Hooftstuk 1
Het lidwoord, enkelvoud
Een > un of une
De/het > le, la of l’
Bij mannelijke woorden gebruik je het lidwoord ‘le’.
Bij vrouwelijke woorden gebruik je het lidwoord ‘la’.
Als het woord achter le of la met een klinker begint, is het geen le of la, maar l’. Bij de H krijg
je ook l’.
Il en elle als vervanging voor personen
Mannelijk > il
Vrouwelijk > elle
Hij woont in Parijs Il habita à Paris
Hoofdstuk 2
Het lidwoord, meervoud
Le, la, l’ > meervoud: les
Un, une > meervoud: des
In het meervoud komt er een S achter het zelfstandig naamwoord, maar die spreek je niet
uit.
Il y a
Il y a betekend zowel ‘er is’ als ‘er zijn’. Je kunt het vaak ook vertalen door: er ligt, er staat,
erzit, er liggen, er staan, er ziten.
Hoofdstuk 3
De regelmatge werkwoorden op –er
De werkwoorden die eindigen op –er. Je moet er –er vanaf halen, en de stam vastplakken.
Persoonlijke Werkwoord Stam Vertaling
voornaamwoorden
Je Regard E Ik kijk
Tu Regard Es Jij kijkt
Il Regard E Hij kijkt
Elle Regard E Zij kijkt
On Regard E Men kijkt, wij kijken
, Nous Regard Ons Wij kijken
Vous Regard Ez Jullie kijken, u kijkt
Ils Regard Ent Zij kijken
Elles Regard Ent Zij kijken
De dagen van de week
lundi maandag
mardi dinsdag
mercredi woensdag
jeudi donderdag
vendredi vrijdag
samedi zaterdag
dimanche zondag
Hoofdstuk 4
De ontkenning
Ne (trouves) pas
Niet vertaal je in het Frans door Ne en Pas. Ne staat voor de persoonsvorm en pas staat er
vlak achter.
Als ne voor een woord staat dat begint met een klinker of met een ‘h’ dat verandert het in
n’.
Avoir
Avoir is een onregelmatg werkwoord, en betekend hebben.
Persoonlijk voornaamwoord Werkwoord Vertaling
J’ Ai Ik heb
Tu As Jij hebt
Il A Hij heef
Elle A Zij heef
On A Men heef, wij hebben
Nous Avons Wij hebben
Vous Avez Jullie hebben, u heef
Ils Ont Zij hebben
Elles Ont Zij hebben