Een inventarislijst geeft een opsomming in hoeveelheden van alle bezittingen en schulden.
Schulden zijn bestaande en vaststaande verplichtingen die door betaling worden afgewikkeld.
Een inventarislijst waarin wordt verwezen naar bijlagen wordt met beknopte inventarislijst
aangeduid.
Een onderneming die zich uitsluitend bezighoudt met handelsactiviteiten (handelsonderneming)
koopt goederen in en verkoopt deze in niet-bewerkte vorm. Bij een industriële onderneming vindt
wél een bewerkingsproces plaats.
Bij een rekening-courantkrediet mag de onderneming tot een maximumbedrag vrij krediet opnemen.
Eigen vermogen= bezittingen – schulden
De balans wordt veelal gepresenteerd in scontrovorm, dat wil zeggen dat de balans bestaat uit een
linkerzijde en een rechterzijde.
De staffelvorm is een verticale weergave van een balans met eerst een opsomming van de
bezittingen en daaronder een opsomming van eigen vermogen en schulden.
Een balans is in evenwicht, dus bezittingen = eigen vermogen + schulden.
,Hoofdstuk 2 Financiële feiten en grootboek
Financiële feiten zijn transacties die van invloed zijn op balansposten.
Een grootboek is een registratiesysteem waarbij voor elke post op de balans in een afzonderlijk
overzicht de debet- en creditwijzigingen per financieel feit worden vastgelegd. Deze afzonderlijke
overzichten noemen we grootboekrekeningen.
De rekeningen in het grootboek worden onderverdeeld in:
- Rekeningen van bezit: de grootboekrekeningen waarop bezittingen worden geadministreerd.
- Rekeningen van schuld: de grootboekrekeningen waarop schulden worden geadministreerd.
- Rekening van eigen vermogen: de grootboekrekening waarop het eigen vermogen naar
grootte wordt geadministreerd.
- Hulprekeningen van de rekening van eigen vermogen.
Het noteren van de beginstand in de grootboekrekeningen gebeurt door de bedragen over te nemen
van de beginbalans (= het openen van het grootboek).
Het grootboek wordt nu bijgewerkt door gevolgen van de financiële feiten.
Een rekening debiteren wil zeggen een bedrag noteren aan de debetzijde van die rekening: een
rekening crediteren wil zeggen een bedrag noteren aan de creditzijde van die rekening.
Boekingsregels (regels voor het bijwerken van het grootboek):
Een rekening van bezit wordt gedebiteerd bij toename en gecrediteerd bij afname van de
desbetreffende bezitting.
Een rekening van schuld wordt gecrediteerd bij toename en gedebiteerd bij afname van de
desbetreffende schuld.
De rekening van eigen vermogen (een hulprekening van de rekening van eigen vermogen)
wordt gecrediteerd bij toename en gedebiteerd bij afname van het eigen vermogen.
In de proefbalans wordt van elke grootboekrekening het totaal van de debetzijde, respectievelijk het
totaal van de creditzijde opgenomen. Daarna worden de totaaltellingen van de proefbalans bepaald.
De totaaltellingen van de proefbalans moeten aan elkaar gelijk zijn.
De saldibalans wordt ingevuld door voor elke grootboekrekening de bedragen in de proefbalans van
elkaar af te trekken. In deze kolom wordt van elke rekening het saldo genoteerd. Een debetsaldo
wordt in de saldibalans debet genoteerd en een creditsaldo in de saldibalans credit.
De verbinding tussen de beginbalans en het
grootboek wijst op het openen van het grootboek;
de verbinding tussen de financiële feiten en het
grootboek wijst op het bijwerken van het
grootboek.
, Hoofdstuk 3 Journaal
Het journaal heeft twee naast elkaar liggende geldkolommen: een debet kolom en een creditkolom.
Bij een journaalpost geven we eerst aan welke grootboekrekening dient te worden gedebiteerd en in
de volgende regel welke grootboekrekening dient te worden gecrediteerd.
Evenwichtscontrole: het bijgewerkte grootboek moet immers in evenwicht zijn.
Het grootboek wordt eerst geopend : op de verschillende grootboekrekeningen worden de bedragen
overgenomen van de beginbalans. Vervolgens wordt het grootboek bijgewerkt.