Samenvatting H10 – Crisismanagement
10.1 basisbegrippen communicatie
Communicatie is het uitwisselen van informatie. Het is tweerichtingsverkeer.
Verbaal gedrag Het gebruik van taal wordt verbale
communicatie genoemd.
Non-verbaal gedrag Iemands houding, de gezichtsuitdrukking, de
gebaren, het oogcontact en het stemgebruik.
Vier aspecten van communicatie (Schulz von Thun)
(1) zakelijk aspect > verbaal > de letterlijke boodschap
(2) expressief aspect > non-verbaal > signalen die een persoon afgeeft
(3) relationeel aspect > non-verbaal > verhouding tussen zender en ontvanger
(4) appellerend aspect > non-verbaal > wat de zender wil bereiken bij de ontvanger
Terugkoppeling van de ontvanger naar de zender heeft twee belangrijke functies: (1) het stimuleren
van communicatie en (2) het bijstellen (sturen) van de communicatie.
10.2 Berichten met een bedoeling
Mensen interpreteren een opdracht aan de hand van hun eigen denkpatronen, waardoor de
interpretatie sterk kan verschillen met wat de zender bedoelde.
De term commander’s intent betekent het doel dat de opdrachtgever wil bereiken met de opdracht.
Klein (1998) heeft 7 typen informatie geformuleerd die iemand kan aanbieden in degene die de
opdracht ontvangt te helpen:
De bedoeling van de taak: het hoger liggende doel
Het directe doel van de taak: een beeld van de gewenste uitkomst
De volgorde van stappen in het plan
De rationale grondreden van het plan
De belangrijkste te nemen beslissingen
Ongewenste uitkomsten
Beperkingen en andere overwegingen
10.3 Communiceren in crisisorganisaties
10.1 basisbegrippen communicatie
Communicatie is het uitwisselen van informatie. Het is tweerichtingsverkeer.
Verbaal gedrag Het gebruik van taal wordt verbale
communicatie genoemd.
Non-verbaal gedrag Iemands houding, de gezichtsuitdrukking, de
gebaren, het oogcontact en het stemgebruik.
Vier aspecten van communicatie (Schulz von Thun)
(1) zakelijk aspect > verbaal > de letterlijke boodschap
(2) expressief aspect > non-verbaal > signalen die een persoon afgeeft
(3) relationeel aspect > non-verbaal > verhouding tussen zender en ontvanger
(4) appellerend aspect > non-verbaal > wat de zender wil bereiken bij de ontvanger
Terugkoppeling van de ontvanger naar de zender heeft twee belangrijke functies: (1) het stimuleren
van communicatie en (2) het bijstellen (sturen) van de communicatie.
10.2 Berichten met een bedoeling
Mensen interpreteren een opdracht aan de hand van hun eigen denkpatronen, waardoor de
interpretatie sterk kan verschillen met wat de zender bedoelde.
De term commander’s intent betekent het doel dat de opdrachtgever wil bereiken met de opdracht.
Klein (1998) heeft 7 typen informatie geformuleerd die iemand kan aanbieden in degene die de
opdracht ontvangt te helpen:
De bedoeling van de taak: het hoger liggende doel
Het directe doel van de taak: een beeld van de gewenste uitkomst
De volgorde van stappen in het plan
De rationale grondreden van het plan
De belangrijkste te nemen beslissingen
Ongewenste uitkomsten
Beperkingen en andere overwegingen
10.3 Communiceren in crisisorganisaties