Cognitieve ontwikkeling kinderen Piaget: 6 tm 6.2.1
Circulaire reacties: een activiteit die de ontwikkeling van cognitieve schema’s mogelijk maakt dankzij
de herhaling van een willekeurig motorische handeling.
Sensomotorische stadium (0-2 jaar) babytijd
- 1. Eenvoudige reflexen |(0-1maand) VB: zuigreflex fles.
- 2. Eerste gewoonten en PRIMAIRE circulaire reacties (1-4 maanden)
- VB: baby grijpt een object vast. Staart naar een object.
- Bij interesse de activiteit vaker herhalen = schema’s primaire circulaire reacties. VB: 1x duim
in de mond = puur toeval. Bij vaker halen duim in de mond = Primaire circulaire reactie!
- 3. Secundaire circulaire reacties (4-8 maanden) verlegen hun cognitieve horizon en
beginnen te spelen met de omgeving. VB: kind dat herhaaldelijk de rammelaar in zijn wieg
oppakt en er mee rammelt voor het verschillende geluid ervan. Secundaire circulaire reacties
zijn schema’s die betrekking hebben op herhaalde acties die een fijn resultaat opleveren. In
dit stadium gaan baby’s hun stem gebruiken en “omstanders” reageren daarop (Vocalisatie)
VERSCHILPRIMAIRE CIRCULAIRE en SECUNDAIRE CIRCULAIRE REACTIES is dat bij primair de
baby het richt op zichzelf en bij secundair richt op de omgeving/buitenwereld.
- 4. Coördinatie van secundaire circulaire reacties (8-12maanden)
Baby’s gaan gebeurtenissen coördineren.
Intentioneel gedrag: Gedrag waarbij verschillende schema’s gecombineerd en gecoördineerd
worden tot 1 enkele actie om een probleem op de lossen.
VB: Zodra een baby aan een bepaald door lucht veroorzaakt geluid herkende dat het het
einde van de melkfles was en niet tot de laatste druppel leeg kreeg, duwde hij de fles weg.
Objectpermanentie: Het besef dat mensen en objecten niet ophouden te bestaan, ook al zijn
ze onzichtbaar. VB: Papa heeft de rammelaar voor de baby en speelt ermee. Daarna legt hij
hem onder een deken. De baby gaat niet zoeken naar de rammelaar onder de deken.
- 5. Tertiaire circulaire reacties (12-18 maanden) schema’s die betrekking hebben op de
doelbewuste variatie van acties die leiden tot gewenst resultaat. Zijn aan het experimenteren
met nieuwe objecten en activiteiten. VB: een speeltje steeds op een andere manier laten
vallen. Bij secundaire circulatie wordt het speeltje steeds herhaaldelijk hetzelfde
neergegooid. Bij Tertiaire circulaire reacties wordt het speeltje steeds anders gegooid, dus
wordt het schema van de baby gewijzigd. De wereld is het laboratorium van de baby!
6. Het begin van het denken. (18-24 maanden zijn in staat om zich voor te stellen waar
objecten die ze niet zien zich bevinden. (dingen beredeneren)
Mentale representatie: een innerlijke voorstelling van een gebeurtenis of object.
VB: Als een bal onder de bank rolt kunnen ze voorstellen dat hij onder de bank ligt.
indirecte imitatie: het imiteren van mensen die niet meer in beeld / aanwezig zijn.
Preoperationle stadium (2-7jaar) peuter kleutertijd
Het concreet operationele stadium (7-12 jaar)
Formeel operationele stadium (12 tot volwassenen)
Circulaire reacties: een activiteit die de ontwikkeling van cognitieve schema’s mogelijk maakt dankzij
de herhaling van een willekeurig motorische handeling.
Sensomotorische stadium (0-2 jaar) babytijd
- 1. Eenvoudige reflexen |(0-1maand) VB: zuigreflex fles.
- 2. Eerste gewoonten en PRIMAIRE circulaire reacties (1-4 maanden)
- VB: baby grijpt een object vast. Staart naar een object.
- Bij interesse de activiteit vaker herhalen = schema’s primaire circulaire reacties. VB: 1x duim
in de mond = puur toeval. Bij vaker halen duim in de mond = Primaire circulaire reactie!
- 3. Secundaire circulaire reacties (4-8 maanden) verlegen hun cognitieve horizon en
beginnen te spelen met de omgeving. VB: kind dat herhaaldelijk de rammelaar in zijn wieg
oppakt en er mee rammelt voor het verschillende geluid ervan. Secundaire circulaire reacties
zijn schema’s die betrekking hebben op herhaalde acties die een fijn resultaat opleveren. In
dit stadium gaan baby’s hun stem gebruiken en “omstanders” reageren daarop (Vocalisatie)
VERSCHILPRIMAIRE CIRCULAIRE en SECUNDAIRE CIRCULAIRE REACTIES is dat bij primair de
baby het richt op zichzelf en bij secundair richt op de omgeving/buitenwereld.
- 4. Coördinatie van secundaire circulaire reacties (8-12maanden)
Baby’s gaan gebeurtenissen coördineren.
Intentioneel gedrag: Gedrag waarbij verschillende schema’s gecombineerd en gecoördineerd
worden tot 1 enkele actie om een probleem op de lossen.
VB: Zodra een baby aan een bepaald door lucht veroorzaakt geluid herkende dat het het
einde van de melkfles was en niet tot de laatste druppel leeg kreeg, duwde hij de fles weg.
Objectpermanentie: Het besef dat mensen en objecten niet ophouden te bestaan, ook al zijn
ze onzichtbaar. VB: Papa heeft de rammelaar voor de baby en speelt ermee. Daarna legt hij
hem onder een deken. De baby gaat niet zoeken naar de rammelaar onder de deken.
- 5. Tertiaire circulaire reacties (12-18 maanden) schema’s die betrekking hebben op de
doelbewuste variatie van acties die leiden tot gewenst resultaat. Zijn aan het experimenteren
met nieuwe objecten en activiteiten. VB: een speeltje steeds op een andere manier laten
vallen. Bij secundaire circulatie wordt het speeltje steeds herhaaldelijk hetzelfde
neergegooid. Bij Tertiaire circulaire reacties wordt het speeltje steeds anders gegooid, dus
wordt het schema van de baby gewijzigd. De wereld is het laboratorium van de baby!
6. Het begin van het denken. (18-24 maanden zijn in staat om zich voor te stellen waar
objecten die ze niet zien zich bevinden. (dingen beredeneren)
Mentale representatie: een innerlijke voorstelling van een gebeurtenis of object.
VB: Als een bal onder de bank rolt kunnen ze voorstellen dat hij onder de bank ligt.
indirecte imitatie: het imiteren van mensen die niet meer in beeld / aanwezig zijn.
Preoperationle stadium (2-7jaar) peuter kleutertijd
Het concreet operationele stadium (7-12 jaar)
Formeel operationele stadium (12 tot volwassenen)