoederen
Tijdelijk tekort opvangen
Consumptie krediet zijn alle geldleningen die bedoeld zijn voor de aanschaf
van consumptiegoederen, zoals creditcard en rood staan op de bankrekening.
- Rood staan bij een bank rekenings-courantkrediet
- Persoonlijke rekening rente staat vast voor lange tijd, wordt maandelijks
uitbetaalt/betaling
Hoofdstuk 9 Ruilen over de tijd
Een levensloop bestaat uit opeenvolgende levensfasen. Ieder fase kent een
andere fnanciële fase.
Financiële grootheden die je meet op een bepaald moment, zoals bezittingen en
schulden. Zijn voorraadgrootheden.
Financiële grootheden die de verandering in een bepaalde periode weergeven,
zoals inkomsten en uitgaven. Zijn stroomgrootheden. Meestal lopende
rekening.
Een (primair) inkomen is een beloning voor het beschikbaar stellen van natuur,
arbeid, kapitaal of ondernemerschap.
Menselijk kapitaal is dat je kennis en vaardigheden kunt inzetten om goederen
en diensten te produceren.
Verdiencapaciteit is de mogelijkheid om een inkomen uit arbeid te verdienen.
Bij ruilen over de tijd stel je een consumptie uit of je vervroegt consumptie. Dit
noem je intertemporele ruil.
Sparen is het afzien van consumptie op een bepaald moment, het uitstellen van
een bepaalde consumptie. De rente die je ontvangt is de beloning.
Spaarmotieven:
Zekerheidsmotief Geld hebben in het geval dat iets kapot gaat of dat je geld
nodig hebt.
Doelmotief Bepaalde goederen of product dat je heel graag wilt hebben.
Vermogensmotief Vermogen vergroten door te sparen.
Risico bij het sparen Rentepercentage is lager dan infatiepercentage,
koopkracht van gespaarde geld neemt dan af.
Lenen is het naar voren halen van consumptie en het later terugbetalen.
Leenmotieven:
Lenen om een tegenslag op te vangen Voor het geval dat er een crisis
komt, en je werkeloos raakt.
Aanschaf van (duurdere) consumptiegoederen
Tijdelijk tekort opvangen
Consumptie krediet zijn alle geldleningen die bedoeld zijn voor de aanschaf
van consumptiegoederen, zoals creditcard en rood staan op de bankrekening.
- Rood staan bij een bank rekenings-courantkrediet
- Persoonlijke rekening rente staat vast voor lange tijd, wordt maandelijks
uitbetaalt/betaling