(Marc Veenstra)
De verschillen aangeven tussen de controle van het endocriene systeem en het neuronale systeem.
Endocriene systeem: langzame- en langdurige werking
Neuronale systeem: snelle- en korte werking
De intercellulaire interacte tussen aangrenzende en naburige cellen uitleggen.
- Direct contact
o Bv. blaas/glad spierweefsel
- Over een korte afstand (actepotentaal/synapss
- Via de bloedbaan (hormonens
Het ‘tweede signaalstofmechanisme’ uitleggen.
Voor herkenning op celwand van non-steroïde hormonen:
- Membraanreceptor actveert -eiwit
- -eiwit opent adenylaatcyclase
- Adenylcyclase zet ATP om in cAMP (= 2 e signaalstofs
- Actvate van kinase
- Wijziging van enzymactviteit en openen ionkanalen
De intracellulaire binding en werking van steroïdhormonen uitleggen.
1. Steroïdhormoon difundeert door
plasmamembraan
2. Receptor & hormoon gaan nucleus in
3. Receptor-hormoon bindt aan DNA
4. Binding veroorzaakt transcripte
5. D.m.v. translate nieuw eiwit
, De eigenschappen van klieren uitleggen.
Functe: producte uitscheidingsproduct
- Holocriene klier: hele cel + product
- Merocriene klier: product
- Apocriene klier: deel van de cel + product
Vorming van een klier:
Uitleggen hoe de producte van een hormoon kan worden gestmuleerd.
Tekort hormoon hypothalamus
registreert te kort (minder negateve
terugkoppelings hypothalamus zet
hypofyse in acte tot producte van
hormonen