Samenvatting Geschiedenis van de Taalkunde
Persoon Gebeurtenis
Chomsky 1. Generatieve grammatica:
Voegde enerzijds hernieuwde aandacht voor het menselijk
vermogen toe en anderzijds een taalkundige invulling van
transformaties.
- transformaties: hierin zitten de echte taalkundige
observaties, aan alleen herschrijfregels heb je niet genoeg.
2. E-language/I-language
3. Faculty biologique (kern is biologisch)
4. Alle taalvormen zijn combinaties van teken en betekenis
5. Schreef kritiek op Skinner
6. wetenschappers moeten zich vooral bezighouden met
de black box.
7. usage-based benadering:
Je leert iets sneller in de mate dat je het gebruikt
iedereen heeft taal nodig ter communicatie, dus verwerf je
dit snel.
- Input zou het aangeboren taalvermogen
aanwakkeren
8. Chomsky hiërarchie
9. Minimalisme:
- Universele syntactische componenten (merge, narrow
syntax)
- Interfaces PF en LF
Wij moeten normale assumpties onderwerpen aan normale
assumpties
10. taalorgaan: orgaan is een systeem wat verankerd is,
maar niet onmiddellijk aanwijsbaar
11. adekwaatheden:
- Descriptieve: grammatica die alle zinnen juist
beschrijft en die het taalvermogen beschrijft (I-
language)
- Observationele: grammatica die alle zinnen
beschrijft
- Verklarende: grammatica komt voor uit de
universele grammatica
12. het concept ‘regel’ is fout: regels die we gebruiken zijn
herformuleringen van de feiten (probleem). Als we een
algemeen beeld willen schetsen hebben we daar niks aan
De Saussure Structuralisme
- 3 termen voor taal.
1. Langage: taal in algemene zin
2. Langue: taalsysteem dat je onttrekt uit de data (E-
language)
3. Parole: taaluiting (E-language, hier is Saussure het
meest in geïnteresseerd)
- Synchrone taalkunde
- Faculty biologique (kern is sociaal)
, - Nulteken
- Taal is een systeem van opposities
- Arbitrariness of the sign
- Teken (signe) bestaat uit 2 delen: signifier (vorm) en
signified (betekenis)
Grimm Klankwetten
- Vergelijkende taalwetenschap
Verner Klankwetten: klemtoon
Erasmus - Begon met de kritische bijbelstudie humanisme
Von Humboldt 1. Creatieve aspect van taal:
- Infinite use of finite means
- potentie van alle zinnen aanwezig in ons taalvermogen
(argument: kijk hoe kinderen taal leren)
Port Royal (paper) Taal is uitdrukking van het denken:
- Universalisme (elke zin heeft dezelfde universele
structuur)
- Analogie
- Infinite use of finite means
- 3 operations of our minds
Roorda - Universalisme
- Redekundig ontleden
Thrax - Woordsoortenleer
- Taalkundig ontleden
- Eerste complete grammatical
- Invloedrijk door zijn indeling in woordsoorten
- Analogie opvatting: wetmatigheid (in de
woordsoorten)
Appolonius Begin syntactische argumentatie
- Bouwde voort op het werk van Thrax.
- Wil een prepositie met een naamwoord versmelten
(samenstelling)
- Analogie opvatting: wetmatigheid (beschrijven in het
gedrag van preposities)
Panini Schreef over de grammatica van het Sanskrit.
- Sanskrit was een gesproken taal
- Ging over alle niveaus van de grammatica
- Synchronisch
- Grammatica is niet gebonden aan een corpus
- Beschrijven in een systeem van regels
Kiparsky Beschreef het werk van Panini
Varro Bouwde voort op Thrax en Appolonius:
- Maakte een duidelijker onderscheid tussen inflectie
en derivatie.
- Nieuw systeem itv binaire opposities
Priscianus Bouwde voort op Thrax en Appolonius:
- Extra onderscheiding: interjectie
Thomas van Erfurt Behoorde tot ‘de modisten’:
- Modus (grammaticaal kenmerk)
- Significationis (vormen van een teken die een
bepaalde gedachte uitdrukken
Persoon Gebeurtenis
Chomsky 1. Generatieve grammatica:
Voegde enerzijds hernieuwde aandacht voor het menselijk
vermogen toe en anderzijds een taalkundige invulling van
transformaties.
