Paragraaf 12.1 – Analyse:
Kwalitatief = Identificeren van stoffen.
Kwantitatief = Exacte hoeveelheid bepalen.
Scheidingsmethoden = Gebaseerd op een verschil in
stofeigenschappen tussen de te scheiden
stoffen.
- Indampen = Verschil in kookpunt.
Opgeloste stoffen onderzoeken.
Rotatiefilmverdamper bij gevaarlijke stoffen.
- Destillatie = Soms maar klein verschil in kookpunt.
Laagste kookpunt wordt afgescheiden
- Filteren = Heterogene mengsels
Verschil in deeltjesgrootte.
Onopgeloste deeltjes blijven in het filter
achter.
- Bezinken = Heterogene mengsels.
Verschil in dichtheid.
- Centrifugeren = Heterogene mengsels.
Kleinere hoeveelheden dan bezinken.
- Extraheren = Organische chemie (geneesmiddelen)
Verschil in oplosbaarheid.
- Wassen = Hydrofiele gassen (zuur of basisch)
Gasstroom
- Adsorptie = Verschil in interactie.
Scheidingsmethode: Soort stof: Verschil in:
Vloeibaar mengsel met
Indampen Kookpunt
opgeloste stoffen
Vloeibaar mengsel
Destillatie Kookpunt
Filteren Heterogene mengsels Deeltjesgrootte
Bezinken Heterogene mengsels Dichtheid
Centrifugeren Heterogene mengsels Dichtheid
Extraheren Organische chemie Oplosbaarheid
Interactie tussen
Wassen Hydrofiele gassen
moleculen
Interactie tussen
Adsorptie Oplossing of gasmonster
moleculen
, Paragraaf 12.2 – Chromatografie:
Chromatografie:
- Scheidings- en analysemethode
- Het scheiden van kleurstoffen.
- Werking – 2 fasen:
o Mobiele fase = Voert de componenten uit het monster mee
tot het eindpunt.
Gas / Vloeistof
o Stationaire fase = Vertraagt de componenten.
Vast / Dun vloeistoflaagje
- Stoffen die zich vooral in de mobiele fase bevinden, bewegen sneller vooruit
dan stoffen die zich voornamelijk in de stationaire fase bevinden = Scheiding!
o Hydrofiele stoffen zullen zich vaker in de hydrofiele stationaire fase
bevinden en meer worden vertraagd dan de meer hydrofobe stoffen.
Meest hydrofobe stoffen HOOG
Meest hydrofiele stoffen LAAG
- Filtreerpapier:
o Poreuze structuur Loopvloeistof wordt opgezogen Mobiele fase
o Hydrofiel:
Aan oppervlak veel OH-groepen Stationaire fase = hydrofiel.
- TLC = Dunnelaagchromatografie:
o Betere scheiding dan papier
Fijnere en regelmatiger structuur dan papier.
o Plastic plaatje waarop dragermateriaal als een dun poeder is
aangebracht. Dat is of hydrofiel of hydrofoob.
- Kolomchromatografie:
o Grotere hoeveelheden componenten zuiveren.
o Monster wordt boven op de kolom aangebracht en de zwaartekracht
zorgt ervoor dat de loopvloeistof die steeds op de kolom wordt
aangebracht, langs het kolommateriaal stroomt.
Figuur 2: Werking van papier- en Figuur 1: Werking van kolomchromatografie.
dunnelaagchromatografie.