Hoofdstuk 1 – Persoonlijkheid van de leider
Minor Nieuw Leiderschap
Inhoudsopgave
1.1 Personality and leadership: a qualitative and quantitative review ........................................... 2
1.2 Goodbye to MBTI, the fad that won’t die .................................................................................. 5
1.3 What makes a leader? ................................................................................................................ 6
1.4 Leadership that gets results ....................................................................................................... 9
, 1.1 Personality and leadership: a qualitative and quantitative review
Timothy A. Judge, Joyce E. Bono, Remus Ilies & Megan W. Gernhardt
Extraversie was het meest consequente correlaat of leiderschap in onderzoeksomgevingen en
leiderschapscriteria. Over het algemeen had het Five-Factor model een meervoudige correlatie
van .48, wat duidt op een sterke ondersteuning voor het perspectief van leider eigenschappen
(leader trait) wanneer eigenschappen zijn georganiseerd volgens het Five-Factor model.
De trait theorie gaat ervan uit dat leiderschap afhangt van de persoonlijke kwaliteiten van de
leider. Cowley (1931): De benadering van de studie van leiderschap was en is meestal door het
bestuderen van eigenschappen.
Stogdill (1948): “De bevindingen suggereren dat leiderschap geen kwestie is van passieve status
of van het bezit van een combinatie van eigenschappen.”
The Five-Factor Model of personality
De vijf dimensies van het Five-Factor model zijn:
- Neuroticism/Emotional Stability (Neuroticisme/emotionele stabiliteit)
o De neiging om slechte emotionele aanpassing te vertonen en negatieve effecten
te ervaren, zoals angst, onzekerheid en vijandigheid.
- Extraversion (Extraversie)
o De neiging om sociaal, assertief, actief te zijn en positief effecten te ervaren,
energie en ijver.
- Openness to experience (Openheid voor ervaring)
o Het vermogen om fantasierijk, non-conformistisch, onconventioneel en autonoom
te zijn.
- Agreeableness (Aangenaamheid)
o De neiging om te vertrouwen, meegaand, zorgzaam en zachtaardig te zijn.
- Conscientiousness (Gewetensvolheid)
o Dit bestaat uit twee facetten: prestatie en betrouwbaarheid.
Leiderschapscriteria
Leader emergence (De opkomst van leiderschap)
- Dit verwijst naar de vraag of (of in welke mate) een persoon door anderen als een leider
wordt beschouwd, die doorgaans slechts beperkte informatie hebben over de prestaties
van die persoon. Gezien worden als een leider.
Leadership effectiveness (De effectiviteit van leiderschap)
- Dit verwijst naar de prestaties van een leider bij het beïnvloeden en begeleiden van de
activiteit van zijn of haar eenheid naar het bereiken van zijn doelen.
- Dit moet gemeten worden in termen van team-, groeps-, of organisatie effectiviteit.
2