-Bestaat uit
• Katabolisme = De afbraak van grote moleculen in kleinere moleculen. Een oxidatief proces,
een verlies van elektronen en er komt energie vrij.
• Anabolisme = De reactie van kleinere moleculen om grotere moleculen te vormen. Een
reductief proces, elektronen worden opgenomen en energie is nodig.
Regulatie
• Enzymregulatie op genexpressie niveau. Operon meer of juist minder actief.
• Katalytische activiteit. Door inhibiter (feedback inhibitie of fosforylering).
• Toegang tot substraat reguleren. Je wilt bepaalde reacties afsluiten van zijn omgeving (vb.
peroxisomen).
Koolhydraten = Energiebron, rol in cel-cel interactie, structuur van bacterie- en plantencellen.
-Soorten
• Simpele koolhydraten. Via fruit, melk en groenten. Vrijwel alleen suikers.
• Complexe koolhydraten. Via brood, pap, pasta, etc. Bevatten ook vitamines, mineralen en
vezels.
-Naamgeving
• Monosaccharide: 1 suikermolecuul.
• Disacchariden: 2 suikermoleculen.
• Oligosacchariden: Aantal suikermoleculen.
• Polysacchariden: Lange ketens van suikermoleculen.
o Glycogeen, zetmeel, cellulose.
-Naam is gebaseerd op
• Functionele groep
o Ketose. Carbonylgroep niet aan eerste C-atoom.
o Aldose. Carbonylgroep wel aan eerste C-atoom.
• Aantal C-atomen
o 3 C-atomen = triose.
o 4 C-atomen = tetrose.
o 5 C-atomen = pentose.
o 6 C-atomen = hexose.
• Draaiing
o L = Laatste chirale C-atoom staat links.
o D = Laatste chirale C-atoom staat rechts.
-Stereochemie
• Isomeren: Zelfde molecuulformule, maar een andere structuurformule.
• Sterioisomeren: Atomen zijn geconnected in dezelfde volgorde, maar hebben een andere
ruimtelijke ordening (2n, met n = aantal chirale C-atomen).
• Diasteriomeren: Geen spiegelbeeld van elkaar.
• Enantiomeren: Wel spiegelbeeld van elkaar.
• Epimeren: Diasteriomeren die verschillen met 1 chiraal C-atoom.
Fischer structuur = Een makkelijke manier om stereochemie van een molecuul te bepalen, maar niet
de beste manier. In vaste vorm komen de suikers in deze, lineaire vorm voor.
Haworth structuur = Realistischer en van zijkant gezien. In water vormen suikers cirkelvormige
moleculen. De vrije OH-groep kan reageren met de carbonylgroep. Bij aldoses kunnen C1 en C5 een
hemiacetal vormen en bij ketoses kunnen C2 en C5 een hemiketal vormen.
-Naamgeving
• 5-ring = Furanose. Ontstaat na het vormen van een hemiketal.
• 6-ring = Pyranose. Ontstaat na het vormen van een hemiacetal.
-Opbouw
• Rechts in Fischer structuur à Beneden in Haworth structuur
• Links in Fischer structuur à Boven in Haworth structuur
• α = Beneden in Haworth structuur
• β = Boven in Haworth structuur
, Haworth structuur
-Bekende structuur
-Conformaties
• Stoel vormig = Axiale of equatoriale (om 2 assen) conformatie. Stabiel.
o Axiaal: Zijgroep staat loodrecht op de ring. Kan sterische hinder veroorzaken.
o Equatoriaal: Zijgroep staat parallel aan ring.
Reacties van monosacchariden
-Oxidatie
• Van -OH naar =O.
• Van =O naar -COOH.
-Reductie
• Van -OH naar -H.
• Van =O naar -OH.
-Verestering (bv. reactie met fosfaatgroepen)
• Hierbij wordt een esterbinding gevormd tussen een monosaccharide en een zuur. Dit gebeurt
ook in de glycolyse.
-Glycosidische binding
• Twee OH-groepen reageren met elkaar om een R-O-R binding te vormen.
-Soorten
o α-glycoside binding. Bij α-D-glucose:
§ α (1 à 4) = lineaire keten.
§ α (1 à 6) = vertakte keten.
o β-glycoside binding. Bij β-D-glucose:
§ β (1 à 4) = lineaire keten.
§ β, β (1 à 4) = vertakte keten.
Deoxysacchariden = Veel gevonden in de natuur. Voorbeeld: β-L-Fructose. Dit molecuul is gebonden
aan een polypeptideketen. Betrokken bij ABO-bloedgroepen. Een ander voorbeeld is deoxyribose wat
wordt gevonden in het DNA.
Alditolen = Gereduceerde suikers. De carbonylgroep is gereduceerd tot een -OH groep (zoetstoffen).
-Voorbeeld