(letselschadeadvocaat; alleen voor slachtoffers)
Slachtoffers en derden; rechthebbenden of niet?
Nederland heeft een vereniging waarin je onderling sterker probeert te worden door in
beslotenheid informatie uit te wisselen (net als hoe het in de Angelsaksische cultuur
gaat); ASP, de vereniging voor advocaten voor de slachtoffers. De algemene vereniging
is LSA, daar zitten zowel advocaten voor slachtoffers of voor verzekeraars, als voor beide
(gemengde praktijk).
Aansprakelijkheid en schadevergoeding
• 6:74 - Iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht tot
vergoeding van schade
• 6:162 - Onrechtmatige daad als verplichting tot vergoeding van schade
• 6:95 e.v. BW – Algemene schadevergoedingsregels, die gelden indien een
wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat.
Ik ga ervanuit dat jullie het algemene systeem al kennen. Je gaat eerst kijken of er een
plicht bestaat tot vergoeding van schade. Dat kan bijvoorbeeld door art. 6:74 zijn of door
een onrechtmatige daad. Dat maakt allemaal niet uit. Als je door de poort van het
aansprakelijkheidsrecht bent, kom je terecht bij art. 6:95 e.v. Het
schadevergoedingsrecht geldt voor alle vormen van aansprakelijkheid.
Kring van gerechtigden niet onbeperkt
• 6:74 – ‘de schade die de schuldeiser lijdt’
• 6:162 – ‘de ander jegens wie een OD is gepleegd’
• 6:163 – verband (relativiteit) tussen geschonden norm en de schade die
benadeelde heeft geleden (Discussie Alphen aan den Rijn)
Wat ik u vandaag wil vertellen is de positie van slachtoffers en derden. Wat zijn eigenlijk
slachtoffers en wat zijn eigenlijk derden? Het is niet zo dat ons aansprakelijkheidsrecht
het uitgangspunt heeft dat als een gedaagde aansprakelijk is, dat hij aansprakelijk is
tegenover iedereen. Er is een beperking van de kring van gerechtigden. Art. 6:74;
verbintenissenrecht, zegt; het gaat om de schade die de schuldeiser lijdt. Dat is al een
beperking. Dan moet je op zoek naar de schuldeiser in de contractuele verhouding. Dat is
bijvoorbeeld de patiënt als het gaat om de geneeskundige behandelingsovereenkomst.
Dat is de schuldeiser. De schuldeiser heeft recht op voldoening aan datgene waar hij
recht op heeft krachtens de contractuele verhouding.
Art. 6:162; de ander jegens wie de onrechtmatige daad is gepleegd. Als je die tekst leest
dan zal je wel begrijpen dat er ook anderen zijn waartegen de o.d. niet is gepleegd. Daar
speelt de relativiteit een grote rol, art. 6:163 BW. Er moet een verband bestaan tussen
de geschonden norm en de schade die de benadeelde heeft geleden. Dus er zijn heel veel
mensen benadeeld, en de benadeelde zegt; ik heb recht op schadevergoeding. De
gedaagde zegt; ik snap dat je benadeeld bent, maar de norm die ik heb overtreden
strekte niet ter bescherming van jouw belang. Dus is er geen relativiteit. Dus ook al ben
je benadeeld, ben ik jou geen schadevergoeding verschuldigd.
Wij behartigen de slachtoffers van Tristan van der Vlis. Een psychiatrische patiënt die van
de politie een wapenvergunning kreeg. Hij heeft in een winkelcentrum veel mensen
vermoord en verwond en vervolgens zichzelf van het leven ontnomen. Wij hebben
gezegd; politie, je hebt een norm overschreden door die psychiatrische patiënt die
vergunning te geven. Dat had je niet mogen doen, de wetgeving beoogt dat juist te
voorkomen. De rechtbank zegt; er is hier een fout gemaakt door de politie, maar niet
iedereen heeft recht op schadevergoeding. De rechtbank heeft gezegd; het gaat hier om
een administratieve norm. Gewoon de norm van je moet je werk administratief goed
doen. Dat is niet een zodanige norm dat hij ook geacht wordt de belangen van
,slachtoffers van misbruik van wapens te beschermen. Een lang vonnis, tot op de
voorlaatste pagina dachten we dat we gewonnen hadden. Want de politie deed alles fout.
Maar op de laatste pagina ging de rechtbank door de zijingang naar buiten; geen
relativiteit. Gelukkig dacht het Hof er anders over. Het Hof heeft het hele vonnis
overgenomen en die laatste pagina veranderd; de bedoeling van een zorgvuldige
uitvoering van de wapenwet is nou juist om misbruik van wapens door een psychiatrische
patiënt te voorkomen. De politie vindt dat anders en is in cassatie gegaan. Onlangs
hebben we de pleidooien bij de Hoge Raad gehad. Ik ben een optimist, maar ik denk dat
de HR ons volgt. Maar miracles can happen.
