Semantiek 1 Belangrijke personen en hun ideeën.
Persoon Uitgangspunt/idee
Ferdinand de Saussure Teken is een combinatie van vorm en
betekenis.
Hilary Putnam Semantic externalism: Betekenis heeft
een mentale component, maar is ook
afhankelijk van de omgeving. Sociale
context speelt dus een rol.
Berlin and Kay (1969) Basic Color Terms. Zijn er universele
eigenschappen te vinden in de
verschillende systemen voor kleurtermen
ter wereld?
Conclusie: Universele ‘focal colors’,
implicationele hiërarchie met 7 stadia.
Davidoff, Davies en Roberson (1999) Tegenvoorbeeld van het onderzoek van
Berlin and Kay.
Evidentie voor linguistisch relativisme.
Aristoteles Syllogistische logica (modus ponens,
modus tollens, hypothetisch syllogisme,
disjunctief syllogisme).
Griggs and Cox (1982) / Cosmides and Variant van Wason’s kaartdraaitaak
Tooby (1992) experiment ( om te kijken hoe goed
mensen zijn in logisch redeneren).
Conclusie: antwoord op kaartdraaitaak
vaker correct wanneer probleem binnen
context van sociale relaties valt.
Reichenbach (1947) Systeem met de 3 tijdstippen:
E = event time
R= reference time
S = speech time (now)
Aktionsart Vendler Classes:
1. States
2. Activities
3. Accomplishments
4. Achievements
Gundel et al (1993) Givenness Hierarchy: hiërarchie van de
verschillende informatietoestanden van
een referent, van meest gegeven tot
meest nieuw.
Herbert Paul Grice ‘Logic and Conversation’.
Het coöperatieprincipe: in een
conversatie is er een impliciete
overeenkomst dat sprekers en
luisteraars zich aan bepaalde regels
houden. Grice’s Maximes van
Conversatie:
1. Maxime van kwaliteit
2. Maxime van kwantiteit
Persoon Uitgangspunt/idee
Ferdinand de Saussure Teken is een combinatie van vorm en
betekenis.
Hilary Putnam Semantic externalism: Betekenis heeft
een mentale component, maar is ook
afhankelijk van de omgeving. Sociale
context speelt dus een rol.
Berlin and Kay (1969) Basic Color Terms. Zijn er universele
eigenschappen te vinden in de
verschillende systemen voor kleurtermen
ter wereld?
Conclusie: Universele ‘focal colors’,
implicationele hiërarchie met 7 stadia.
Davidoff, Davies en Roberson (1999) Tegenvoorbeeld van het onderzoek van
Berlin and Kay.
Evidentie voor linguistisch relativisme.
Aristoteles Syllogistische logica (modus ponens,
modus tollens, hypothetisch syllogisme,
disjunctief syllogisme).
Griggs and Cox (1982) / Cosmides and Variant van Wason’s kaartdraaitaak
Tooby (1992) experiment ( om te kijken hoe goed
mensen zijn in logisch redeneren).
Conclusie: antwoord op kaartdraaitaak
vaker correct wanneer probleem binnen
context van sociale relaties valt.
Reichenbach (1947) Systeem met de 3 tijdstippen:
E = event time
R= reference time
S = speech time (now)
Aktionsart Vendler Classes:
1. States
2. Activities
3. Accomplishments
4. Achievements
Gundel et al (1993) Givenness Hierarchy: hiërarchie van de
verschillende informatietoestanden van
een referent, van meest gegeven tot
meest nieuw.
Herbert Paul Grice ‘Logic and Conversation’.
Het coöperatieprincipe: in een
conversatie is er een impliciete
overeenkomst dat sprekers en
luisteraars zich aan bepaalde regels
houden. Grice’s Maximes van
Conversatie:
1. Maxime van kwaliteit
2. Maxime van kwantiteit