(Hoorcolege 1, Romijn) ontwikkeling kind (actieve stimu) NL: kind
- Super-diversity in nl: toename diversity ontwikkeld op eigen tempo
bc globalisering & migratie. Ongv NL 26% (Rogof et al., 2018)
foreignn en in grote steden 50% -OZ’ers meer contextueel onderzoek doen
- groepen&redenen: buiten EU v oosteu- door te kijken naar het sociocultureel
>westEU, door werk & opleiding, theoretisch perspectief = focus meer op
fam.migration, asylum/vluchteling ontwikkeling dmv participatie en dagelijke
- SD veel groter dan land v oorsprong: praktijken/setting van het kind en naar
karaktereigensch soms niet zichtbaar - children’s lived experience = culturale
interact met elkaar (intersexionality) natuur van menselijke ontwikkeling.
-WEIRD science = vertekening door rijk Participatie= observatie van andere en
west als norm bijdragen aan het maken van beslissingen en
- Wat is cultuur? : ideeën zowel als uitvoeren. Wann niet gedaan
- Bronfenbrenner = cultuur en kind zijn wordt is er sprake van overgeneralisatie en
twee verschillende dingen, cultuur werkt als het maken van ecological commitments =
ext invl op ontwikkeling (macro) hypo’s/aannames zonder deze te testen
→ Velez-Agosto = cultuur is een invloed op - Individu en context of cultuur zijn in
elk level van het systeem. Het is een afzonderlijk, wederzijdse ontwikkeling van
dynamisch systeem bestaande uit praktijken het leven.
van soc gemeenschap: - Belang context: 1)Ontwikkeling van
Transactional/contextual kinderen in context van het leven 2)
- Vygotsky&Weisner= cultuur een Algemene vermogens Invloed lab.oz
internaliserend proces. Gebeurd buiten het →overgeneralisatie, geen bewijs over
kind maar heeft invloed op dagelijkse dagelijks leven.
praktijken. Gaat van extern naar intern Oplossing:
(contextueel en transactioneel) Door Komt Uiteindelijk
- Rogoff = cultuur vormt het kind & VISA Context oz naar
child lived
Beter begrijpen
v/d context v/d
inclusie
VERSA
exper cultuur en hoe
- Kagitcibasi = Cultural orientations: een kind hierin
individualistic vs relational (collectivistic) opgroeid
Individualistic orientation: -Hoe leren kinderen manieren om zich aan te
Individual development, independence, passen aan de verschillende omgevingen die zij
autonomy doorkruisen? -> Ze leren de benaderingen die ze
Relational orientation: Relations with in de ene setting hebben geleerd te
others, interdependence, loyalty. KRITIEK: onderscheiden of toe te passen wanneer z in een
andere setting worden betrokken (interne
oversampleing en geen invloed
werkmodellen)
soc.med./global Parental orientations
(Super & Harkness, 1986)
(Berns ’16):
-De ontw.pyscho presenteert meer verticale
theo’s, terwijl antropologische theo’s meer
horizontaal zijn. Zij komt tegemoet aan het
verband tussen cultuur en individu
- Antrop perspe op ontw: cult is in geest &
omgv stimulans
- DN: theo kader dat cult. regulatie in het
microsysteem van K beschrijft en probeert de
omgv te beschrijven vanuit gezichtspunt van
K om processen van ontw. verwerving van
-
cultuur te begrijpen.
Developmental
1.Fysieke en sociale setting van kind:
niche (super &
Beschikbare materialen en speelgoed/
harkness): Drie
Huisvestingsregelingen (S/D)/ buurt (fys/soc
componenten
gevaar) & Ouderlijke rollen/ Relaties met
van een systeem
gezinsleden
gericht op
2. costoms: Culturele gewoontes
homeostase;
(praktijken) alles wat je als ouder doet &
verandering in
soc. Tradities/ organ v dagelijks leven/
een van de componenten heeft ook gevolgen
ontwikkeling activity/ taal
voor de andere.
