LES 1
Soorten landschappen:
Rationeel en efficiënt (percelen) Coulisselandschap(meer organisme, minder efficiënt)
Waarom inleiding ecologie?
- Zonder een goed functionerende natuur (ecosysteem) is er geen leven mogelijk op aard
- Natuur is nodig voor leven op aarde belangrijk om z’n gang te laten gaan
Milieugebruiksruimte = de ruimte voor activiteiten binnen de grenzen van het milieu. Voor de
landbouw is deze ruimte erg groot omdat er veel grond en water gebruikt
De lijst voor brons – zilver- goud regeling om gefinancierd te worden, de ECO-regeling:
1. Grasklaver 14. Biologische bestrijding
2. Grasland met kruiden 15. Fertigatie
3. Langjarig grasland 16 Precisiebemesting
4. Meerjarige teelt 17. Precisiegewasbescherming
5. Natte teelt 18. Weidegang minimaal 1500 uur
6. Rustgewas 19. Weidegang minimaal 2500 uur
7. Stikstofbindend gewas 20. Bufferstroken met kruiden (bouwland)
8. Strokenteelt 21. Bufferstroken met kruiden (grasland)
9. Vezelgewas 22. Groene braak
10. Vroeg rooigewas (uiterlijk 31/8) 23. Houtig element (heg, haag struweel)
11. Vroeg rooigewas (uiterlijk 31/10) 24. Houtige elementen
12. Groenbedekking 25. Biologisch bedrijf
13. Onderzaai vanggewas
LES 2
Ecologie = bestudeert, zowel de wisselwerking tussen organismen onderling,
binnen populaties en leefgemeenschappen (de biotische factoren), als de relaties van
deze biologische eenheden met hun niet-biologische omgeving (de abiotische
factoren).
Geldt ook voor niet zichtbare organisme: plankton, schimmels, bacteriën, ondergrond en water leven,
fauna en flora.
LES 3
Ecologie is een onderdeel van de biologie:
- Ecosystemen = min of meer begrensd deel van de natuur als een samenhangend geheel
van biotische (levende) en abiotische (niet-levende) factoren.
, = het geheel van planten en dieren in een gebied en hoe ze in verhouding
staan tot elkaar en hun omgeving
= milieu de mens is dan altijd betrokken
= landbouwgrond
- Biodiversiteit
- Milieufactoren (biotisch en abiotisch)
- Invloed van de mens (antropogeen)
Voedsel web houdt het ecosysteem in balans, er is sprake van een samenleving waarbij elke
organisme een bijdrage levert aan het systeem en componenten onttrekt
Alle energie komt van de zon
Balans = de kritische succesfactor in de ecologie en in een ecosysteem
Groot ecosysteem= bos, grasland of zee
Klein ecosysteem = poel of een boom
Belangen van een ecosysteem:
- Voedsel
- Water
- Schone lucht, stabiel klimaat
- Sociale en economische rijkdom
- Geluk en welzijn
Wat gebeurt er in een ecosysteem:
- Planten leveren zuurstof en voedsel
- Bacteriën en dier breken materialen af tot opneembare voedingsstoffen
- Bacteriën breken ook vervuilende stoffen af
- Planten en dieren maken het landschap
- Planten, zeeën, bodems stabiliseren het klimaat
Ecosysteemdiensten die aan de mens worden geleverd:
- Zoet water
- Bestuiving
- Recreatie
- Bodemstructuur
- Nutriënten (stikstofkringloop, waterkringloop en koolstofkringloop)
(bijv. de mestkever die een voorraad aan legt en voor verspreiding van mest verzorgt)
Betaling voor een ecosysteemdienst = als de landeigenaren die betaald worden voor de ecosystemen
die hun land of water oplevert, voorbeeld is landschapsveiling in de Ooijpolder bij Nijmegen.
Veerkracht = het vermogen van een (eco)systeem om bepaalde functies, processen of populaties te
behouden na het doormaken van een verstoring
Degradatie = als het niet meer herstelt
Ecosystemen zijn veerkrachtig door:
- Aanvullen van opgebruikte hulpbronnen
- Opruimen van vervuilde stoffen
- Mogelijk door o.a. kringlopen
Soorten landschappen:
Rationeel en efficiënt (percelen) Coulisselandschap(meer organisme, minder efficiënt)
Waarom inleiding ecologie?
