Observeren is het bewust en doelgericht waarnemen via hun zintuigen.
Een belangrijk gegeven voor het observeren is dat bekende prikkels minder bewust
worden waargenomen.
Interpreteren: zelf invulling geven aan. Uitleggen en verklaren van…..
5 zintuigen: gezichtsvermogen(zien), gehoor(horen), tastzin(voelen),
reukvermogen(ruiken), smaak.(proeven)
Zien via de lens (oog) seintje naar de hersenen
Horen geluidsintensiteit wordt decibels genoemd. 60Decibel is normaal, pijngrens
ongev. 140.
Voelen druk, warmte, kou, pijn. Pijn is lastig per individueel te meten.
Ruiken Geuren geven ons informatie.
Proeven smaak Zuur,zoet,zout,bitter.
Stimulus/prikkel: een voorwerp/gebeurtenis uit de wereld om ons heen
Drempelwaarde: VB bepaalde hoge tonen kunnen mensen niet horen.
Perceptie/gewaarwording : ontvangst van, resultaat van waarnemingen
(probleemoplossing)
Perceptie van diepte (WAAR is het) van beweging ( WAT doet het) Van vorm
(WAT is het)
Gedecodeerd: de prikkels moeten omgezet worden in benoembare
voorwerpen/smaken/geuren.
Bottom-up benadering van onder af wordt er uit samengestelde onderdeeltjes 1
geheel gevormd.
Top-down benadering Deze benadering gaat er vanuit dat we door eerdere
ervaringen zien wat we denken te zien.
Selectie/aandacht: door selectief te zijn nemen we maar een deel waar. We nemen
vooral waar wat anders is dan anders en waar we gevoelig voor zijn op dat moment.
Perceptie en selectie hebben te maken met aangeboren processen in de hersenen.
Kortetermijngeheugen: alles wat je gelijk bewust waarneemt. Je onthoudt ongeveer
7 waarnemingen tegelijk. Je geheugen begint altijd bij het kortetermijngeheugen.
Langetermijngeheugen: Eerst via het kortetermijngeheugen. Dan naar langere
termijngeheugen als ze verwerkt worden. (VB grote opbergkast)
Verbaal en non verbaal gedrag
Verbaal gedrag: communicatie/praten
Non-verbaal gedrag: gedrag door signalen. Lichamelijk.
Gedragsketens: Zijn chronologisch geordende waarnemingen van een
persoon/situatie of een ruimte. Dit ordent je waarnemingen. Het stelt je achteraf in
staat om verschillende gebeurtenissen uit elkaar te halen.
Een belangrijk gegeven voor het observeren is dat bekende prikkels minder bewust
worden waargenomen.
Interpreteren: zelf invulling geven aan. Uitleggen en verklaren van…..
5 zintuigen: gezichtsvermogen(zien), gehoor(horen), tastzin(voelen),
reukvermogen(ruiken), smaak.(proeven)
Zien via de lens (oog) seintje naar de hersenen
Horen geluidsintensiteit wordt decibels genoemd. 60Decibel is normaal, pijngrens
ongev. 140.
Voelen druk, warmte, kou, pijn. Pijn is lastig per individueel te meten.
Ruiken Geuren geven ons informatie.
Proeven smaak Zuur,zoet,zout,bitter.
Stimulus/prikkel: een voorwerp/gebeurtenis uit de wereld om ons heen
Drempelwaarde: VB bepaalde hoge tonen kunnen mensen niet horen.
Perceptie/gewaarwording : ontvangst van, resultaat van waarnemingen
(probleemoplossing)
Perceptie van diepte (WAAR is het) van beweging ( WAT doet het) Van vorm
(WAT is het)
Gedecodeerd: de prikkels moeten omgezet worden in benoembare
voorwerpen/smaken/geuren.
Bottom-up benadering van onder af wordt er uit samengestelde onderdeeltjes 1
geheel gevormd.
Top-down benadering Deze benadering gaat er vanuit dat we door eerdere
ervaringen zien wat we denken te zien.
Selectie/aandacht: door selectief te zijn nemen we maar een deel waar. We nemen
vooral waar wat anders is dan anders en waar we gevoelig voor zijn op dat moment.
Perceptie en selectie hebben te maken met aangeboren processen in de hersenen.
Kortetermijngeheugen: alles wat je gelijk bewust waarneemt. Je onthoudt ongeveer
7 waarnemingen tegelijk. Je geheugen begint altijd bij het kortetermijngeheugen.
Langetermijngeheugen: Eerst via het kortetermijngeheugen. Dan naar langere
termijngeheugen als ze verwerkt worden. (VB grote opbergkast)
Verbaal en non verbaal gedrag
Verbaal gedrag: communicatie/praten
Non-verbaal gedrag: gedrag door signalen. Lichamelijk.
Gedragsketens: Zijn chronologisch geordende waarnemingen van een
persoon/situatie of een ruimte. Dit ordent je waarnemingen. Het stelt je achteraf in
staat om verschillende gebeurtenissen uit elkaar te halen.