Tentamen owe 3
HC 1.2 afweersysteem
Aspecifieke afweer
- Intacte huid- en slijmvliezen
- Microfagen en macrofagen
- Trilhaarepitheel
- Maagzuur
- Complementsysteem
Specifieke afweer
Afweer die wordt geactiveerd ter bestrijding van een specifieke ziekteverwekker.
T-cellen
Cytotoxische T-cellen. Aanvallen en vernietigen cellen
T-helpercellen. Geven cytokinen af en activeren B-cellen
T-geheugencellen. Reserve houden voor volgende keer.
T-suppressorcellen. Afremmen proces
B-cellen
B-cel blootgesteld aan antigenen en deze binden.
T-helpercellen activeren B-cel
B-cel deelt zich > B-geheugencellen en plasmacellen.
Plasmacellen geven antistoffen af.
Fagocytose
Het proces waar macrofagen/fagocyten een ziekteverwekker omsluiten.
- De meiose uitleggen
- Toelichten hoe de ontwikkeling van de mannelijke geslachtscellen tot stand komt
- De symptomen, fysiopathologie, behandeling en prognose van een aantal veelvoorkomende aandoeningen uitleggen
(vruchtbaarheidsstoornissen, prostaatvergroting en –carcinoom, mictiestoornissen man, UWI, niet goed sluitende blaasklep,
erectiestoornissen, aangeboren afwijkingen man geslachtsorganen, testiscarcinoom)
, Het mannelijke geslachtsorgaan (5.2)
GnRH: hypothalamus maakt dit hormoon en stimuleert hiermee de hypofyse om LH en FSH te
maken.
LH: luteïniserend hormoon.
Zet cellen in de teelballen aan tot de productie van testosteron.
Testosteron: voor de aanmaak van sperma en zorgt voor mannelijke kenmerken, zoals
lichaamsbeharing, baardgroei, een lage stem, ontwikkeling van de penis en zaadballen en voor meer
spiermassa. Het is ook nodig om seksueel opgewonden te raken.
FSH: follikelstimulerend hormoon.
Stimuleert de sertolicellen > zorgt voor spermatogenese
Negatieve feedback zorgt ervoor dat deze hormonen stoppen met ‘groeien’ als er teveel wordt
aangemaakt.
Schaambeen = symphysis pubica
Teelbal = testes
Bijbal = epididymis
Zaadleider = ductus deferens
Blaas = vesica urinae
Eikel = glans
Spermagotenese, spermagotonia ontwikkelen zich tot spermatozoa.
1. Mitose. Begint met mitotische delingen van stamcellen (spermagotonia). Een dochtercel van
elke mitose wordt naar de holte van het testiskanaaltje geduwd. Deze dochtercellen
differentiëren zich tot spermatocyten, die zich voorbereiden op het volgende proces: de
meiose.
2. Meiose. Geslachtscellen worden gevormd. Bij de meiotische delingen van spermatocyten
worden spermatiden (onrijpe scellen) gevormd.
3. Spermiogenese. Hier differentiëren de kleine, relatief en ongespecialiseerde spermatiden
zich tot fysiek rijpe spermatozoën, die de vloestof in de holten van de testiskanaaltjes
binnengaan.
Meiose
tweedelig delingsproces dat voortplantingscellen produceert.
Meiose 1: een cel met 46 chromosomen splitst zich in 2 cellen met 23 chromosomen en nog 46
strengen DNA.
Meiose 2: de 2 cellen worden gesplitst in 4 cellen met allemaal 23 strengen DNA.
HC 1.2 afweersysteem
Aspecifieke afweer
- Intacte huid- en slijmvliezen
- Microfagen en macrofagen
- Trilhaarepitheel
- Maagzuur
- Complementsysteem
Specifieke afweer
Afweer die wordt geactiveerd ter bestrijding van een specifieke ziekteverwekker.
T-cellen
Cytotoxische T-cellen. Aanvallen en vernietigen cellen
T-helpercellen. Geven cytokinen af en activeren B-cellen
T-geheugencellen. Reserve houden voor volgende keer.
T-suppressorcellen. Afremmen proces
B-cellen
B-cel blootgesteld aan antigenen en deze binden.
T-helpercellen activeren B-cel
B-cel deelt zich > B-geheugencellen en plasmacellen.
Plasmacellen geven antistoffen af.
Fagocytose
Het proces waar macrofagen/fagocyten een ziekteverwekker omsluiten.
- De meiose uitleggen
- Toelichten hoe de ontwikkeling van de mannelijke geslachtscellen tot stand komt
- De symptomen, fysiopathologie, behandeling en prognose van een aantal veelvoorkomende aandoeningen uitleggen
(vruchtbaarheidsstoornissen, prostaatvergroting en –carcinoom, mictiestoornissen man, UWI, niet goed sluitende blaasklep,
erectiestoornissen, aangeboren afwijkingen man geslachtsorganen, testiscarcinoom)
, Het mannelijke geslachtsorgaan (5.2)
GnRH: hypothalamus maakt dit hormoon en stimuleert hiermee de hypofyse om LH en FSH te
maken.
LH: luteïniserend hormoon.
Zet cellen in de teelballen aan tot de productie van testosteron.
Testosteron: voor de aanmaak van sperma en zorgt voor mannelijke kenmerken, zoals
lichaamsbeharing, baardgroei, een lage stem, ontwikkeling van de penis en zaadballen en voor meer
spiermassa. Het is ook nodig om seksueel opgewonden te raken.
FSH: follikelstimulerend hormoon.
Stimuleert de sertolicellen > zorgt voor spermatogenese
Negatieve feedback zorgt ervoor dat deze hormonen stoppen met ‘groeien’ als er teveel wordt
aangemaakt.
Schaambeen = symphysis pubica
Teelbal = testes
Bijbal = epididymis
Zaadleider = ductus deferens
Blaas = vesica urinae
Eikel = glans
Spermagotenese, spermagotonia ontwikkelen zich tot spermatozoa.
1. Mitose. Begint met mitotische delingen van stamcellen (spermagotonia). Een dochtercel van
elke mitose wordt naar de holte van het testiskanaaltje geduwd. Deze dochtercellen
differentiëren zich tot spermatocyten, die zich voorbereiden op het volgende proces: de
meiose.
2. Meiose. Geslachtscellen worden gevormd. Bij de meiotische delingen van spermatocyten
worden spermatiden (onrijpe scellen) gevormd.
3. Spermiogenese. Hier differentiëren de kleine, relatief en ongespecialiseerde spermatiden
zich tot fysiek rijpe spermatozoën, die de vloestof in de holten van de testiskanaaltjes
binnengaan.
Meiose
tweedelig delingsproces dat voortplantingscellen produceert.
Meiose 1: een cel met 46 chromosomen splitst zich in 2 cellen met 23 chromosomen en nog 46
strengen DNA.
Meiose 2: de 2 cellen worden gesplitst in 4 cellen met allemaal 23 strengen DNA.