Statistiek = de wetenschap van de verzamelen, organiseren en interpreteren van numerieke feiten,
die gegevens of data worden genoemd.
- Beschrijvende statistiek: het samenvatten van een sample of populatiedata met nummers,
tabellen en grafieken.
- Inferentiële statistiek: het maken van voorspellingen over de populatie parameter gebaseerd
op sampledata.
Meer over inferentiële statistiek;
- Op basis van een streekproef uitspraken doen over de
gehele (doel-)populatie.
o Verschil tussen gemeten steekproefgrootheid en
populatiegrootheid:
▪ Door natuurlijke variatie (toeval) tussen
steekproeven.
▪ Door problemen/ fouten met/binnen de steekproef
Steekproefproblemen bij inferentiële statistiek
- Doel: een betrouwbare en valide uitspraak doen over een populatie onder begeleiding van
een steekproef
o De steekproefgrootheden dienen dan niet te verschillen van de populatie
grootheden.
- Probleem:
o Sampling error is een toevallig verschil in de steekproef.
o Sampling bias treedt op wanneer er sprake is van selectieve werving
o Response bias is wanneer participanten een incorrect antwoord geven
o Non-response bias is het gevolg van selectieve deelname
- Oplossing:
o “Een aselecte (of andere probabilistische) steekproef van voldoende omvang die
informatie (data) oplevert over iedereen die benaderd is, met correcte responses
voor alle subjecten op alle items.”
Er zijn verschillende methodes om een steekproef af te nemen. Het kiezen tussen de
steekproefmethodes hangt af van de samenstelling van de doelpopulatie, de onderzoeksvraag en de
haalbaarheid van de te vormen steekproef. Hieronder staan de 5 steekproefmethodes op een rijtje:
1. Enkelvoudige aselecte steekproef (simple random sampling)
2. Systematisch aselecte steekproef (systematic random sampling)
3. Gestratificeerde steekproef (stratified random sampling)
4. Cluster steekproef (cluster sampling)
5. Getrapte steekproef (multi-stage sampling)
die gegevens of data worden genoemd.
- Beschrijvende statistiek: het samenvatten van een sample of populatiedata met nummers,
tabellen en grafieken.
- Inferentiële statistiek: het maken van voorspellingen over de populatie parameter gebaseerd
op sampledata.
Meer over inferentiële statistiek;
- Op basis van een streekproef uitspraken doen over de
gehele (doel-)populatie.
o Verschil tussen gemeten steekproefgrootheid en
populatiegrootheid:
▪ Door natuurlijke variatie (toeval) tussen
steekproeven.
▪ Door problemen/ fouten met/binnen de steekproef
Steekproefproblemen bij inferentiële statistiek
- Doel: een betrouwbare en valide uitspraak doen over een populatie onder begeleiding van
een steekproef
o De steekproefgrootheden dienen dan niet te verschillen van de populatie
grootheden.
- Probleem:
o Sampling error is een toevallig verschil in de steekproef.
o Sampling bias treedt op wanneer er sprake is van selectieve werving
o Response bias is wanneer participanten een incorrect antwoord geven
o Non-response bias is het gevolg van selectieve deelname
- Oplossing:
o “Een aselecte (of andere probabilistische) steekproef van voldoende omvang die
informatie (data) oplevert over iedereen die benaderd is, met correcte responses
voor alle subjecten op alle items.”
Er zijn verschillende methodes om een steekproef af te nemen. Het kiezen tussen de
steekproefmethodes hangt af van de samenstelling van de doelpopulatie, de onderzoeksvraag en de
haalbaarheid van de te vormen steekproef. Hieronder staan de 5 steekproefmethodes op een rijtje:
1. Enkelvoudige aselecte steekproef (simple random sampling)
2. Systematisch aselecte steekproef (systematic random sampling)
3. Gestratificeerde steekproef (stratified random sampling)
4. Cluster steekproef (cluster sampling)
5. Getrapte steekproef (multi-stage sampling)