Vrijwilligersmarkt XXX
XXX
Studentnummer: XXX
Datum:
Schoevers
Projectmanagement
Office en eventmanagement
1
, Voorwoord.
XXX
Samenvatting.
Het plan wat voor u ligt gaat over het organiseren en realiseren van een vrijwilligersmarkt binnen de
kerkelijke gemeente XXX.
In Hoofdstuk 1 zal er besproken worden wat het project precies in houdt, de projectbeschrijving. Zo
wordt er in de aanleiding uitgebreid vertelt wat precies het probleem is waarvoor de vrijwilligersmarkt
georganiseerd wordt. Daarna wordt het doel van het project SMART geformuleerd. Ook worden de
gewenste resultaten besproken. Verder wordt er goed nagedacht over de afbakening. Hierin wordt
besproken over wat er wel en niet gedaan wordt binnen het gesprek. Zo wordt er in een PBS, product
breakdown system, laten zien wat er wel gedaan wordt binnen het project.
Nadat er uitgebreid besproken is wat het project inhoudt wordt er gekeken naar de projectorganisatie.
Dit gebeurt in hoofdstuk 2. Zo wordt er duidelijk wie er allemaal mee werken aan het project en wat
hun rollen zijn. In het communicatieplan wordt er duidelijk wanneer en met wie er gecommuniceerd
gaat worden met de projectmedewerkers en met de stakeholders van dit project.
In de planning wordt uitgebreid aangegeven in welke fase wat gaat worden uitgevoerd. Dit is in een
GANTT-diagram laten zien. Om binnen de kosten te blijven, is er in hoofdstuk 2 ook een kostenplaatje
opgenomen met een overzicht hoeveel uren de projectmedewerkers nodig zullen hebben om hun
taken uit te voeren.
Om eventuele risico’s voor te zijn, is er een risicolijst gemaakt. Hierin is te zien wat de risico’s zijn, wat
de kans is dat het gebeurt, de eventuele impact ervan. Ook worden de maatregelen bekend gemaakt
en wie er verantwoordelijk is.
Om het hele project succesvol af te ronden, is een goede beheersing nodig. Dit wordt besproken in de
laatste paragraaf van hoofdstuk 2 via alle beheers factoren. De beheers factoren die hiervoor worden
gebruikt zijn de letters die samen BAKT DOOR vormen. Budget, afbakening, kwaliteit, tijd, doel,
omgeving, organisatie en risico’s.
2
XXX
Studentnummer: XXX
Datum:
Schoevers
Projectmanagement
Office en eventmanagement
1
, Voorwoord.
XXX
Samenvatting.
Het plan wat voor u ligt gaat over het organiseren en realiseren van een vrijwilligersmarkt binnen de
kerkelijke gemeente XXX.
In Hoofdstuk 1 zal er besproken worden wat het project precies in houdt, de projectbeschrijving. Zo
wordt er in de aanleiding uitgebreid vertelt wat precies het probleem is waarvoor de vrijwilligersmarkt
georganiseerd wordt. Daarna wordt het doel van het project SMART geformuleerd. Ook worden de
gewenste resultaten besproken. Verder wordt er goed nagedacht over de afbakening. Hierin wordt
besproken over wat er wel en niet gedaan wordt binnen het gesprek. Zo wordt er in een PBS, product
breakdown system, laten zien wat er wel gedaan wordt binnen het project.
Nadat er uitgebreid besproken is wat het project inhoudt wordt er gekeken naar de projectorganisatie.
Dit gebeurt in hoofdstuk 2. Zo wordt er duidelijk wie er allemaal mee werken aan het project en wat
hun rollen zijn. In het communicatieplan wordt er duidelijk wanneer en met wie er gecommuniceerd
gaat worden met de projectmedewerkers en met de stakeholders van dit project.
In de planning wordt uitgebreid aangegeven in welke fase wat gaat worden uitgevoerd. Dit is in een
GANTT-diagram laten zien. Om binnen de kosten te blijven, is er in hoofdstuk 2 ook een kostenplaatje
opgenomen met een overzicht hoeveel uren de projectmedewerkers nodig zullen hebben om hun
taken uit te voeren.
Om eventuele risico’s voor te zijn, is er een risicolijst gemaakt. Hierin is te zien wat de risico’s zijn, wat
de kans is dat het gebeurt, de eventuele impact ervan. Ook worden de maatregelen bekend gemaakt
en wie er verantwoordelijk is.
Om het hele project succesvol af te ronden, is een goede beheersing nodig. Dit wordt besproken in de
laatste paragraaf van hoofdstuk 2 via alle beheers factoren. De beheers factoren die hiervoor worden
gebruikt zijn de letters die samen BAKT DOOR vormen. Budget, afbakening, kwaliteit, tijd, doel,
omgeving, organisatie en risico’s.
2