MENGSELS (9.1)
- Heterogene mengsels: niet-uniforme mengsels en hebben gebieden met verschillende samenstelling.
(deeltjesgroote: > 500 nm)
- Homogene mengsels: uniforme mengsels en hebben overal dezelfde samenstelling.
o Oplossingen: homogene mengsels die deeltjes bevaten van de groote van een ion of kleine
molecule. (deeltjesgroote: 2,0 nm) (helder bv. gekleurd)
o Colloïden: homogene mengsels die deeltjes bevaten met een diameter van 2,0 tot 500 nm.
(troebel)
HET OPLOSSINGSPROCES (9.2)
=> soort zoekt soort
- Polaire solventen (water) lossen polaire en ionaire opgeloste stofen op.
- Apolaire solventen (vet) lossen apolaire opgeloste stofen op.
Solvate of hydratate: eenmaal in oplossing vormen de watermoleculen een losse mantel rond de ionen,
gestabiliseerd door elektrische aantrekking.
stof lost eerst vanbuiten op (vb. poedersuiker lost sneller op dan suiker)
Vaste hydraten – zout + water (p. 260)
Sommige ionaire componenten trekken water zo sterk aan dat ze watermoleculen vasthouden in vaste
vorm om vaste hydraten te vormen.
In de formule van een hydraat bv. CaSO4 ∙ ½ H2O geeft het punt tussen de component en het water weer
dat er 1 watermolecule is per 2 eenheden van de ionaire verbinding.
Hygroscopie = sommige ionaire componenten trekken water zo sterk aan dat ze waterdamp uit de lucht
vasthouden om gehydrateerd te worden
OPLOSBAARHEID (9.3, 9.4, 9.5)
Mengbaar: onderling mengbaar in alle verhoudingen
Ethanol zal blijven oplossen in water onafankelijk van de hoeveelheid die je toevoegt.
De meeste stofen bereiken een oplosbaarheidslimiet waarna de stof niet meer verder zal oplossen.
Verzadigde oplossing: bevat de maximale hoeveelheid op te lossen stof bij evenwicht.
Verzadigde oplossing bevindt zich in een staat van dynamisch evenwicht.
Oplosbaarheid: de maximale hoeveelheid stof die oplost in een bepaalde hoeveelheid solvent bij een
welbepaalde temperatuur.
Temperatuur
o Temperatuur neemt toe, oplosbaarheid neemt toe.
o omgekeerde bij gassen! → temperatuur neemt toe, oplosbaarheid neemt af
vb. vissterfe omdat O2 niet oplost in water
Druk
o Hogere druk, hogere oplosbaarheid
o Lagere druk, gasmoleculen komen uit oplossing
vb. spuitwater
c
p gas= (k = cte)
k
c1 c2
Wet van Henry: = =k
p 1 p2
1