Hoorcollege 1 - Inleiding
Wat is rechtspsychologie?
Veel gaat over het bewijs en de waarde van getuigenverklaringen (deze is heel groot). Veel
zaken worden aan de hand hiervan bewezen. Verder is de waarde van bekentenissen,
herkenningen en leugendetectie van groot belang. Hierbij is een beoordeling van deskundigen
vaak nodig. Denk bijvoorbeeld aan sexual abuse dat pas na jaren wordt aangegeven. Een
psycholoog moet dan door middel van de DSM-V het verhaal verifiëren, aangezien alleen een
getuigenverklaring niet genoeg is voor een veroordeling. Er is hier echter sprake van een
verborgen circulaire redenering. Er wordt bijvoorbeeld door de psycholoog PTSS vastgesteld
door middel van de verklaring van het slachtoffer zelf. Dit is wel een valide manier voor
therapie, maar zo wordt de verklaring van de psycholoog gebruikt om de verklaring van het
slachtoffer te bevestigen.
Er zijn twee kanten aan de rechtspsychologie:
1) Het gedrag van participanten in het recht: denk aan bijvoorbeeld getuigen, verdachte
verklaringen, herinneringen en amnesie, invloed van middelengebruik, gedrag van
daders en politie, etc.
2) De psychologie van het recht: is straffen nuttig? Zijn rechtsregels nuttig? Waar baseren
rechters hun uitspraak op, hoe straffen ze?
Het doel van de procedures is om op een geformaliseerde manier recht te spreken. De overheid
moet in toom gehouden worden, onschuldige mensen mogen niet vast komen te zitten.
Men wil de rollen duidelijk maken, de juiste procedures volgen, open communiceren en
respectvol zijn, maar dit is vaak in conflict met elkaar. Men wil namelijk genoeg en goede
informatie vergaren voor het nemen van de beslissing, maar tegelijkertijd wil men deelnemers
de ruimte geven om hun doelen na te streven.
Ook het belang van maatschappijopvattingen moet niet onderschat worden. Het grote verschil
zit in de stijl van aanklagen: inquisitoir VS adversarial/accusatoir. Een inquisitoire aanpak
wordt vaak minder rechtvaardig gevonden. Dit is iets wat de samenleving van groot belang
vindt: rechtvaardigheid (iedereen moet krijgen wat hij wil). Dit kan op verschillende
manieren:
- Equity: het uitdelen van straffen/beloningen proportioneel aan wat je verdient.
- Equality: gelijke verdeling over mensen.
- Need: verdeling proportioneel aan wat mensen nodig hebben/waar ze behoefte aan
hebben.
Binnen het recht zijn distributieve rechtvaardigheid (juiste beslissing) en procedurele
rechtvaardigheid (juiste procedure) ook van groot belang.
Rechtsverschillen
Er zijn tussen landen verschillen bewijsregels wat betreft óf een bewijsstuk gebruikt mag
worden, en hoe het dan gebruikt wordt. In Nederland is het zo dat de rechter mag veroordelen
als deze overtuigd is van de schuld van de verdachte (conviction intime). Dit is op basis van de
,vragen die gesteld zijn. Hij moet zijn veroordeling wel kunnen motiveren en uitleggen
(conviction raisonnée). In de Verenigde Staten is dit helemaal niet aan de orde. De jury beslist
hier of de verdachte schuldig is of niet, en hoeft dit verder niet te motiveren.
Hierbij zijn de equality of arms (de verdachte in een strafzaak moet een redelijke kans krijgen
om zijn kant van het verhaal naar voren te brengen, zodat hij dezelfde kansen krijgt als de
aanklager) en waarheidsvinding vaak in conflict.
Heuristieken en beslisregels
Gigerenzer: we moeten voortdurend beslissingen nemen, dit doen we door
beslissingsheuristieken toe te passen. Hierdoor kunnen we snel en gemakkelijk beslissingen
nemen. We gaan namelijk niet eerst een beslissingsmodel maken om voor- en nadelen af te
wegen.
Volgens Kahneman zijn hier 2 systemen voor:
1) Hier hoef je vaak maar simpele beslissingen te maken, die meestal goed zijn. Het werkt
snel en moeiteloos, bijvoorbeeld: ‘Wil je melk in je koffie?’ → alleen ja/nee antwoorden.
2) Om een ingewikkelder probleem op te lossen waar je vaak langer over moet nadenken.
Het vergt meer inspanning, concentratie en informatie.
Er zijn verschillende heuristieken:
- Affectheuristiek: dit is direct geleid door voorkeuren en afkeer.
- Associatieheuristiek: er is sprake van samenhang in plaats en tijd (en dus causaliteit).
- Stereotypering: hierbij spelen een aantal processen een rol: het plaatsen van mensen
en dingen in categorieën, en alle dingen en mensen in een categorie gelijksoortig
behandelen. Dit is vaak nodig bij afwezigheid van volledige kennis over iets.
