Hoorcollege 2: factoranalyse.................................................................................. 2
Factoranalyse – 3 vragen.................................................................................... 5
Huiswerkopdrachten – theorie.............................................................................. 10
Hoofdstuk 4 Test dimensionaliteit en factoranalyse.............................................12
Factoranalyse: Het Onderzoeken van de Dimensionaliteit van een Test........17
Exploratieve Factoranalyse (EFA)...................................................................18
,Hoorcollege 2: factoranalyse
(Onthouden uit vorige college: composite score =
totale score)
3 kernvragen over dimensionaliteit
1. Uit hoeveel dimensies bestaat de test?
2. Zijn de dimensies gecorreleerd?
3. Wat is de psychologische betekenis van de dimensies?
Factoranalyse = of een test uni of multidimensioneel is
Unidimensionaliteit
Conceptuele homogeniteit
= antwoorden op de items zijn een functie van hetzelfde psychologische
attribuut
Indien unidimensioneel: composite score (totale score) van alle items
Betrouwbaarheid en validiteit wordt onderzocht voor de totaalscore
Multidimensionaliteit – gecorreleerde factoren
Hogere orde factor: Opvoedvertrouwen is een hogere orde factor
= dat concept wat boven alle dimensies staat
Scores per subschaal/dimensie en totaalscore
Betrouwbaarheid en validiteit wordt onderzocht voor de subscores én
totaalscore
Multidimensionaliteit – ongecorreleerde factoren
Scores per factor
Betrouwbaarheid en validiteit wordt onderzocht voor de scores per factor
Geen hogere orde factor die boven de dimensies staat
VB. CBCL (gaat over internaliserende en externaliserende gedragsproblemen.
Deze twee gedragsproblemen hoeven niet per se met elkaar gecorroleerd te
zijn)
VB. de Big-5 persoonlijkheid (die 5 persoonlijkheidskenmerken hoeven niet
aan elkaar gecorreleerd te zijn
, Overlap in variantie
Via VennDiagrammen
Samenhang tussen items en factoren
Door de samenhang van de items kan je zien hoeveel factoren er zijn
Item 1 en 2 en factor 1 Factor 1 en 2 en item 1 en 2 Item 1 en 2, en factor 1 en
2
Item 1 en 2: covariantie Factoren onderling Item 1 en 2 corrleren een
(=een mate van correlatie gecorreleerd – delen variantie klein beetje met elkaar,
tussen de 2 items) – covariatie maar item 1 hoort vooral
Item 1 en 2 correleren met Item 1 hangt het meest bij factor 1 en item 2
factor 1 samen met factor 1, want vooral bij factor 2
Item 1 en 2 delen allenbei hiermee deelt het de meeste 2 factoren die onderling
variantie met factor 1 variantie (en minder met niet overlappen (factor 1
= Het zijn 2 indicatoren van item 2). Zelfde geldt voor en factor 2 correleren niet)
dezelfde factor item 2, maar dan met factor
2 2 dimensioneel,
ongecorreleerde
dimensies)
Inter-item correlatiematrix
Plaatje links Plaatje midden Plaatje rechts