- transformaties: hierin zitten de echte taalkundige
observaties, aan alleen herschrijfregels heb je niet genoeg.
2. E-language/I-language
3. Faculty biologique (kern is biologisch)
4. Alle taalvormen zijn combinaties van teken en betekenis
5. Schreef kritiek op Skinner
6. wetenschappers moeten zich vooral bezighouden met
de black box.
7. usage-based benadering:
Je leert iets sneller in de mate dat je het gebruikt
iedereen heeft taal nodig ter communicatie, dus verwerf je
dit snel.
- Input zou het aangeboren taalvermogen
aanwakkeren
8. Chomsky hiërarchie
9. Minimalisme:
- Universele syntactische componenten (merge, narrow
syntax)
- Interfaces PF en LF
Wij moeten normale assumpties onderwerpen aan normale
assumpties
10. taalorgaan: orgaan is een systeem wat verankerd is,
maar niet onmiddellijk aanwijsbaar
11. adekwaatheden:
- Descriptieve: grammatica die alle zinnen juist
beschrijft en die het taalvermogen beschrijft (I-
language)
- Observationele: grammatica die alle zinnen
beschrijft
- Verklarende: grammatica komt voor uit de
universele grammatica
12. het concept ‘regel’ is fout: regels die we gebruiken zijn
herformuleringen van de feiten (probleem). Als we een
algemeen beeld willen schetsen hebben we daar niks aan
De Saussure Structuralisme
- 3 termen voor taal.
1. Langage: taal in algemene zin
2. Langue: taalsysteem dat je onttrekt uit de data (E-
language)
3. Parole: taaluiting (E-language, hier is Saussure het
meest in geïnteresseerd)
- Synchrone taalkunde
- Faculty biologique (kern is sociaal)
, - Nulteken
- Taal is een systeem van opposities
- Arbitrariness of the sign
- Teken (signe) bestaat uit 2 delen: signifier (vorm) en
signified (betekenis)
Grimm Klankwetten
- Vergelijkende taalwetenschap
Verner Klankwetten: klemtoon
Erasmus - Begon met de kritische bijbelstudie humanisme
Von Humboldt 1. Creatieve aspect van taal:
- Infinite use of finite means
- potentie van alle zinnen aanwezig in ons taalvermogen
(argument: kijk hoe kinderen taal leren)
Port Royal (paper) Taal is uitdrukking van het denken:
- Universalisme (elke zin heeft dezelfde universele
structuur)
- Analogie
- Infinite use of finite means
- 3 operations of our minds
Roorda - Universalisme
- Redekundig ontleden
Thrax - Woordsoortenleer
- Taalkundig ontleden
- Eerste complete grammatical
- Invloedrijk door zijn indeling in woordsoorten
- Analogie opvatting: wetmatigheid (in de
woordsoorten)
Appolonius Begin syntactische argumentatie
- Bouwde voort op het werk van Thrax.
- Wil een prepositie met een naamwoord versmelten
(samenstelling)
- Analogie opvatting: wetmatigheid (beschrijven in het
gedrag van preposities)
Panini Schreef over de grammatica van het Sanskrit.
- Sanskrit was een gesproken taal
- Ging over alle niveaus van de grammatica
- Synchronisch
- Grammatica is niet gebonden aan een corpus
- Beschrijven in een systeem van regels
Kiparsky Beschreef het werk van Panini
Varro Bouwde voort op Thrax en Appolonius:
- Maakte een duidelijker onderscheid tussen inflectie
en derivatie.
- Nieuw systeem itv binaire opposities
Priscianus Bouwde voort op Thrax en Appolonius:
- Extra onderscheiding: interjectie
Thomas van Erfurt Behoorde tot ‘de modisten’:
- Modus (grammaticaal kenmerk)
- Significationis (vormen van een teken die een
bepaalde gedachte uitdrukken