- Halo-effect: dit is het verschijnsel waarbij de aanwezigheid van een bepaalde kwaliteit
de suggestie wekt bij de waarnemer dat andere kwaliteiten ook aanwezig zijn.
- Beschikbaarheidsheuristiek: als in je omgeving iemand overlijdt aan kanker, acht je
de kans groter om zelf ook kanker te krijgen.
- Framing effect: mensen baseren hun kans liever op hoge positiviteit, dan op lage
negativiteit, bijvoorbeeld: ‘90% kans op overleven bij deze operatie’ en ‘10% kans op
overlijden bij deze operatie’, als je dat laatste zegt zullen ze sneller weigeren dan
wanneer je dat eerste zegt.
- Base rate fallacy: ‘Ik heb een perfecte methode om de zien of een verdachte liegt: als hij
knippert met zijn ogen, liegt hij. Ik blijk het altijd bij het rechte eind te hebben!’ Tuurlijk
heeft hij dan altijd gelijk, mensen knipperen nou eenmaal.
- Hindsight bias: men vindt dingen achteraf altijd logisch verklaarbaar, terwijl dit vooraf
(op basis van feiten) helemaal niet het geval was. Meestal zou het vooraf niet voorspeld
of verklaard kunnen worden.
, Hoorcollege 2 - Waarneming en getuigen
Petit jury: deze bestaat uit mensen uit de directe omgeving van de verdachte, zij gaan getuigen
en beslissen over de straf. Dit werden uiteindelijk 12 mensen die een onafhankelijk beslissingen
moesten maken.
→ Maar hoe selecteer je nou een jury?
Dit is in de Verenigde Staten moeilijk omdat ze geen burgerlijke stand hebben. Ze moeten daar
afgaan op gegevens van bijvoorbeeld rijbewijzen of mensen die zich voor juryduty registreren.
Uit dit bestand wordt dan een jurypool gekozen. Deze mensen moeten een vragenlijst invullen
(voire dire). Aan de hand hiervan worden ze ter zitting ondervraagd om te bepalen of ze
geschikt zijn als jurylid:
- Pre-emptory challenge: geen reden voor bezwaar.
- Challenge for cause: bezwaar op jury met een reden.
De jury in België: Opgladbeek (de zaak van Els&Els)
In België proberen ze de jury af te schaffen, hierom wordt deze nog maar weinig gebruikt. Er
komen alleen nog maar zaken voor waar het OM levenslang eist (bijv. moord met voorbedachte
rade). In dit voorbeeld hebben beiden Els’en een verhouding met Marcel. Ze gingen met zijn
allen parachutespringen. Els v.D. is toen neergestort omdat zowel haar eerste als reserve
parachute waren gesaboteerd. De eerste verdachte was Els C., omdat zij jaloers zou zijn op de
relatie van Els v.D. en Marcel. Verder had zij ook de kennis, gelegenheid en tijd. Ook was zij
uiteindelijk degene die de pilot-chute had gevonden, een stuk verder van waar Els v.D. terecht
was gekomen. Ze werd uiteindelijk door de jury veroordeeld tot 30 jaar cel, ze had 10 jaar
minder kunnen krijgen bij toon van berouw maar ze bleef volhouden dat ze het niet had gedaan.
Getuigen
Vaak zijn ze goed, maar niet altijd. Men onthoudt namelijk vaak alleen de ‘nuttige’ dingen die op
dat moment van belang zijn. De illusie bestaat dat er veel slechte getuigen zijn, dit heeft 2
oorzaken:
1) Het onderzoek is gericht op het vinden van hun fouten.
2) Reële problemen zoals:
a) Het weapon-focus-effect: ze hebben dan ideeën over dingen die ze niet gezien
(kunnen) hebben. Er ontstaat een soort tunnelvisie, ze richten hun aandacht op
het meest belangrijke en vaak ook gevaarlijke object in de situatie. Ze kunnen
dan niks meer vertellen over hoe de dader eruit ziet.
b) Ook worden waarnemingen vaak vervormd door stereotypen of verwachtingen:
een getuige heeft het algemene idee dat overvallers altijd een bivakmuts dragen,
dus ze verklaard dit ook aan de politie terwijl dit niet het geval bleek te zijn.
c) Vaak worden er vragen gesteld waarop we het antwoord niet weten, toch geven
we er antwoord op omdat we de situatie zelf verder invullen.
d) Naarmate de tijd verstrijkt vergeten we dingen, we onthouden alleen dingen die
van belang zijn (op dat moment).
Waarnemen
Mensen zijn niet altijd even goed in het waarnemen, hier zitten grenze. Als er sprake is van
verandering, vooral als deze langzaam gaat, merken we dit niet goed op
(veranderingsblindheid).