Alle hoorcolleges worden opgenomen als er voldoende mensen blijven komen.
Hoorcollege 1: waardenopvoeding
Wat is moraal?
Moraal duidt het onderscheid tussen goed en kwaad, gewenst of ongewenst aan. Het
wordt aangetroffen in manieren van doen, gewoonten en omgangsvormen. Moraal
stuurt gedrag en kan zowel voor een individu als voor een groep zijn.
Met moraal duidt met de opvattingen van een individu of een groep mee aan met
betrekking tot het onderscheid tussen goed en kwaad, gewenst of ongewenst,
aanvaardbaar of onaanvaardbaar, juist of onjuist, zinvol en zin-vernietigend, vervuld
of onvervuld. Die opvattingen omvatten waarden en normen, principes en regels,
geboden of verboden. Moraal wordt aangetroffen in manieren van doen, in
gebruiken, gewoonten en omgangsvormen. Moraal stuurt het gedrag, we geven er
voortdurend blijk aan. Een voorbeeld van hoe we moreel juist gedragen is
bijvoorbeeld in het openbaar vervoer. Je staat op voor een oudere vrouw of meneer
in de bus. Denk eens 1 minuut na over welke morele handelingen jullie allemaal zelf
doen? Let op: soms kunnen handelingen in eerste instantie moreel juist zijn, maar als
je beter kijkt blijkt er toch een grote mate van eigen belang in te zitten.
Morele opvoeding
Levensbeschouwing: ideeën over een zinvol, waardig en vervuld leven. Denkbeelden
over een respectvolle omgang met anderen.
Morele opvoeding of waardenopvoeding richt zich op:
De ontwikkeling van ideeën over wat het leven zinvol en waardig maakt en
wat het is om als persoon een vervuld leven te leiden;
De ontwikkeling van denkbeelden over een respectvolle omgang met anderen;
Het aanleren van bepaalde morele gewoonte handelingen;
Het ontwikkelen en aanleren van morele emoties;
Het krachtig maken van de wil;
Leren reflecteren;
Het nemen van verantwoordelijkheid.
Waar leer je moraliteit? Dat leer je in de sociale praktijk. Ouders geven blijk aan
gedrag van kinderen, door afkeur, blijdschap etc. kinderen leren waarden kennen
door gedrag van ouders. Stappen die kinderen doorlopen gaan van kennen, naar
hoe naar waarom.
Drie leerstappen (Kroon)
1. Eerste stap is het leren dat er waarden zijn.
2. In de tweede stap leren de kinderen op het hoe.
(Ze kunnen eenvoudige betekenissen uitwisselen en het handelen past bij de
situatie. Betekenissen worden in de praktijk gebracht).
3. De laatste stap is het herkennen van het waarom.
(Kinderen leren onder woorden brengen en redenen geven waarom handelen zo
wordt gedaan).
,Aanleiding van de drie leerstappen zijn twee beelden. Al doende leren en het leren
vanuit kennis en oefening. Kinderen leren eerst dat, vervolgens hoe en daarna
waarom. Het lijken stadia, maar deze overlappen sterk. Een kind leert eerst dat er
waarden zijn, vervolgens hoe kinderen zich moeten gedragen en daarna vindt er
tijdens de basisschoolleeftijd gewoontevorming plaats, waarna kinderen op een
gepaste emoties en de fundamentele waarden kan gedragen.
Morele intuïtie (Kroon)
Morele intuïtie = het inzicht hebben in goed en kwaad. Jonge kinderen geven hier al
snel blijk. Morele bril betekent het zien dat bepaalde situaties moreel handelen
vraagt.
Gevolgen van gebrekkige intuïtie zijn dat kinderen zich laten leiden door de
opvattingen van een groep of omgeving. Het inzicht ontbreekt dat situaties vragen
om moreel handelen. Kinderen die buiten het respectvolle leven staan. Kinderen
handelen dus niet moreel in deze situaties.
Kinderen kijken al vanaf een jonge leeftijd met een morele bril naar de wereld. Ze
hebben inzicht in goed en kwaad (=morele intuïtie). Ze kijken als het ware al snel
door een morele bril naar de omgeving. Er zijn ook situaties waar de morele
opvoeding. Kinderen die een gebrekkige morele intuïtie hebben, vinden het moeilijk
om zelf keuzes te maken en volgen vaak een groep. Verder missen ze situatie die
juist om moreel handelen vragen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het niet opstaan in
de bus. Het derde gevolg is dat deze jongeren een buitenstaander zijn. Het enige wat
deze jongeren dan kunnen doen om erbij te horen is te dreigen, waarschuwen en
controleren.
Morele deugden (Kroon)
Morele deugden zijn verankerd in de persoonlijkheid van een persoon. Deugden
maken waarden zichtbaar en geven een intentie tot handelen (hulpvaardigheid,
vriendelijkheid). Deugden geven een neiging of houding aan. Deugden bezitten een
bepaald verlangen.
