H. 1 Inleiding
Het overgrote deel van de onzelfstandige beroepsbevolking die in het private bedrijfsleven werkzaam
is, verricht arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst.
Art. 7:610 lid 1 BW: De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de
werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere
tijd arbeid te verrichten.
De arbeidsovereenkomst is wat wordt genoemd een duurovereenkomst (andere voorbeelden
daarvan zijn de huur- en de pachtovereenkomst). Deze overeenkomst is gericht op continuïteit. Dat
houdt in dat wanneer partijen met elkaar in zee willen gaan, zij de bedoeling hebben om dit voor een
bepaalde periode te doen. De overeenkomst kan evengoed voor een onbepaalde tijd worden
aangegaan.
Degene die de overeenkomst wil beëindigen zal daartoe dan zijn wil aan de wederpartij kenbaar
moeten maken; een wil die niet kenbaar wordt gemaakt is juridisch zonder betekenis. Art. 3:33 BW:
Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft
geopenbaard.
Op duurovereenkomsten zijn de algemene regels van het vermogens- en verbintenissenrecht (BW 3
en 6) van toepassing. De wetgever een groot aantal specifieke regels opgesteld over het beëindigen
van de arbeidsovereenkomst (BW 7:667-7:686a). Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen
arbeidsovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd. De voorschriften hebben met name
betrekking op de werkgever en dat heeft te maken met de relatie tussen werkgever en werknemer
maar ook over de persoon van de werknemer (7:659) Door de wettelijke regeling van de
arbeidsovereenkomst wordt de ongelijkheid tussen partijen juridisch gecompenseerd.
Art. 7:659 BW: De werknemer is verplicht de arbeid zelf te verrichten; hij kan zich daarin niet dan met
toestemming van de werkgever door een derde doen.
Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren worden beëindigd, namelijk (ontslagrecht):
Met wederzijds goedvinden tussen de werkgever en de werknemer;
Door een beëindiging van rechtswege;
Door opzegging door hetzij de werkgever, hetzij de werknemer op termijn;
Door opzegging door hetzij de werkgever, hetzij de werknemer onverwijld – ontslag op
staande voet -; en
Door ontbinding door de rechter.
Beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden: de werkgever en de
werknemer komen overeen dat de arbeidsovereenkomst gaat eindigen.
Arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigen: geen handeling van de werkgever of werknemer
nodig. Als gevolg van een bepaalde gebeurtenis, door het verstrijken van een bepaalde periode, een
ander objectief bepaalbare duur of door de dood van de werknemer.
De ontbinding van de arbeidsovereenkomst: is een middel voor zowel de werkgever als de
werknemer om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens een gewichtige redenen.
De opzegging van de arbeidsovereenkomst: een voor onbepaalde tijd aangegane
arbeidsovereenkomst eindigt door opzegging. Voor een rechtsgeldige opzegging is nodig dat deze
verklaring duidelijk en ondubbelzinnig gericht moet zijn op het einde van de arbeidsovereenkomst.