Dat is een heel recent en belangrijk voorbeeld over die discussie. Je moet kijken naar de
parlementaire geschiedenis, naar de achtergrond/de totstandkoming van die wet. Wat is
er geroepen over de reikwijdte/bedoeling van de bescherming van die bepaling. Ik kan u
vertellen dat in geen enkel parlementair stuk staat; de norm die de wetgever hier
bedoeld heeft te omschrijven strekt ter bescherming van het belang van… Dat is er niet!
Je moet dat zelf invullen. En gelukkig is dat mogelijk.
Slachtoffer en derden
• De gekwetste zelf
• Derden:
– Die kosten ten behoeve van gekwetste hebben gemaakt (6:107)
– De werkgever van de gekwetste (6:107a)
– De nabestaanden van het overleden slachtoffer (6:108)
– Regresnemers
We hebben het over slachtoffers en derden. Het slachtoffer is dan de gekwetste zelf. Er
zijn allerlei derden denkbaar. Bijvoorbeeld mensen die kosten hebben gemaakt ten
behoeve van het herstel van het slachtoffer. Die worden bediend in art. 6:107, het gaat
allemaal via dat artikel. Dat mag niet via de verzekering zijn. Het moet bijvoorbeeld een
oom zijn die allemaal dingen heeft betaald voor het slachtoffer omdat dat slachtoffer het
zelf niet kon. Hij kan rechtstreeks naar de aansprakelijke partij gaan en zeggen; ik wil
mijn kosten terug. Dat is niet moeilijk, dat gaat altijd goed.
Dan heb je ook de werkgever van de gekwetste. Dat staat in art. 6:107a. De werkgever
die loon heeft doorbetaald aan de zieke werkgever heeft recht gecompenseerd te
worden.
De nabestaanden. Ook derden. Als het slachtoffer is overleden is er familie. Emotioneel
vinden veel familieleden dat ze eigenlijk ook zelf slachtoffer zijn. Als jurist zeg je; ik snap
dat, ik wil u dat niet ontnemen. Maar in het juridische spel bent u gewoon een derde.
Dan zijn er ook nog regresnemers.
De gekwetste zelf
• 6:95 e.v. : ‘de benadeelde’
• Heeft jegens aansprakelijke partij een recht op volledige vergoeding van materiële
en immateriële schade.
Wat u moet onthouden is dat de gekwetste zelf een ongelimiteerd recht op
schadevergoeding heeft. Het is niet zo van; dat mag je niet vorderen. In sommige
andere landen is dat wel zo. In Amerika is bijvoorbeeld de werkgever niet volledig
aansprakelijk voor arbeidsvermogensschade. Dat is een politieke keuze. Men vond het
belangrijk om werkgevers uit de wind te houden. Dan is er een programma dat het
beperkt. Dat is bij ons niet zo. Materiële en immateriële schade; de gekwetste heeft een
ongelimiteerde vordering.
,Voor derden is dat anders, zij hebben in principe geen rechten behalve die rechten die
door de wetgever zijn gegeven. Meer is er niet.
Derden die kosten hebben gemaakt (6:107)
• “Verplaatste schade”
• Kosten ten behoeve van gekwetste gemaakt (en die gekwetste zelf, indien
gemaakt, had kunnen vorderen)
• Anders dan krachtens verzekering
• Eigen vorderingsrecht
• Voorbeelden: bezoekkosten, kosten huishoudelijke hulp etc.
HR 28 mei 1999 (Johanna Kruidhof)
• 11-jarig meisje heeft koffie- en theedienst op openbare basisschool, waarbij zij
ernstige brandwonden oploopt.
• Vordering ouders q.q van verzorgingsschade onder 1407 OBW:
– Vergoeding (74) vakantiedagen wegens ziekenhuisbezoek
– Vergoeding voor tijd (1386 uren) besteed aan verpleging en begeleiding
• Toewijzing vergoeding voor tijd voor zover professionele hulp is uitgespaard.
Vergoeding vakantiedagen wegens ziekenhuisbezoek afgewezen.
• Vergelijk ook ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5568 deelgeschil
Dit is een beroemde uitspraak. Johanna Kruidhof. Het ging onder het oud BW. Het meisje
dat voor de docenten koffie en thee moest zetten op school en daarbij heel ernstige
brandwonden opliep. De ouders die zeggen; de schade van Johanna is geregeld, en wij
dan? Wij zijn ook getroffen. Wij hebben haar verzorgd. Ik heb vakantiedagen moeten
opnemen. Ik heb zoveel uur besteed aan verpleging en begeleiding.
In dit arrest heeft de HR gezegd; oké de toewijzing van de vergoeding voor de tijd,
alleen maar voor zover die professionele hulp heeft uitgespaard. Vakantiedagen, dat
doen ouders voor zieke kinderen. Daar begin ik niet aan, die vergoed ik niet. De HR heeft
hier een heel beperkende rol gespeeld; ongelimiteerd voor Johanna, gelimiteerd voor de
ouders.
