Embryonale ontwikkeling: drie belangrijke structuren, kiemblade
o Buitenste laag: ectoderm
Epidermis valt hier onder, vorming tandglazuur, oraal epitheel, huid, nagels, haren.
Neurale buis vormt centrale zenuwstelsel.
Neurale crest cells vormen craniofaciale kraakbeen structuren/botten, dentine (tandbeen onder glazuur),
perifere zenuwstelsel
o Middelste laag, steunweefsel kraakbeen, spieren en organen, bloedvaten, botten, hart, nieren, gonaden
(geslachtsorganen)
o Binnenste laag: endoderm spijsverteringskanaal, ademweg en organen.
Neurale plaat vouwt naar binnen en buitenste rand hiervan (blauwe deel) is de epidermis tandglazuur wordt hieruit
gevormd. Neurale buis ontstaat uit binnenvouwing van neurale plaat, hechting tussen epidermis en neurale plaat zijn
neurale crest cellen. Deze gaan vanuit gesloten punt weer eigen strucuren vormen. Hier komen ook afwijkingen weer in
voor.
Nek, gezicht bijna allemaal uit ectoderm. De neural crest cellen migreren al in de 1 e 4 weken door embryo en vormen
mandibulaire boog (uiteindelijk OK) en mesenchymale weefsel (steunweefsel in gezicht).
Hieruit ontstaan botten en aangezicht en dentine.
Kieuwbogen in eind 4e week
o 1E kieuwboog: dubbelzijdige maxillaris en mandibulaire boog. Vormt zich rond kraakbeen: Meckel’s cartilage.
Tongbeen = hyoid arch
Third arch = derde boog
o Neusvleugels: zijvleugels van neus
o Stomodeum: mond bij embryo
5 belangrijke stadia
o 17 dagen stoornissen FAS (foetaal alcohol syndroom)
o 19-23 dagen --< neuralee buis (centraal zenuwstelsel) open herseneen (anenceephalie)
o 19-28 dagen enkelzijdige afwijkingen in aangezicht (hemifaciale celpopulaties, neurale microsomie)
o 28-38 dagen sluiting lippen en gehemelte schisis
Voorste gedeeelte
Achterste gedeelte met huig ereaan gespleten zacht gehemelte met huig erbij
o 50-geboorte: achondroplasie (dwerggroei), crouzon (schedelnaden fuseren met elkaar, veel te vroeg en hersenen
groeien wel door waardoor vervormd aangezicht ontstaat).
Groei en ontwikkeling
o Foetus: 50% van lengte ingenomen door schedel en hersenen nemen groter deel in dan aangezicht.
o 4 maanden: ¼ van lichaamslengte vormt hoofd
o Hoofd wordt steeds kleiner bij 25 jaar nog 12% van lichaamslengte
o Cefalogroeigradiënt hoofd neemt eerst groot deel in en neemt daarna af.
Grote hersenpan met bijna geen aangezicht (geel) neemt af
Viscerocranium: aangezicht neurocranium: waar hersenen zich in bevinden
Groei van verschillende weefsels
o 200% verschillende weefsels die groeien
o Eerste levensjaren enorme stijle groei curve erg groeien
En in puberteit hard groeien
o Bij meisjes vanaf 11 nog een jaar groeien, bij jongens later
o Eindstadium: groeit nog een beetje door
o Geslachtsorganen: groeit langzaam en piek in puberteit
o Neuraal weefsel groeit hard in 1e jaar en bij 7 jaar een plateau zenuwstelsel is geheel afgevormd
o Lymfoïde weefsel: lymfeklieren, tonsillen (keeltonsillen zorgen ervoor dat je afweer creeert in leven, involueert
wanneer je 7 bent)) en anedoïd
Zorgen allen voor de afweer
Storingen in groei
o Op basis van genetische afwijkingen
o Door laag geboortegewicht <2500 gram
Eerste jaar/max 2 jaar zijn ze kleiner en bij 3 jaar weer inlopen en geen verschil meer zichtbaar.
o Chronische ziekte
Minder energie voor groeien omdat chronische ziekte al veel van je vergt.
o Voedingsstatus
Ondervoed minder groei vertonen dan zou moeten.
In NL verwacht je dit bijna niet.
Vooral in ontwikkelingslanden
Populatie wordt groter door beter voeden en vroegere seksuele maturatie.
