Romeins recht adagia
RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN
Cecile Jansse van Noordwijk | | collegejaar 2018/2019
, Alteri stipulari nemo potest
Letterlijk: niemand kan zich iets laten beloven ten behoeve van een ander. Hieruit
vloeit voort dat overeenkomsten aan derden geen rechten kunnen verschafen. ij
kennen het derdenbeding, waarbij dit wel mogelijk is. Bij de Romeinen zou dit
derdenbeding niet mogelijk zijn geweest. De Romeinen behandelden dit verbod van
een rechtstreeks derdenbeding bij de overeenkomst van stipulatie, een mondelinge
overeenkomst die door de wederpartij wordt aanvaard. Het verbod op dit
rechtstreeks derdenbeding werd door Ulpianus verwoord met de woorden ‘Alteri
stipulari nemo potest’. Prota pagina 262.
Coactus tamen volui
Letterlijk: hoewel gedwongen heb ik toch gewild. Het houdt in dat de rechtshandeling
in beginsel rechtsgevolgen heeft omdat zij is gewild, ondanks dat iemand gedwongen
is. Men drukte dit uit met de woorden: ‘coactus tamen volui’. Paulus legt het uit als
iets onder dwang toch gewild hebben, hoewel hij het niet gewild had als hij een vrije
keus had. Prota pagina 245.
Confessus pro iudicato habetur
Letterlijk: degene die bekend heeft wordt beschouwd als iemand die veroordeeld is.
Als sinds de wet van de twaalf tafelen uit 450 voor christus gold de regel dat de partij
die bekend heeft, gelijkgesteld wordt aan veroordeeld. Een proces eindigde zodra
iemand bekend had, deed iemand dit bij de praetor, dan hoefden de partijen niet
meer naar de rechter en kon de praetor vonnis wijzen. Prota pagina 47.
Consensus facit nuptias
Letterlijk: het huwelijk komt door wilsovereenstemming tot stond. Uit de echtelijke
genegenheid werd afgeleid dat beide partijen moesten instemmen met het huwelijk,
dit kwam tot uitdrukking met het zinnetje: ‘consensus facit nuptias’. Paulus stelde
ook wel dat het huwelijk alleen kon bestaan indien allen hun toestemming gaven, dat
wil zeggen zij die in het huwelijk treden, en degene in wier macht ze zijn. Prota
pagina 80.
Emptio tollit locatum
Letterlijk: koop breekt huur. Met deze spreuk wordt ook wel de onbeschermdheid van
de huurder en pachter tegenover de opvolger onder bijzondere titel (koop) tot
uitdrukking gebracht. Prota pagina 291.
Error iuris nocet
Letterlijk: rechtsdwaling strekt de dwalende tot nadeel. De goede trouw, ook wel
onjuiste mening wordt alleen beschermd indien men dwaalt omtrent een feit;
rechtsdwaling strekt niet tot voordeel, maar is nadelig voor de dwalende. Prota
pagina 165.
Genus non perit
Letterlijk: de soort gaat niet teniet. Moet een zaak worden betaald, maar gaat deze
door overmacht, dan moet deze indien het een vervangbare zaak betreft, vervangen
worden. Betaling gaat in dat geval niet teniet en de schuldenaar wordt daarom niet
bevrijd. Prota pagina 226.
PAGINA 1
RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN
Cecile Jansse van Noordwijk | | collegejaar 2018/2019
, Alteri stipulari nemo potest
Letterlijk: niemand kan zich iets laten beloven ten behoeve van een ander. Hieruit
vloeit voort dat overeenkomsten aan derden geen rechten kunnen verschafen. ij
kennen het derdenbeding, waarbij dit wel mogelijk is. Bij de Romeinen zou dit
derdenbeding niet mogelijk zijn geweest. De Romeinen behandelden dit verbod van
een rechtstreeks derdenbeding bij de overeenkomst van stipulatie, een mondelinge
overeenkomst die door de wederpartij wordt aanvaard. Het verbod op dit
rechtstreeks derdenbeding werd door Ulpianus verwoord met de woorden ‘Alteri
stipulari nemo potest’. Prota pagina 262.
Coactus tamen volui
Letterlijk: hoewel gedwongen heb ik toch gewild. Het houdt in dat de rechtshandeling
in beginsel rechtsgevolgen heeft omdat zij is gewild, ondanks dat iemand gedwongen
is. Men drukte dit uit met de woorden: ‘coactus tamen volui’. Paulus legt het uit als
iets onder dwang toch gewild hebben, hoewel hij het niet gewild had als hij een vrije
keus had. Prota pagina 245.
Confessus pro iudicato habetur
Letterlijk: degene die bekend heeft wordt beschouwd als iemand die veroordeeld is.
Als sinds de wet van de twaalf tafelen uit 450 voor christus gold de regel dat de partij
die bekend heeft, gelijkgesteld wordt aan veroordeeld. Een proces eindigde zodra
iemand bekend had, deed iemand dit bij de praetor, dan hoefden de partijen niet
meer naar de rechter en kon de praetor vonnis wijzen. Prota pagina 47.
Consensus facit nuptias
Letterlijk: het huwelijk komt door wilsovereenstemming tot stond. Uit de echtelijke
genegenheid werd afgeleid dat beide partijen moesten instemmen met het huwelijk,
dit kwam tot uitdrukking met het zinnetje: ‘consensus facit nuptias’. Paulus stelde
ook wel dat het huwelijk alleen kon bestaan indien allen hun toestemming gaven, dat
wil zeggen zij die in het huwelijk treden, en degene in wier macht ze zijn. Prota
pagina 80.
Emptio tollit locatum
Letterlijk: koop breekt huur. Met deze spreuk wordt ook wel de onbeschermdheid van
de huurder en pachter tegenover de opvolger onder bijzondere titel (koop) tot
uitdrukking gebracht. Prota pagina 291.
Error iuris nocet
Letterlijk: rechtsdwaling strekt de dwalende tot nadeel. De goede trouw, ook wel
onjuiste mening wordt alleen beschermd indien men dwaalt omtrent een feit;
rechtsdwaling strekt niet tot voordeel, maar is nadelig voor de dwalende. Prota
pagina 165.
Genus non perit
Letterlijk: de soort gaat niet teniet. Moet een zaak worden betaald, maar gaat deze
door overmacht, dan moet deze indien het een vervangbare zaak betreft, vervangen
worden. Betaling gaat in dat geval niet teniet en de schuldenaar wordt daarom niet
bevrijd. Prota pagina 226.
PAGINA 1