Werkgever van gekwetste (6:107a)
• Aanspraak op loon wordt met gekwetste verrekend
• Werkgever heeft verhaalsrecht jegens aansprakelijke partij voor verplichte netto
doorbetaling (civiel plafond)
• Eigen vorderingsrecht werkgever
Nabestaanden (6:108)
1. Derving levensonderhoud
– 4 categorieën van nabestaanden
2. Kosten van lijkbezorging
3. Affectieschade
Wij hebben een overlijdensschaderecht wat deze drie vorderingscategorieën heeft. Als je
praat over een kostwinner die overlijdt dan is er een recht op schadevergoeding voor de
nabestaanden die schade lijden. Dit is een behoeftecriterium. Als die behoefte er is wordt
de schade vergoed, anders niet. Uiteraard de kosten van lijkbezorging. De kosten van
lijkbezorging lijkt nog wel een klein ding, en meestal is dat ook zo. Wij doen ook de
grootste groep passagiers van MH17. Daarin zitten ook mensen met verschillende
culturele achtergronden. Dus er worden ook verschillende dingen ondernomen om het
verdriet door te gaan. Sommige kosten van lijkbezorging waren heel hoog, heel on-
Nederlands. Zo hoog dat het ook niet altijd begrepen werd door de Nederlandse
vertegenwoordiger van de verzekeraar. Daar zitten enorme culturele verschillen in. Die
moet je toch eerbiedigen, dat wij hier met koffie en cake binnen twee uur iemand ter
, aarde bestellen, dat is onze cultuur. Maar er zijn ook echt andere culturen waar je naar
moet kijken.
Strikt stelsel
• Beperking van schadevergoedingsrecht van derden
• Terughoudende regeling affectieschade
Dus wat ik zei; een strikt stelsel. Beperking van schadevergoeding voor derden. We
hebben nu ook een regeling van affectieschade. Die kan in mijn ogen ook als
terughoudend worden gezien. Dat is iets nieuws, maar wel heel terughoudend.
Parlementaire geschiedenis 6:108
• Geen vergoeding van immateriële schade na overlijden:
– “Hoe schrijnender het leed, hoe groter de weerstand om het met geld te
vergoeden”
– “Commercialisering van verdriet”
– "Onsmakelijke processen
Ik hou een wat historisch verhaal. Ik hou het omdat de totstandkoming van het denken
over shockschade en affectieschade heel veel tijd, fases en argumentaties is doorlopen.
Ik vind het van belang dat u dat begrijpt. Omdat wij nu in 2019 staan waar we nu staan,
maar dat is niet het eindpunt. U zult een beetje moeten begrijpen hoe we van A naar B
zijn gekomen en hoe u morgen naar C vertrekt.
Toen het huidige BW is geschreven, eind jaren ’80, toen is er gedebatteerd over de vraag
of er immateriële schade vergoed moet worden na overlijden. We gingen er altijd vanuit
dat materiele schade voldoende was. Als de echtgenoot naar de winkel kon en eten kon
halen en haar man ter aarde kon bestellen was dat voldoende. In ons juridisch denken
zat niet ook nog een vergoeding van immateriële schade. En voor de argumentatie
daarvoor; terug naar de parlementaire geschiedenis. Hoe schrijnender het leed, hoe
groter de weerstand om het geld te vergoeden. Dat was in de jaren ’80 dus wat politieke
partijen zeiden. Men vond dat een introductie van immateriële schadevergoeding het
gevaar met zich meebracht dat er commercialisering van verdriet zou zijn. Je moet niet
denken aan de onsmakelijke processen die je kan krijgen als de vrouw vindt dat het
onvoldoende is en naar de rechter stapt en zegt; het moet meer zijn want ik laat u zien
hoe de band met mijn echtgenoot was. Dat heeft die verzekeraar helemaal niet door, die
denkt dat wij gewoon man en vrouw zijn zonder bijzondere dimensie maar dat waren we
wel. De wetgever was bang voor het uitspitten van dat soort argumentatie.
HR 8 april 1983 Van der Heijden/Holland NJ84/717
• Verkeersongeval waarbij auto A verzuimde voorrang te verlenen aan auto B.
• Auto B werd bestuurd door moeder van 2-jarig dochtertje (in kinderzitje op
achterbank) dat om het leven komt.
• Moeder heeft na het ongeval psychosomatische verschijnselen waarvoor zij een
smartengeld van NLG 9.000 vordert.
• Afwijzing vordering omdat het hier schade betreft door de dood van het kind en
1406 OBW hieraan in de weg staat.
Dit is een heel belangrijk arrest dat toen al was gewezen (onder dat oude recht).
Mevrouw zat met haar kindje in de auto, door een verkeersfout van een ander krijgen ze
een ongeluk en het kindje van twee jaar oud komt te overlijden. De moeder heeft na het
ongeval psychosomatische verschijnselen en daarvoor vraagt ze smartengeld van 9000.
De HR heeft dit afgewezen omdat het schade betreft door de dood van het kind, en art.
6:108 (nieuw, was een ander artikel) daaraan in de weg staat.