Kernwoorden werk: doelgericht, gecoordineerd en in ruil voor iets anders.
Relative Deprivation Model: 5 andere alternatieve voordelen werk: structuur aan
het leven, sociaal contact, gedeelde gemeenschappelijke doelen, sociale identiteit
en regelmatige activiteit.
Taak analyse: is gebaseerd op een theoretisch model dat indiceert welke taak
karakteristieken geanalyseerd zullen worden. Deze methode kunnen in 4
methoden worden onderverdeeld:
1. Behaviour description approach: focus is op het concrete gedrag (zoals
vegen)
2. Behaviour requirements approach. Dit is het gedrag dat werknemers
zouden moeten laten zien om de taak succesvol af te ronden
(concentratie)
3. Ability requirements approach: taken zijn geanalyseerd in termen van
abilities, knowledge. Deze zijn nodig om de taak goed uit te voeren.
4. Task characteristics approach: hier worden de objectieve
karakteristieken van een taak geanalyseerd, onafhankelijk van het
gedrag dat er is of zou moeten zijn.
Deze technieken zijn te verdelen in drie categorieën.
1. data-verzameling technieken
2. taak-representatie technieken
3. taaksimulatie technieken. Er zijn twee typen simulatie technieken,
namelijk een die het dynamische aspect van arbeid simuleert en een die
gericht is op het verbeteren van de ergonomische aspecten van werk.
H2 doorlezen
H3
Job Characteristics Model: 5 kenmerken:
1. Skill variety (SV). Dit houdt in dat een werknemer meerdere vaardigheden
inzet tijdens zijn werk.
2. Task Identity (TI). Dit houdt in dat een werknemer een onderscheidbare,
complete uitkomst produceert.
3. Task Significance (TS). Dit houdt in dat de taak van een werknemer invloed
heeft op mensen zowel binnen als buiten de organisatie.
4. Autonomy (AU). Dit houdt in dat de werknemer de vrijheid heeft om zelf
beslissingen te nemen over de uitvoer van de taak.
5. Feedback (FB). Dit houdt in dat de werknemer een indicatie krijgt van hoe
goed hij presteert.
Deze vijf kenmerken beïnvloeden drie kritische psychologische toestanden,
namelijk de ervaren betekenis van het werk (SV, TI, TS), de ervaren
verantwoordelijkheid voor de uitkomsten (AU) en de kennis over de uitkomst
(FB). (voor een schematische weergave van dit model, zie figuur 3.1 op pagina
67, even tekenen.)