leven, er worden vragen gesteld over denken, voelen en gedrag tijdens de verschillende fases.
Invalshoeken: lichamelijke, emotionele, cognitieve & sociaal-culturele
Primaire vragen: welke voorspelbare veranderingen vinden gedurende het gehele leven bij
individuen plaats en welke rol spelen er erfelijkheid en omgeving bij deze veranderingen?
Nature= Erfelijk (= bepaal je potentieel)
Nurture= omgeving
Interactie tussen nature en nurture: we worden geboren met een bepaalde aanleg (nature) die, als
deze wordt blootgesteld aan invloeden uit onze omgeving (nuture) het volledige potentieel kan
bereiken
Spelen allebei een rol: 1. Wat is het relatieve aandeel van elk van deze factoren, Op welke wijze
vertonen de 2 factoren interactie, zodanig dat uiteindelijk een bepaalde eigenschap ontstaat.
Tweelingonderzoek: Dit is een onderzoek naar tweelingen. Door hun ontwikkelingen met elkaar te
vergelijken, hoopt men te ontdekken welke eigenschappen zijn aangeleerd en welke aangeboren.
Adoptieonderzoek: Eigenschappen van het geadopteerde kind worden vergeleken met de
eigenschappen van de biologische gezinsleden en die van geadopteerde gezinsleden. Hieruit kan men
concluderen dat kenmerken zoals intelligentie, impulsief gedrag of seksuele voorkeur een genetische
component hebben.
Aangeboren vaardigheden: in genen
Aangeboren reflex: gedrag en reactiepatroon dat een kind al beheerst bij de geboorte, is effectief
wat de overlevingskans verhoogt zoals je wist dat je voedsel kon krijgen door te zuigen, zoals
houdingsreflex, grijpreflex, zuigreflex of loopreflex.
Rooting-reflex = draaien van je hoofd naar een wang wat wordt aangeraakt
Prenatale periode: Periode tussen conceptie en de geboorte, nieuw organismen bereidt zich voor op
onafhankelijke leven buiten de baarmoeder. Het bestaat uit 3 fasen:
(1) De germinale fase: Kort na conceptie begint de zygote door celdeling te groeien, tijdens de
germinale fase splitst eerst de ene cel zich in 2en, 2 worden er 4 en tegen de tijd dat het er 150 zijn
nestelt de zygote zich aan de wand van baarmoeder ongeveer 1 week. Na nesteling wordt zygote
embryo genoemd. ( nu verbonden met lichaam)
(2) De embryonale fase: eerste 8 weken tijdens deze fase bepaalt de genetische aanleg op welke
wijze de organen die we in pasgeboren baby aantreffen, zich ontwikkelen. Er vindt een
differentiatieproces plaats ( cellen gaan zich specialiseren) en geslacht wordt bepaald (xx= meisje
xy=jongen). 3 lagen cellen, buitenste laag huid en zenuwstelsel, middelste botten bloedvaten
organen etc, Binnenste spijsvertering, longen, klieren.
(3) Foetale fase: Spontane bewegingen en reflexen ontstaan. Tegen 16e week kan foetus pijn voelen,
krijgen ze hersens en bij 27e horen zij geluid. Placenta voert barrière tussen bloedbanen.
Embryo = het ongeboren kind gedurende eerste acht weken na conceptie
, Foetus = het ongeboren kind in de periode tussen het embryonale stadium en geboorte (na 8e week)
Placenta: Orgaan dat later embryo en foetus scheidt van moeder. Kan wel schadelijke stoffen
uitfilteren maar niet allemaal
Teratogeen: Virussen, verschillende drugs, alcohol ( de giftige stoffen) die schade kan toebrengen
aan het ongeboren kind, omdat de placenta deze niet kan uitfilteren.
FAS ( Foetaal Alcohol Syndroom) = Belangrijke gevolg bij grote hoeveelheid drank. Het leren van
cognitieve en lichamelijke functies en vaardigheden wordt belemmerd, fysieke en mentale
problemen ontstaan bij een kind.
Roken = leidt tot ADHD, leerstoornissen of lage geboortegewicht
De neonatale periode = 1e maand na de geboorte.
Sensorische vaardigheden van pasgeborene op volgorde
1. Reageren op smaak
2. Stemmen en gezichten
3. Nurture belangrijkst bij auditieve voorkeuren (3wstem herkennen moeder liever dan vader)
Sociale vaardigheden
Spiegelneuron: Zenuwcel wordt geactiveerd als er een handeling wordt uitgevoerd, maar ook als je
iemand anders een handeling ziet uitvoeren = Imitatie
Imitatie = imiteren van gedrag van andere mensen
Synchroniteit: Nauwkeurige coördinatie van de kijkrichting, stemgebruik, aanrakingen en glimlach
baby en moeder etc. dus het gedrag dat gelijktijdig wordt vertoont.
Nature spiegelhormonen en Nurture imitatie is de basis voor empathie
Zuigelingentijd/ infancy = 18 maanden tot 2 jaar oud – het moment dat taalvaardigheid zich begint
te ontwikkelen. De taalvaardigheid ontwikkelt zich verder en tussen de neuronen die samenwerken
worden er verbindingen gevormd ( = neurale ontwikkeling).
Infans = niet in staat tot spreken
Gevoelige perioden: een periode waarin het organismen bijzonder gevoelig is voor bepaalde stimuli.
Organismen hebben vermoedelijk gevoelige perioden voor het ontwikkelen van gehoor en het
ontvangen van visuele stimulatie die nodig is voor de normale ontwikkeling van het zicht.
Ontwikkeling van de hersenen
Gedurende eerste 2 jaar neemt totale zenuwweefsel snel toe met 50%. Ervaringen zullen bepalen
welke gebieden en functies in hersenen het best worden ontwikkeld. Uit onderzoek is gebleken dat
kinderen die meer blootgesteld zijn aan taal of andere vaardigheden, eerder deze vaardigheden
verkrijgen dan de kinderen die hier niet aan blootgesteld zijn. Groeisnelheid zenuwstelsel neemt
geleidelijk af tegen 11e levensjaar. Dus je hersenen zijn dan volgroeid.
Synaptic pruning = proces waarbij ongebruikte verbindingen in de hersenen verloren gaan en
neuronen beschikbaar komen voor toekomstige ontwikkeling. Neuronen worden zelf niet vernietigd,
maar gaan naar ongedifferentieerde toestand, wachtend op hun functie.