Hoofdstuk 7 7.1 en 7.2
Communicatie: is het proces waarbij door middel van tekens informatie wordt overgedragen.
Teken: Een teken is een signaal, een stimulus die nog geen betekenis heeft.
Symbool : als een teken een betekenis krijgt noemt men het een symbool.
Coderen: Het overdragen van een betekenisvolle gedachte/gevoel/waarneming begint met het
omzetten van tekens oftewel coderen. Coderen gebeurt in een taal.
Decodering: de ontvanger zet de tekens/boodschap om in zijn eigen interpretatie v.d. boodschap.
Bij decoderen is het referentiekader van de persoon van belang. (achtergrond/geschiedenis).
Bij decodering zijn 2 vormen van betekenisverlening betrokken: Denotatie + connotatie
Denotatie = neutrale en expliciete betekenis van een teken. Betekenis van de taal/woorden.
Connotatie = persoonlijke betekenis bedoeld die een teken voor iemand heeft. eigen gevoel erbij.
Codesysteem: een systeem van afspraken over de betekenis van bepaalde tekens.
Verbale talen: Andere talen Frans Engels Spaans Duits
Non-verbale talen: Muziek beeldtaal lichaamstaal
Referentiekader: het geheel van innerlijke opgeslagen gebeurtenissen.
7.6 en 7.7
Verbale taal: maakt gebruik van woorden, waarvan de betekenis is beperkt tot de mensen die de taal
kennen.
Analoog aan de 2 vormen van bewerking van de werkelijkheid kunnen de volgende 2 soorten taal
worden onderscheiden:
1. Abstracte en ontbeelde taal taal van de wetenschap
Als we abstract denken, zien we af van concrete hier en nu- waarnemingen en brengen we
ordeningen in onze waarnemingen aan. Abstracte taal is het voertuig van de rationaliteit.
Zij wordt vooral benut om verbanden en ordeningen te ontdekken en over te dragen.
2. Beeldende taal verbale taal kan ook innerlijke beelden oproepen. Via beeldende taal
kunnen zowel herinnerings-verbeeldings als fantasiebeelden worden opgeroepen en aldus
worden overgedragen.
Non-verbale taal = op de 1e plaats zintuigelijke taal. VB muziek = emotie / gevoel
Non-verbale taal: Beeldtaal(kunst/tv/foto), lichaamstaal(lichaam/dans), taal van de muziek(muziek).
Communicatie: is het proces waarbij door middel van tekens informatie wordt overgedragen.
Teken: Een teken is een signaal, een stimulus die nog geen betekenis heeft.
Symbool : als een teken een betekenis krijgt noemt men het een symbool.
Coderen: Het overdragen van een betekenisvolle gedachte/gevoel/waarneming begint met het
omzetten van tekens oftewel coderen. Coderen gebeurt in een taal.
Decodering: de ontvanger zet de tekens/boodschap om in zijn eigen interpretatie v.d. boodschap.
Bij decoderen is het referentiekader van de persoon van belang. (achtergrond/geschiedenis).
Bij decodering zijn 2 vormen van betekenisverlening betrokken: Denotatie + connotatie
Denotatie = neutrale en expliciete betekenis van een teken. Betekenis van de taal/woorden.
Connotatie = persoonlijke betekenis bedoeld die een teken voor iemand heeft. eigen gevoel erbij.
Codesysteem: een systeem van afspraken over de betekenis van bepaalde tekens.
Verbale talen: Andere talen Frans Engels Spaans Duits
Non-verbale talen: Muziek beeldtaal lichaamstaal
Referentiekader: het geheel van innerlijke opgeslagen gebeurtenissen.
7.6 en 7.7
Verbale taal: maakt gebruik van woorden, waarvan de betekenis is beperkt tot de mensen die de taal
kennen.
Analoog aan de 2 vormen van bewerking van de werkelijkheid kunnen de volgende 2 soorten taal
worden onderscheiden:
1. Abstracte en ontbeelde taal taal van de wetenschap
Als we abstract denken, zien we af van concrete hier en nu- waarnemingen en brengen we
ordeningen in onze waarnemingen aan. Abstracte taal is het voertuig van de rationaliteit.
Zij wordt vooral benut om verbanden en ordeningen te ontdekken en over te dragen.
2. Beeldende taal verbale taal kan ook innerlijke beelden oproepen. Via beeldende taal
kunnen zowel herinnerings-verbeeldings als fantasiebeelden worden opgeroepen en aldus
worden overgedragen.
Non-verbale taal = op de 1e plaats zintuigelijke taal. VB muziek = emotie / gevoel
Non-verbale taal: Beeldtaal(kunst/tv/foto), lichaamstaal(lichaam/dans), taal van de muziek(muziek).