Psychiatrische Patiënten in Nederland
Student:………………
Klas: 23-VMH-102
Cursus: Schrijven 1 (OVKV1SCH02)
Docenten: ………….
Opleiding: Verpleegkunde, Hogeschool Rotterdam
Datum: 8 november 2023, OP1
1
, Inleiding
Het aantal verzoeken voor euthanasie bij psychiatrische patiënten in Nederland stijgt aanzienlijk,
maar medici, waaronder psychiaters, lijken terughoudend te zijn als het gaat om euthanasie voor
deze specifieke groep patiënten (NOS, 2020). In dit artikel richten we ons op twee wetenschappelijke
studies die zich hebben gericht op euthanasie en hulp bij zelfdoding voor patiënten met
psychiatrische aandoeningen in Nederland. De eerste studie, uitgevoerd tussen 2011 en 2014,
onderzocht de kenmerken van patiënten die euthanasie of hulp bij zelfdoding kregen voor
psychiatrische aandoeningen en hoe dit in Nederland gereguleerd wordt (Kim et al., 2016). De
tweede studie, uitgevoerd tussen 2015 en 2017, richtte zich op euthanasie bij Nederlandse
psychiatrische patiënten en wou inzicht verkrijgen in de kenmerken van de patiënten en de
betrokkenheid van artsen bij euthanasie vanwege psychisch lijden (Veen et al., 2019). In dit artikel
duiken we dieper in deze studies en onderzoeken we hoe ze met elkaar samenhangen. We streven
ernaar zowel de verschillen als de overeenkomsten tussen deze onderzoeken bloot te leggen. Ons
doel is om de omvang van euthanasieverzoeken bij psychiatrische patiënten in kaart te brengen en te
onderzoeken welke kenmerken deze patiënten gemeenschappelijk hebben.
Het aantal gevallen euthanasie bij psychiatrische patiënten in Nederland
In een onderzoek tussen 2011 en 2014, hebben Kim et al. (2016) samenvattingen van psychiatrische
EAS-gevallen geanalyseerd en gecodeerd. Het onderzoek omvatte 66 gevallen, waarvan 70% vrouw
en 30% man waren, met leeftijden variërend van 30 tot ouder dan 70 jaar. Het onderzoek
benadrukte dat psychische problemen en euthanasie-overwegingen geen leeftijdsgrenzen kennen.
Alle patiënten hadden ernstige en vaak chronische aandoeningen. Velen van hen hadden eerdere
zelfmoordpogingen ondernomen en psychiatrische ziekenhuisopnames gehad, wat het diepgaande
lijden benadrukte. Ze werden voornamelijk gediagnosticeerd met persoonlijkheidsstoornissen en
leefden vaak geïsoleerd of eenzaam. Hoewel depressieve stoornissen de meest voorkomende
diagnose vormden (55%), waren ook andere aandoeningen aanwezig, zoals psychotische,
posttraumatische stress- of angststoornissen, neurocognitieve problemen, eetstoornissen, langdurig
verdriet en autisme. Vaak kampten deze patiënten met meerdere gezondheidsproblemen tegelijk.
Het opvallende feit is dat 41% van de artsen die bij deze euthanasiegevallen betrokken waren,
psychiaters waren, wat benadrukt hoe essentieel hun rol is in het begrijpen en behandelen van
ernstige psychische problemen.
Van Veen et al. (2019) onderzochten euthanasie van Nederlandse psychiatrische patiënten in de
periode van 2015 tot 2017. De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE's) publiceerden in
2015 en 2017 43 oordelen online. Uiteindelijk werden 35 oordelen gebruikt voor het onderzoek, wat
aangeeft dat niet alle oordelen in aanmerking kwamen voor analyse. In deze tweede studie was 77%
van de patiënten vrouw. De meerderheid van hen was ouder dan 50 jaar, en de leeftijdsgroep tussen
50 en 70 jaar vertegenwoordigde 51% van alle patiënten. Dit benadrukt dat dit probleem voorkomt
bij oudere patiënten met psychische problemen. Stemming- en persoonlijkheidsstoornissen kwamen
het meest voor, naast frequente gevallen van angst- en eetstoornissen. Depressieve stoornissen en
posttraumatische stressstoornissen domineerden de lijst van meest voorkomende diagnoses. Maar
liefst 71% van de patiënten had te maken met meerdere psychische aandoeningen, wat aangeeft dat
de beslissing tot euthanasie vaak werd genomen voor patiënten met complexe problemen.
Uit deze twee onderzoeken, uitgevoerd door Kim et al. (2016) tussen 2011 en 2014 en door Van
Veen et al. (2019) in de periode van 2015 tot 2017, blijkt dat een aanzienlijk aantal vrouwelijke
2