Aantekeningen anatomie spijsvertering
Functies van het spijsverteringskanaal
Opnamen van voedsel (uit het milieu exterieur)
Kauwen en kneden van het voedsel
Bewerking van het voedsel door enzymen
Vervoer van voedsel (peristaltiek)
Opnamen van voedingsstoffen naar het bloed en lymfebanen
Uitscheiding van afvalstoffen, onverteerde en onverteerbare resten
Welke voedingstoffen zijn er?
Water
eiwitten
Koolhydraten
Vetten
Mineralen
vitamines
Vertering gebeurt door middel van enzymen (boek bladzijde 57)
Kenmerken van enzymen
eiwitten werken optimaal bij 37o c
hebben een eigen PH-waarde nodig (zuurtegraad)
ze werken via een sleutel-slot principe
zijn reactieversnellers (katalysator)
ze kunnen stoffen binden maar ook splitsen
ze nemen niet zelf deel aan de reactie, maar worden opnieuw gebruikt
voor de opbouw vitamine of metaal nodig (co-enzym)
eindigen meestal op –ase (of –ine)
mond (boek bladzijde 205)
De mondholte: Cavum oris (oraal)
tanden
tong
kauwspieren
speekselklieren
gebit (boek bladzijde 207)
functies:
afsnijden en fijnmalen van voedsel
vermengen voedsel met speeksel
spraak
voor bouw van een tand zie boek bladzijde 208
functie tong (tong met smaakzintuig boek bladzijde 209)
1
, voedsel tussen de tanden duwen en zo vermengen met speeksel
voelen van temperatuur, structuur en smaak (papillen)
slikken
spraak
reinigen gebit
seksueel (zoenen)
speekselklieren (bladzijde 208/209)
samenstelling speeksel (1-1,5 liter per etmaal)
water
enzym amylase (voor zetmeelsplitsing
zouten en slijm
bacteriedodend enzym
de keelholte bladzijde (210/211)
slikken in 2 fases
1. animaal: tong duwt voedselbrok naar achteren
2. vegetatief: brok raakt keelwand slikreflex
tegenovergestelde beweging = kokhalsreflex
bouw darmwand (boek bladzijde 203- 205)
2
Functies van het spijsverteringskanaal
Opnamen van voedsel (uit het milieu exterieur)
Kauwen en kneden van het voedsel
Bewerking van het voedsel door enzymen
Vervoer van voedsel (peristaltiek)
Opnamen van voedingsstoffen naar het bloed en lymfebanen
Uitscheiding van afvalstoffen, onverteerde en onverteerbare resten
Welke voedingstoffen zijn er?
Water
eiwitten
Koolhydraten
Vetten
Mineralen
vitamines
Vertering gebeurt door middel van enzymen (boek bladzijde 57)
Kenmerken van enzymen
eiwitten werken optimaal bij 37o c
hebben een eigen PH-waarde nodig (zuurtegraad)
ze werken via een sleutel-slot principe
zijn reactieversnellers (katalysator)
ze kunnen stoffen binden maar ook splitsen
ze nemen niet zelf deel aan de reactie, maar worden opnieuw gebruikt
voor de opbouw vitamine of metaal nodig (co-enzym)
eindigen meestal op –ase (of –ine)
mond (boek bladzijde 205)
De mondholte: Cavum oris (oraal)
tanden
tong
kauwspieren
speekselklieren
gebit (boek bladzijde 207)
functies:
afsnijden en fijnmalen van voedsel
vermengen voedsel met speeksel
spraak
voor bouw van een tand zie boek bladzijde 208
functie tong (tong met smaakzintuig boek bladzijde 209)
1
, voedsel tussen de tanden duwen en zo vermengen met speeksel
voelen van temperatuur, structuur en smaak (papillen)
slikken
spraak
reinigen gebit
seksueel (zoenen)
speekselklieren (bladzijde 208/209)
samenstelling speeksel (1-1,5 liter per etmaal)
water
enzym amylase (voor zetmeelsplitsing
zouten en slijm
bacteriedodend enzym
de keelholte bladzijde (210/211)
slikken in 2 fases
1. animaal: tong duwt voedselbrok naar achteren
2. vegetatief: brok raakt keelwand slikreflex
tegenovergestelde beweging = kokhalsreflex
bouw darmwand (boek bladzijde 203- 205)
2