Deugden
Morele deugden zijn in de structuur van de persoonlijkheid ofwel in het karakter van
een persoon en burger verankerde gezindheden om de instrumentele waarde en
morele waarden te verwerkelijken en handelingen die tegen deze waarden ingaan te
vermijden. Deugden gaan mensen aan het hart. Deugden worden ook wel eens
aangeduid met termen als neiging en houding. Deugden vormen een gekleurde bril
bij mensen. Deugden zegt dat mensen een verlangen hebben naar een respectvol
leven. Voorbeelden van deugden zijn bijvoorbeeld hulpvaardigheid, trouw. Denk
eens vanavond in je bed na over welke deugden jezelf hebt, en welke belangrijk voor
je zijn. Deugden omschrijven dus niet precies wat er gedaan moet worden, maar wel
iets in de geest van de waarde of deugd naar verwijst. Deugden geven dus een
tendens van handelen aan. Hoe het handelen er vervolgens uitziet hangt af van de
omstandigheden en de mogelijkheden van de persoon. Helaas is het mogelijk dat
mensen door omstandigheden tegen een deugd ingaat en zelfs tegen een morele
waarde ingaat. Een deugd bestaat uit een cognitieve, affectieve en conatieve
component. Dit geldt ook voor waarden. Deugden doen een appel op mensen over
de werkelijkheid, vandaar dat ik de bril eerder noemende. Ten tweede is iemand met
, deugden instaat adequaat te reageren op omstandigheden die moreel niet door de
beugel kunnen. Ten derde kunnen mensen in beraad gaan. Deugden geven een
richting voor het handelen. Deugden sluiten nauw aan bij de natuurlijke verlangen.
Het doel van morele opvoeding, waar we het eerder over hadden is kinderen helpen
bij de ontwikkeling van morele deugden. Morele opvoeding wil de wil van het kind
zodanig vormen dat te zijner tijd morele keuze verlangens deel uit maken van de
wilstructuur van het kind. Waarden en deugden komen vaak op hetzelfde neer.
Geweten is het meest persoonlijke bezit. Geweten en verantwoordelijkheid verwijzen
naar elkaar. In geweten krijgt verantwoordelijkheid van de mens gestalte. Dat
geweten is eigendom van ieder mens en is uniek aan ieder mens. Mensen kunnen
ook een deugd laten zien die tegen je waarden ingaat.
Deugden stellen
Een kind in staat stellen onderscheid te maken tussen goed en kwaad in de
werkelijkheid. Een kind in staat stellen snel en passend te reageren op ongewenste
omstandigheden.
Moreel beraad
Beschrijven hoe iemand in elkaar zit. Sluiten aan bij ieder mens om het verlangen
van veiligheid te ervaren. Waar deugden toe leiden.
Wat zijn waarden en normen? (Kroon)
Waarden zijn eigenschappen of gedragingen die wij belangrijk vinden.
Een norm is een regel of een afspraak die voort komt uit een waarde.
Waardenopvoeding (Lodewijks-Frenken, 2003)
Overeenkomst in waarden en normen tussen opvoeders. Opvoeden tot en opvoeden
vanuit waarden. Recht doen aan kinderen (rust en veiligheid, structuur, respect).
Het is belangrijk dat er overeenstemming bestaat tussen de waarden van ouders,
maar ook tussen de ouders en de professionele opvoeders en professionele
opvoeders onderling. Professionele opvoeders kunnen dat doen door bijvoorbeeld
regels voor de hele instelling, opvang of school in te richten. Waarden zijn niet meer
een kant en klare set zoals ik als zijn maar een doorgeleefde levenservaring die
kinderen worden meegegeven.
Er is een groot verschil tussen opvoeden tot en opvoeden vanuit waarden. In het
eerste geval willen opvoeders dat de kinderen zo worden zoals zij voor ogen hebben.
In het tweede geval zien opvoeders hun waarden, normen en levensbeschouwing als
iets waardevols wat ze aan hun kinderen mee willen geven. Dit houdt in dat
opvoeders hun kinderen hoe te leven en niet verwachten hoe ze uiteindelijk zullen
leven zoals ze geleerd hebben. Kinderen beslissen zelf als je eenmaal volwassen
zijn hoe ze willen leven. Maar tot die tijd hebben ze de waarden en normen van hun
ouders nodig als houvast, al is het maar om je er tegen af te zetten. De waarden die
ze mee krijgen helpen kinderen om te gaan met de vele invloeden die de wereld rijk
is. Kortom recht doen aan kinderen betekent aansluiten bij wat kinderen nodig
hebben. Stel een kind wordt gepest op school, dan heeft een kind bescherming
nodig. Waarden mogen niet mensvijandig zijn. Denk hierbij aan geen respect voor
kinderen. Je kan dit op verschillende manieren bekijken, zoals beperking maar ook
huidskleur.