Vragen Antwoord
1. Een neuron heef normaal meerdere axonen en één dendriet. Juist / onjuist
2. Temperatuur is een voorbeeld van sensorische informate. Juist / onjuist
3. Volgens het size-principle worden fast-twitch spiervezels als eerste geactveerd bij bewegingen die weinig kracht kosten. Juist / onjuist
4. Bi-artculaire spieren zijn spieren die twee verschillende functes hebben. Juist / onjuist
5. Tijdens inspanning neemt het hartritmevolume toe omdat de hartreeuente toeneemt, het slagvolume blijf tjdens inspanning Juist / onjuist
gelijk.
6. Supercompensate treedt vooral op bij beginnende sporters. Juist / onjuist
7. Door aerobe training ontstaan er meer capillairen in de spieren. Juist / onjuist
8. Krachtoename ten gevolge van anaerobe training zal de eerste ten weken vooral het gevolg zijn van een betere neurale Juist / onjuist
aansturing.
9. Bij hypertrofe ontstaan er twee of drie nieuwe spiervezels op de plek van een beschadigde spiervezel. Juist / onjuist
10. Het overload-principe betekent dat er de opgelegde trainingsbelastng groter moet zijn dan wat het lichaam gewent is. Juist / onjuist
11. In de longaders is de zuurstofconcentrate hoger is dan in de longslagaders. Juist / onjuist
12. In de venen is de bloeddruk hoger dan in de arteriën. Juist / onjuist
13. De linker kamer pompt het bloed naar de longen. Juist / onjuist
14. Tijdens inspanning neemt het av-O2 verschil toe, ten opzichte van rust. Juist / onjuist
15. Bij de afraak van ATP komt mechanische energie vrij. Juist / onjuist
16. Het fosfaatsysteem kan tjdens een maximale sprint ongeveer 30 seconden voldoen aan de energievraag van je spieren. Juist / onjuist
17. De krebs-cyclus is bij duurinspanning verantwoordelijk voor het grootste deel van de ATP-producte. Juist / onjuist
18. Type II spiervezels kunnen meer kracht genereren dan type I spiervezels. Juist / onjuist
19. Als een spiervezel op zijn maximale lengte is, kan deze de meeste kracht leveren. Juist / onjuist
20. Bij extensie van de knie is de musculus euadriceps femoris de antagonist. Juist / onjuist
21. Casus: Een student fetst vijf keer per week een half uur naar de hogeschool en voetbalt daarnaast twee keer per week Juist / onjuist
anderhalf uur. Stelling: Het energieverbruik wordt bij deze student voor het grootste gedeelte bepaald door het rustmetabolisme.
22. Thermogenese van voedsel is het energieverbruik door spijsverteringssysteem. Juist / onjuist
23. Het rustmetabolisme is afankelijk van geslacht, leefijd en gewicht. Juist / onjuist
24. Het rustmetabolisme is onafankelijk van de verhouding tussen spier- en vetweefsel. Juist / onjuist
1. Een neuron heef normaal meerdere axonen en één dendriet. Juist / onjuist
2. Temperatuur is een voorbeeld van sensorische informate. Juist / onjuist
3. Volgens het size-principle worden fast-twitch spiervezels als eerste geactveerd bij bewegingen die weinig kracht kosten. Juist / onjuist
4. Bi-artculaire spieren zijn spieren die twee verschillende functes hebben. Juist / onjuist
5. Tijdens inspanning neemt het hartritmevolume toe omdat de hartreeuente toeneemt, het slagvolume blijf tjdens inspanning Juist / onjuist
gelijk.
6. Supercompensate treedt vooral op bij beginnende sporters. Juist / onjuist
7. Door aerobe training ontstaan er meer capillairen in de spieren. Juist / onjuist
8. Krachtoename ten gevolge van anaerobe training zal de eerste ten weken vooral het gevolg zijn van een betere neurale Juist / onjuist
aansturing.
9. Bij hypertrofe ontstaan er twee of drie nieuwe spiervezels op de plek van een beschadigde spiervezel. Juist / onjuist
10. Het overload-principe betekent dat er de opgelegde trainingsbelastng groter moet zijn dan wat het lichaam gewent is. Juist / onjuist
11. In de longaders is de zuurstofconcentrate hoger is dan in de longslagaders. Juist / onjuist
12. In de venen is de bloeddruk hoger dan in de arteriën. Juist / onjuist
13. De linker kamer pompt het bloed naar de longen. Juist / onjuist
14. Tijdens inspanning neemt het av-O2 verschil toe, ten opzichte van rust. Juist / onjuist
15. Bij de afraak van ATP komt mechanische energie vrij. Juist / onjuist
16. Het fosfaatsysteem kan tjdens een maximale sprint ongeveer 30 seconden voldoen aan de energievraag van je spieren. Juist / onjuist
17. De krebs-cyclus is bij duurinspanning verantwoordelijk voor het grootste deel van de ATP-producte. Juist / onjuist
18. Type II spiervezels kunnen meer kracht genereren dan type I spiervezels. Juist / onjuist
19. Als een spiervezel op zijn maximale lengte is, kan deze de meeste kracht leveren. Juist / onjuist
20. Bij extensie van de knie is de musculus euadriceps femoris de antagonist. Juist / onjuist
21. Casus: Een student fetst vijf keer per week een half uur naar de hogeschool en voetbalt daarnaast twee keer per week Juist / onjuist
anderhalf uur. Stelling: Het energieverbruik wordt bij deze student voor het grootste gedeelte bepaald door het rustmetabolisme.
22. Thermogenese van voedsel is het energieverbruik door spijsverteringssysteem. Juist / onjuist
23. Het rustmetabolisme is afankelijk van geslacht, leefijd en gewicht. Juist / onjuist
24. Het rustmetabolisme is onafankelijk van de verhouding tussen spier- en vetweefsel. Juist / onjuist