‘Hormonale aandoeningen’
N.B. de antwoorden op de vragen zijn op de laatste pagina’s te vinden
,Vraag 1 (8 pt)
In de onderstaande figuur (52-8 uit Boron) zijn de ‘feed-back-loops’ weergegeven
voor het controleren van de calcium-plasmawaarden.
3
2
1
a. Geef aan of de processen 1, 2 en 3 leiden tot een remming of een stimulering.
(1,5 punten)
Uit de figuur is op te merken dat calcium, de PTH productie kan remmen.
b. Leg stapsgewijs uit hoe een verhoogde calciumspiegel leidt tot een remming
van de PTH-productie. (2,5 punten)
c. Welke soort stoffen kunnen worden geproduceerd via neuronale
hormoonafgifte? (1 punt)
Hormonen die door endocriene organen geproduceerd worden kunnen zowel
wateroplosbaar als vetoplosbaar zijn. Het verschil tussen deze verschillende soorten
hormonen is dat bij één van deze hormonen een nucleaire receptor kan worden
geactiveerd.
d. Leg uit welke soort hormonen (water- of vetoplosbaar) kan binden aan een
nucleaire receptor. Beschrijf ook de weg vanuit het endocrien orgaan tot het
cytoplasmisch effect. (3 punten)
, Vraag 2 Hormoonhuishouding van de schildklier
(11 pt)
In de hals van de mens is een vlindervormig orgaan te vinden: de schildklier. De
schildklier is een endocrien orgaan dat ontstaan uit twee lobben die door de isthmus
met elkaar verbonden zijn. De schildklier is van belang voor de regulering van
verschillende metabole effecten.
Op een dag komt mevrouw X bij de huisarts met klachten die bij een bepaalde
schildklieraandoening horen. Mevrouw X laat een bloedtest doen. Hieruit kwamen de
volgende TSH en T4-waarden:
TSH 10,2 (streefwaarde: 0,4 – 4,0 mU/l)
T4 15 (streefwaarde : 9 – 24 pmol/l)
a. Leg uit welke schildklieraandoening kenmerkend is voor de waarden uit de
tabel. (2 punten)
b. Op welke manier zou men kunnen proberen de waarden te laten stabiliseren?
(2 punten)
Bij gezonde patiënten (euthyroïdie) moet ook de T3-waarde binnen een norm van
3 – 8 pmol/l vallen.
c. Leg uit waarom de streefwaarde voor T3 lager ligt dan de streefwaarde voor
T4 (1 punt)
Om de stoffen T4 en T3 te produceren is er jodide in het bloed nodig. Dit kan worden
verkregen uit voeding. Een belangrijke stof bij het produceren van T4 en T3 is
thyroglobuline.
d. Noem drie vormen van actief transport die voorkomen in de folliculaire cel en
tot de vorming van T3 en T4 leiden. (1,5 punten)
e. Is de thyroglobulineproductie jodide-afhankelijk? Beargumenteer je antwoord
door uit te leggen hoe thyroglobuline gevormd wordt. (2 punten)
f. Naast T3 en T4 worden er ook DIT en MIT gevormd. Leg uit hoe de vorming
van DIT en MIT tot stand komt. (2 punten)
g. Welk soort peroxidase enzym heeft invloed op de activatie of deactivering van
schildklierhormonen? (0,5 punt)