Een inleiding in de toegepaste neurowetenschappen
Hier gebruikt: Neurowetenschappen, een overzicht
Hoofdstuk 9: De sensomotorische cirkel
Samenvatting van het hoofdstuk uit het boek
Alles wat wij doen heeft zijn sensorische gevolgen: re-afferentie. We voelen de traptrede, we horen
onszelf zingen of praten, we zien de tennisbal die we geslagen hebben. De re-afferentie geeft ons
een greep op ons handelen. De re-afferentie kan worden uitgebreid met informatie die de leraar of
therapeut geeft: knowledge of performance (KP) = informatie over de correcte uitvoering van een
beweging, knowledge of results (KR) = informatie over het resultaat. Het belang van re-afferentie
blijkt ook uit beeldvormend onderzoek: bij het verrichten van een handeling worden altijd ook
sensorische gebieden geactiveerd (bijvoorbeeld akoestische schors bij praten). Iedere handeling
heeft zijn eigen sensorische structuur: bij een balsport is het zien onontbeerlijk, bij vioolspelen of
zingen is het gehoor onmisbaar, schaatsen/fietsen/skiën zijn onmogelijk zonder bewegingsgevoel
(kinesthesie). Soms kunnen compensaties aangeleerd worden: de blinde leert braille, de dove
gebarentaal, de patiënt met gevoelloze benen kijkt naar iedere stap. Een ‘efference copy’ is een
kopie van een motorisch opdrachtsignaal die o.a. terechtkomt in sensorische schorsgebieden, die
daardoor op de hoogte zijn van de re-afferentie die ophanden is. Een onverwachte externe
waarneming (ex-afferentie) wordt daardoor totaal anders ervaren dan een verwachte, zelf
veroorzaakte waarneming.
9.1 Actieve sensoriek
In de jaren dertig gaf Bernstein aan dat het noodzakelijk is de reflexboog uit te breiden tot een cirkel.
Iedere motoriek heeft immers zijn sensorische gevolgd. Von Holst introduceerde later de term re-
afferentie. Behalve in het centrale zenuwstelsel is er dus ook een soort ‘synaps’ (koppeling) in de
periferie waarbij motoriek in sensoriek wordt omgezet. Vele prikkels die je in het dagelijks leven
ontvangt zijn het gevolg van eigen motoriek, actieve sensoriek: sensoriek die ontstaat door motoriek.
Bv een tastbeweging met een hand (een sleutel uit een tasje pakken). Iedere beweging heeft zijn
feedback-gevolgen, zo hoort men bij spreken het resultaat van de eigen klankproductie. In dit geval is
het essentiële sensorische feedback; het zenuwstelsel krijgt hierdoor informatie over de
consequenties van de bewegingen. Deze kunnen gewenst, ongewenst of neutraal zijn.
Behalve sensoriek als gevolg van een beweging is er ook sensoriek die niet het resultaat is van de
eigen beweging. Men spreekt wel van ex-afferentie. Deze informatie is deels onvermijdelijk (het zien
van de bal bij tennissen), deels specifiek bruikbaar (demonstratie van een beweging) en deels
aspecifiek (achtergrondlawaai). Ex-afferentie kan onderverdeeld worden in:
- Feedforward → Dit is de bruikbare informatie die voorafgaand aan de beweging wordt
gegeven. Deze informatie heeft een voorspellende waarde en is daarom zeer belangrijk voor
de planning en sturing van bewegingen. In het geval van fouten en correcties kunnen deze
met feedforward-informatie voorkomen worden.
- Feedback → Dit is de bruikbare informatie die na afloop van de beweging wordt gegeven.
Deze informatie komt soms echter te laat. Denk aan het niet zien van een tak en hierover
struikelen, waardoor je jezelf moet opvangen. Er gaat iets fout, maar dit wordt gecorrigeerd.