• Onthouden
o Tandheelkundige afwijkingen komen vaak voor bij syndromen.
o Zie je iets bijzonders
▪ Vraag andere bijzonderheden en familie
▪ Kijk ook even buiten de mondholte
o Tandheelkundige expertise soms nodig voor differentiaaldiagnose maar zeker voor goede behandeling (Qol)
o Alle vormen van erfelijkheid zijn mogelijk
o In ieder geval bij kinderwens: verwijzen naar klinisch geneticus
• Klinische genetica
o Gaat over alle organen in het lichaam
o Multidisciplinair: meerdere specialisaties
o Diagnostiek
o Academisch, out-patient clinics
o Gaat over families
o Genetische counseling
• Verschillende gebieden
o Voor de geboorte: prenatale diagnostiek
o Congenitale aangeboren afwijkingen
o Verstandelijke beperking
o Genetische aandoeningen op kindertijd (doofheid, blindheid, epilepsie, tandheelkundige misvormingen)
o Genetische aandoeningen die zich openbaren op ouderlijke leeftijden
▪ Kanker, hartafwijkingen, alzheimer, neurologische afwijkingen
• Klinische genetica in tegenwoordige praktijk
o 1. Diagnostiek van zeldzame aandoeningen, genetische syndromen
▪ Aangeboren afwijkingen
▪ Dismorfologie
o 2. Genetische counseling: risico van een patiënt om bepaalde genetische ziekte te krijgen die in de familie aanwezig is.
▪ Krijg ik het zelf?
o 3. Genetische counseling: risico voor offspring → kunnen we er een kind mee krijgen?
▪ A. familielid heeft genetische conditie
▪ B. eerder kind heeft genetische conditie
▪ C. prenatale diagnose / pre-implantatie genetische diagnose
• Voorbeelden waarom mensen zoeken naar genetisch counseling
o Neefje heeft verstandelijke beperking → krijg ik het ook?
o Vader kreeg hartaanval en viel dood neer → krijg ik het ook?
o Krijg ik borstkanker?
o Kind heeft afwijking, is het erfelijk?
o Neefje heeft cystische fibrose, krijgt ons kind hetzelfde?
o Ik heb 4 miskramen gehad, zit er hier iets achter?
o Krijg ik ook diabetes?
o Krijg ik ook alzheimer?
• Syndroom diagnostiek
o Syndroom van Down: vierkant gelaat, smalle breede nek, vier
vingerlijn, slap gelaat, tong hangt naar buiten, ogen zitten niet op een
lijn.
• Dysmorfologie
o Afstand tussen ogen: een afstand van een oog ertussen.
o Afwijkende neus: groef, tussenschot, deuk.
• Gebitsafwijkingen
o Indeling
▪ Geïsoleerde afwijkingen of in combinatie met syndromen.
• Geïsoleerde oligodontie of syndroom met
oligodontie.
▪ Mutatie in een gen die ervoor zorgt dat een aandoening
ontstaat.
▪ Recessief of dominant / x of y gebonden.
▪ Multifactorieel: genetica en omgevingsfactoren spelen een rol.
▪ Afwijking dentine, glazuur
• Genetische indeling tandheelkundige afwijkingen
o Syndromale afwijkingen vs. niet-syndromale (geïsoleerede) afwijkingen
o Genetische oorzaken
▪ Monogeen: autosomaal dominant, autosomaal recessief, X-gebonden
▪ Chromosomaal
▪ Multifactorieel
o Tandheelkundige onderverdeling
▪ Afwijkingen van het aantal elementen
▪ Afwijkingen van het tandbeen (dentine)
▪ Afwijkingen van glazuur
▪ Andere tandheelkundige problemen (crowding, hypoplasie, middengelaat, overbeet, open mond)
, • Oorzaken van aangeboren afwijkingen/syndromen (algemeen)
o Chromosomaal: 6%
o Monogeen 7,5%
▪ Autosomaal dominant
▪ Autosomaal recessief
▪ X-gebonden (recessief/dominant)
o Omgeving
▪ Medicatie, infecties 5%
o Multifactorieel 20%
o Onbekend: 61,5%
• Tandafwijkingen en syndromen
o Definitie syndroom: combinatie van aangeboren afwijkingen (dysmorfieën)
met één gemeenschappelijke oorzaak (die niet altijd bekend is).
o Ontwikkelingsproces → ene persoon mist 20 tanden, andere 5 bij oligodontie.
Meerdere factoren spelen een rol en bepalen het fenotype.
▪ Omgevingsfactoren (in/uit baarmoeder)
▪ Epigenetische specificiteit.
▪ Genetische modifiers.
• Stukje embryologie: gastrulatie, wk 3
o 3 lagen cellen: ectoderm, mesoderm, endoderm.
▪ Epiblast veranderd in ectoderm.
▪ Paars → proces treedt op waarbij dit naar binnen vouwt en neural plate het zenuwstelsel vormt. De rest vormt alle
organen (huid, haren, nagels, zweetklieren, gebit)>
▪ Embryo is 5 mm groot.
o Structuren afkomstig van ectoderm
o Vorming ectodermale appendices
▪ Haren: 9 weken
▪ Nagels: 9 weken
▪ Zweetkleiren: 9 weken palmoplantair, week 15 elders.
▪ Talgklieren: week 15
▪ Finger pads: week 6-15 (fetal finger pads) daarna afplatten
▪ Tanden: melkgebit week 6-8, permanent gebit weeek 20.
o Odontogenese
▪ Samenspel tussen ectoderm en mesenchym (mesoderm) →
twee kiemlagen.
▪ Moleculaire regulatie tandontwikkeling van initiatie tot
kroonvorming → heel veel genen uit ectoderm en veel uit
mesenchym spelen een rol. Genen reageren op elkaar →
samenspel is ontzettend belangrijk. Wanneer samenspel
verstoord wordt, ontstaan problemen.
▪ Mesenchymale cel en ectodermale cel
• Wnts pathway → zorgen voor expressie van gen
ectodysplasieën (EDA) → wordt uitgescheiden en
gaat vanuit mesenchymale cel naar ectodermale
cel → zet een hele boel andere cellen aan → NF-kB
wordt aangezet.