- Zonder een goed functionerende natuur (ecosysteem) is er geen leven mogelijk op aard
- Natuur is nodig voor leven op aarde belangrijk om z’n gang te laten gaan
Milieugebruiksruimte = de ruimte voor activiteiten binnen de grenzen van het milieu. Voor de
landbouw is deze ruimte erg groot omdat er veel grond en water gebruikt
De lijst voor brons – zilver- goud regeling om gefinancierd te worden, de ECO-regeling:
1. Grasklaver 14. Biologische bestrijding
2. Grasland met kruiden 15. Fertigatie
3. Langjarig grasland 16 Precisiebemesting
4. Meerjarige teelt 17. Precisiegewasbescherming
5. Natte teelt 18. Weidegang minimaal 1500 uur
6. Rustgewas 19. Weidegang minimaal 2500 uur
7. Stikstofbindend gewas 20. Bufferstroken met kruiden (bouwland)
8. Strokenteelt 21. Bufferstroken met kruiden (grasland)
9. Vezelgewas 22. Groene braak
10. Vroeg rooigewas (uiterlijk 31/8) 23. Houtig element (heg, haag struweel)
11. Vroeg rooigewas (uiterlijk 31/10) 24. Houtige elementen
12. Groenbedekking 25. Biologisch bedrijf
13. Onderzaai vanggewas
LES 2
Ecologie = bestudeert, zowel de wisselwerking tussen organismen onderling,
binnen populaties en leefgemeenschappen (de biotische factoren), als de relaties van
deze biologische eenheden met hun niet-biologische omgeving (de abiotische
factoren).
Geldt ook voor niet zichtbare organisme: plankton, schimmels, bacteriën, ondergrond en water leven,
fauna en flora.
LES 3
Ecologie is een onderdeel van de biologie:
- Ecosystemen = min of meer begrensd deel van de natuur als een samenhangend geheel
van biotische (levende) en abiotische (niet-levende) factoren.
, = het geheel van planten en dieren in een gebied en hoe ze in verhouding
staan tot elkaar en hun omgeving
= milieu de mens is dan altijd betrokken
= landbouwgrond
- Biodiversiteit
- Milieufactoren (biotisch en abiotisch)
- Invloed van de mens (antropogeen)
Voedsel web houdt het ecosysteem in balans, er is sprake van een samenleving waarbij elke
organisme een bijdrage levert aan het systeem en componenten onttrekt
Alle energie komt van de zon
Balans = de kritische succesfactor in de ecologie en in een ecosysteem
Groot ecosysteem= bos, grasland of zee
Klein ecosysteem = poel of een boom
Belangen van een ecosysteem:
- Voedsel
- Water
- Schone lucht, stabiel klimaat
- Sociale en economische rijkdom
- Geluk en welzijn
Wat gebeurt er in een ecosysteem:
- Planten leveren zuurstof en voedsel
- Bacteriën en dier breken materialen af tot opneembare voedingsstoffen
- Bacteriën breken ook vervuilende stoffen af
- Planten en dieren maken het landschap
- Planten, zeeën, bodems stabiliseren het klimaat
Ecosysteemdiensten die aan de mens worden geleverd:
- Zoet water
- Bestuiving
- Recreatie
- Bodemstructuur
- Nutriënten (stikstofkringloop, waterkringloop en koolstofkringloop)
(bijv. de mestkever die een voorraad aan legt en voor verspreiding van mest verzorgt)
Betaling voor een ecosysteemdienst = als de landeigenaren die betaald worden voor de ecosystemen
die hun land of water oplevert, voorbeeld is landschapsveiling in de Ooijpolder bij Nijmegen.
Veerkracht = het vermogen van een (eco)systeem om bepaalde functies, processen of populaties te
behouden na het doormaken van een verstoring
Degradatie = als het niet meer herstelt
Ecosystemen zijn veerkrachtig door:
- Aanvullen van opgebruikte hulpbronnen
- Opruimen van vervuilde stoffen
- Mogelijk door o.a. kringlopen