Puberteit zet eerder in dan vroeger door voeding, hormonen, parabenen etc.
, o Binnenkrijgen via inademing, voedsel.
Intrauterine molding: vervorming in baarmoeder van ontwikkeld kind. Baarmoeder op ene plek stugger dan andere plek.
Mechanische belemmering van groei verdrukking kan plaatsvinden groeiveranderingen ontstaan maar na geboorte
catch-up en normaal herstel van groei.
Trauma: torticollis (dwangstand van nek staat scheef), scoliose (s-vormige curves ruggengraat), assymetrie,
Fracturen van kaak
o Breuk van sleutelbeen of kaak.
o 75% van kinderen met breuk heeft breuk in processus condylaris (kaakgewricht) en herstelt zich vaak en geen
malocclusie hierna (slechte occlusie).
o Verstoorde groei in andere gevallen assymetrie ontstaat
Juveniele artritis
o 1-2% van de bevolking
o Ontsteking kaakgewricht pijn en stijfheid, verminderde flexibiliteit, ene kaakgewricht vergroeien en onderkaak
verstoord hierdoor en vervorming vindt plaats.
o Op jonge leeftijd klasse II onderkaak gaat wat open. Geen goede groei bij onderkaak plaatsvinden.
o Kan overgaan en met kaakchirurg oplossen.
Afwijkingen skeletale groei
o Dysfunctie van spieren
Minder activiteit in gezicht, minder spiertonus (tanden en botten reageren hier ook op) open mond en
kan erg invaliderend zijn.
Hoe bot reageert is afhankelijk van spierkracht die je erop uitoefent spierkracht wordt minder en
functie kaakbot wordt minder.
o Soft tissue matrix
Rol bij groei van kaakcomplex: weke delen zorgen ervoor dat onderkaak goed naar voren kan groeien.
Van achter naar voren naar beneden groeit bovenkaak.
Bovenkaak wordt zo smal wanneer de tong erg uitsteekt.
Spieren, kaak en tong hebben invloed op hoe aangezicht uiteindelijk vormt.
Weinig spiertonus
o Atrofie van m. masseter
o Bot stimuleren en vierkante kaak ontstaat
o Verticaal groeien: steile mandibulaire lijn en smaller en langer gezicht
o Spieren hebben dus hele erge invloed op ontwikkeling bot
o Spierzwakte
Anders functioneren
o Plaatje 1: M. masseter is gedeeltelijk afwezig deuk en assymetrie kaak ontstaat deviatie van kaak naar links
Behandeling met botulline.
o Plaatje 2: Open mond gedrag: lippen horen op elkaar te staan
Typische verticale ontwikkeling van kaakcomplex, open mond gedrag, sterkee mandibulaire lijn,
neus niet voldoende ontwikkeld
Afgevlakte wang
Slome ogen
Wanneer neus niet goed toegankelijk is beluchting alles wat je inademd door sinus gefilterd
bovenkaak komt niet goed door ontwikkeling.
Smalle onderkaak verticale opening ontstaat.
Frontale openbeet bij deze patiënt.
Bij vaak neusverkoudheid verwijderen keel- en neusamandelen om ervoor te zorgen dat
vorming van het aangezicht goed blijft.
o Plaatje 3: duimen
Probleem met lipsluiting en spiertonus.
Boog staat als een C en zijkanten zijn erg smal.
Bij slikken zit haar tong ertussen.
Bovenkaak moet eerst omhoog zodat onderkaak erin kan groeien. Daarna vaste apparatuur.
Openbeet: tong zit tussen elementen en normaal zorgen de lippen ervoor dat de sluiting goed is.
Weke delen zijn van groot belang voor de ontwikkeling.
Smalle bovenboog en hoog palatum.
Kaasmolaar: glazuur niet goed aangelegd, vaak in combinatie met slechte aanmaak incisieven (doffe witte
plek), tijdens derde trimester, eerste 9 maanden na geboorte is het misgegaan. Traumatische geboorte
(zuurstofgebrek), koorts, antibiotica (infectie) terug te vinden op centrale incisieven en molaren.
Zeer pijnlijk element en lastig te verdoven.
Vaak kiezen voor extractie.
o Kwart van wortelvorming en furcatie van M2 op OPG zichtbaar extractie is dan te
doen.
o Plaatje 4: open beet