Samenvatting hoofdstuk 17 - Zwangerschap, bevalling en geboorte
Boek: Anatomie & fysiologie
Blz. 449 t/m 454
17.1 - Zwangerschap
Van zwangerschap is sprake als de blastocyste zo’n zes dagen na bevruchting in het
endometrium gaat innestelen.
Uitblijven van de menstruatie door het in stand blijven van het corpus luteum. HCG
Het HCG hormoon wordt vanaf het moment van de innesteling gevormd door
trofoblastcellen die in contact staan met het endometrium.
Na ongeveer 3 maanden stopt de HCG productie, en neemt de inmiddels gevormde
placenta de productie van zwanger beschermende hormonen over.
Vorming van de placenta 2de week uitgroeien van de vingervormige
chorionvlokken vanuit het embryonale weefsel.
Door middel van de chorionvlokken komt de placenta stevig aan het endometrium
vast te liggen.
Spiraalarteriën = 2 slagaders (van foetus af) en ader (naar foetus toe).
Randsinussen (rand placenta) = de afvoer van het moederlijke bloed uit de placenta.
Zwangerschapsduur berekenen = eerste dag van de laatste menstruatie.
A terme datum = datum eerste dag laatste menstruatie + 7 dagen + 9 maanden
17.2 - Aanpassingen in de orgaanstelsels
17.2.1 - Circulatie
Het hartminuutvolume neemt in de loop van de zwangerschap met 25-50% toe. Dit
komt door een verhoging van de hartfrequentie en door een groter slagvolume.
Ook het bloedvolume neemt, met ongeveer 20-30%.
Er is in verhouding meer plasma in het bloed. Hierdoor iets verlaagd hb-gehalte.
Weefselvocht neemt met ongeveer 15% toe. + veneuze terugvoer uit de benen wordt
belemmerd door de druk van de zwangere uterus gevolg: oedemen in voet/benen.
17.2.2
Doordat er veel mineralen naar de foetus gaan, is daaraan een verhoogde behoefte,
met name aan ijzer en kalk.
Tijdens de zwangerschap zitten er meer voedingstoffen in het moederlijke bloed dan
anders. Dit hangt samen met de aanwezigheid van het zwangerschapshormoon:
humaan chorionsomatomammotrofine (HCS), gevormd in de placenta. Dit zorgt
voor een verhoging van de bloedsuikerspiegel en van de hoeveelheid vrije vetzuren
in het bloed. + Stimuleert de ontwikkeling van het melkklierweefsel.
Ongeveer de helft van alle zwangere vrouwen heeft in de eerste drie maanden van
de zwangerschap meer of minder last van misselijkheid. Veranderde
hormoonspiegels.
Onder invloed het hormoon progesteron kan de darmperistaltiek vertraagd, waardoor
de indikking van de feces in de dikke darm versterkt is.
17.2.3 - Urinewegstelsel
De nieren krijgen per tijdseenheid meer bloed te verwerken. De nefronen moeten
harder werken om al dit bloed te zuiveren en de nog bruikbare stoffen in het bloed
terug te brengen.
Door de hoger bloedsuikerspiegel komt het nogal eens voor dat niet alle glucose
wordt terug geresorbeerd Vaak beetje glucose in de urine. = glucosurie.
Boek: Anatomie & fysiologie
Blz. 449 t/m 454
17.1 - Zwangerschap
Van zwangerschap is sprake als de blastocyste zo’n zes dagen na bevruchting in het
endometrium gaat innestelen.
Uitblijven van de menstruatie door het in stand blijven van het corpus luteum. HCG
Het HCG hormoon wordt vanaf het moment van de innesteling gevormd door
trofoblastcellen die in contact staan met het endometrium.
Na ongeveer 3 maanden stopt de HCG productie, en neemt de inmiddels gevormde
placenta de productie van zwanger beschermende hormonen over.
Vorming van de placenta 2de week uitgroeien van de vingervormige
chorionvlokken vanuit het embryonale weefsel.
Door middel van de chorionvlokken komt de placenta stevig aan het endometrium
vast te liggen.
Spiraalarteriën = 2 slagaders (van foetus af) en ader (naar foetus toe).
Randsinussen (rand placenta) = de afvoer van het moederlijke bloed uit de placenta.
Zwangerschapsduur berekenen = eerste dag van de laatste menstruatie.
A terme datum = datum eerste dag laatste menstruatie + 7 dagen + 9 maanden
17.2 - Aanpassingen in de orgaanstelsels
17.2.1 - Circulatie
Het hartminuutvolume neemt in de loop van de zwangerschap met 25-50% toe. Dit
komt door een verhoging van de hartfrequentie en door een groter slagvolume.
Ook het bloedvolume neemt, met ongeveer 20-30%.
Er is in verhouding meer plasma in het bloed. Hierdoor iets verlaagd hb-gehalte.
Weefselvocht neemt met ongeveer 15% toe. + veneuze terugvoer uit de benen wordt
belemmerd door de druk van de zwangere uterus gevolg: oedemen in voet/benen.
17.2.2
Doordat er veel mineralen naar de foetus gaan, is daaraan een verhoogde behoefte,
met name aan ijzer en kalk.
Tijdens de zwangerschap zitten er meer voedingstoffen in het moederlijke bloed dan
anders. Dit hangt samen met de aanwezigheid van het zwangerschapshormoon:
humaan chorionsomatomammotrofine (HCS), gevormd in de placenta. Dit zorgt
voor een verhoging van de bloedsuikerspiegel en van de hoeveelheid vrije vetzuren
in het bloed. + Stimuleert de ontwikkeling van het melkklierweefsel.
Ongeveer de helft van alle zwangere vrouwen heeft in de eerste drie maanden van
de zwangerschap meer of minder last van misselijkheid. Veranderde
hormoonspiegels.
Onder invloed het hormoon progesteron kan de darmperistaltiek vertraagd, waardoor
de indikking van de feces in de dikke darm versterkt is.
17.2.3 - Urinewegstelsel
De nieren krijgen per tijdseenheid meer bloed te verwerken. De nefronen moeten
harder werken om al dit bloed te zuiveren en de nog bruikbare stoffen in het bloed
terug te brengen.
Door de hoger bloedsuikerspiegel komt het nogal eens voor dat niet alle glucose
wordt terug geresorbeerd Vaak beetje glucose in de urine. = glucosurie.