, 3. Psychologie v/d opvoeders (Parental -Intersectionaliteit: het overlappen van
beliefs): over K’s ontwikkeltijd proces/ verschillende sociale identiteiten in 1 persoo
mijlpalen/ soc.doelen en cult values/ edu & door toegang tot middelen
ontw aspirations/ Effectief ouderschap
→ homeostase: verandering in een van de Volgens B&C moet er meer gekeken worden
componenten heeft ook gevolgen voor de naar 3 aspecten v identificatie, zodat ook soc
andere. context hierin een rol gaat spelen.
(Velez-Agosto et al., 2017) - spiraal - Hard understanding identity: op B v
model gelijke kenmerken-> homogeniteit v groep
1) Culture as everchanging system consisting &sterke grenzen &gr.verbondenhei
of practices of social communities and the - Weak understanding identity:
interpretation of these practices through veranderlijk in loop tijd
language 2) Culture as inherently part of all -Identificatie & categorisatie: wie bepaald
settings (proximal and distal) 3) Importance de categorieen? Self-identification vs
of daily, cultural practices identification by others
- Bronfen. niet juist, bc cult is niet los van K, Self-understanding & social location:
maar microsys Less explicitly articulated than self-
- socioculturele theorie van vygotsky: is identification; with a higher emol & cogn
gebaseerd op hoe cultuur de menselijke undertone. Iemands understanding of who
ervaring bemiddelt en de menselijke activiteit they are changes per social location. Implies
transformeert. -> cultuur staat niet los van ‘situated subjectivity’.
individu maar is systeem waarin elke Commonality, connectedness,
menselijke dagelijkse activiteit wordt groupness: The emo. laden sense of
gerealiseerd+geïnternaliseerd belonging to a distinctive, bounded group,
-ecoculturele theorie van thomas involving both a felt solidarity or oneness
weisner: cultuur is routines die we volgen. with fellow group members and a felt
Culturele gemeenschap biedt kinderen difference from or even antipathy to specified
ontwikkelingspaden outsiders.
- Rogoff’s transformation of
participation perspective: ontwik. is transf -casus moskeestudenten: dat het geen
van participatie in sociocult activ -> is directe probleem is meerdere identiteiten te hebben
interactie met indiv en geen hiërarchisch -blootstelling aan publieke discoursen over
proces, cult wordt geplaatst binnen soc.com angst/ discriminatie/uitsluiting triggeren
die richtlijnen geven voor betrokkenheid bij ontwikkeling van reactieve identificatie →
cult participatie in dagelijkse activiteiten, cult als verdedigingsmechanisme/
doordringt alle aspecten v/h leven en speelt copingstrategie: Risico op academische
belangrijke rol bij ontwikkeling van mentale terugtrekking en terugtrekking met
processen interetnische interacties meer aandacht
Week 2 – Cultural identity development nodig voor de beschermende rol die
(Hoorcollege 2, Sözeri) onderwijzers, moskeevoorlichters en andere
- Erikson’s psycho-social theory of pedagogische betrokkenen kunnen spelen
development: elke fase heeft crisis->
manier oplossen heeft invloed volgende fase (Brubake & Cooper, 2000)
= ontwikkeling identity. Erkent rol v sociale - Er is een conflict bij conceptualisering van
context. identeit: het is zowel Praktijkcategorie (wat
- Identification in childhood (6-11): Zichzelf doen we) als Analysecategorieën (wat is de
zien als ander person dan ouders -> copy betekenis van wat we doen)
kenmerken || verlangen van groot verschil -nieuwe vorming van het begrip met 3 onderl
met ouders. verb alterna: 1) Identificatie en
- Identity formation during adolescence categorisatie: Zelfidentificatie en
(12-24) zoektocht naar eigen levensdoel in identificatie door anderen. Dit kan mismatch
wereld-> belangerijk ontw sens of veroorzaken. Het verschuift de focus van
belongingness/ wel-being.|| ident.crisis bc object naar proces 2)Zelfbegrip en sociale
sens van loss locatie: Dit richt zich meer op emotioneel
- Identity development adulthood ( 25+): begrip van wie je bent. Het hangt af van je
Nu intimiteit prob (bondingissue) -> door context(sociale locatie). Het heeft een hogere
levenservaring/ migratie/ scheiding || mid-life emotionele en cognitieve ondertoon dan
crisis gerela aan evalua levenkwal , change zelfidentificatie.
N&W 3)Gemeenschappelijkheid,
verbondenheid, groepsgevoel Het gevoel