Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting toegepaste organisatiekunde hoofdstuk 1 t/m 5

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
18
Geüpload op
18-03-2019
Geschreven in
2017/2018

Samenvatting van de hoofdstukken 1 t/m 5 (met 7s model van McKinsey) uit het boek Toegepaste Organisatiekunde van Peter Thuis. In deze samenvatting worden alle belangrijke begrippen duidelijk uitgelegd inclusief voorbeelden en plaatjes van de belangrijke modellen die in het tentamen gevraagd worden. Met deze samenvatting heb ik het tentamen in 1 keer behaald met een 7,6!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Week 1:
Organisatie
Functionele organisatiebegrip:
Organiseren: het effectief op elkaar afstemmen van activiteiten.
Institutionele organisatiebegrip: Organisatie als object met een naam en een vestiging
Instrumentele organisatiebegrip: Organisatie als middel waarmee we bepaalde
doelstellingen kunnen verwezenlijken

Organisatie: een menselijke samenwerking die doelgericht en blijvend is
Bedrijf: een organisatie die goederen en/of diensten voortbrengt met het doel deze op een
afzetmarkt te verkopen. Er zijn bedrijven met of zonder winstoogmerk.
Onderneming: een bedrijf dat altijd gericht is op het maken van winst

Kenmerken van een organisatie:
- Menselijke factor
- Samenwerkingsvorm
- Doelgerichtheid
- Continuïteit

Hoofddoelstellingen van een organisatie:
- Interne doelstelling: continuïteit
- Externe doelstelling: voorzien in een maatschappelijke behoefte

Eigenschappen van een organisatie:
- Synergie-effect (Resultaat van het totale samenwerkingsverband is groter dan
optelling van resultaten van individuele prestaties).
- Machtsverdeling in lagen
- Geschoold personeel
- Formele communicatie, regelgeving en methoden
- Werkverdeling naar functie
- Omschreven doelstellingen

Homoniemen van een organisatie:
- Functioneel: de organisatie als functie, het effectief op elkaar afstemmen van
activiteiten
- Institutioneel: een organisatie als een object
- Instrumenteel: de organisatie als een instrument of als middel om de
organisatiedoelstellingen te verwezenlijken. Het middel, afdelingen, vestigingen

Er zijn ondernemingen met en zonder rechtspersoonlijkheid
Ondernemingen die beheerd worden door natuurlijke personen:
- Eenmanszaak
- Vennootschap onder firma (vof)
- Commanditaire vennootschap (cv)
- Maatschap

, Ondernemingen met rechtspersoonlijkheid:
- Naamloze vennootschap (nv) (Onderneming met zelfstandige rechtspersoonlijkheid
en is onafhankelijk)
- Besloten vennootschap (bv) (onderneming met zelfstandige rechtspersoonlijkheid,
aandelen staan op naam en zijn niet verhandelbaar.
- Coöperatieve vereniging

Kengetallen: Gericht op productiviteit
Belangrijke instrumenten om het presteren van organisaties te bepalen:
Productiviteit: Verhouding tussen het bereikte resultaat en de daarvoor gebrachte offers.
Output/input.
Efficiëntie: Verhouding tussen de normoffers en de gebrachte offers.
Output(werkelijk/norm) en input (norm/ werkelijk)
Effectiviteit: Verhouding tussen het werkelijk bereikte resultaat en het normresultaat.
Werkelijke output/norm output

Effectief: wordt het doel bereikt = doeltreffendheid ‘alle patiënten zijn vandaag geholpen’
Efficiëntie: hoe wordt het doel bereikt = doelmatigheid ‘de helft van de patiënten is na
officiële sluitingstijd geholpen

Redenen om organisatietheorieën te bestuderen:
- Ze vormen een leidraad bij beslissingen
- Ze vormen visies op organisaties
- Ze maken ons bewust van de organisatieomgeving
- Ze zijn een bron van nieuwe ideeën.

Week 2:
Vier krachten vormen de start van de organisatieontwikkeling:
1. De protestants-christelijke ethiek t.a.v. arbeid (mensen moeten hun roeping op aarde
waarmaken door arbeid, hard werken)
2. Het kapitalisme en de opdeling van de arbeid (18e eeuw) (slim omgaan met het geld
wat je overhoudt (beleggen etc.))
3. De industriële revolutie (stoommachines, werkers organiseerden zich in een
organisatie)
4. Het productiviteitsprobleem (productiviteit bleef achter bij de verwachtingen, door
een gebrek aan getrainde managers en het vinden van de juiste schaalvoordelen.)

7 stromingen organisatiekunde:
a. Klassieke organisatiekunde (vanaf 1890) (rol manager en gezagshoudingen, taylor,
gilbreths, fayol en weber)
b. Gedragskundige benadering (vanaf 1930) (de mens en de menselijke relaties als
uitgangspunt -> hoe motiveren.) (Mayo en Maslov.)
c. Revisionisme (vanaf 1950) (samenvoeging klassieke en gedragskundige
organisatietheorie. Brede aanpak)
d. Systeembenadering (vanaf 1950) (organisatie wordt van grote afstand bekeken, de
relatie met de omgeving komt dan in beeld. Black box, suboptimalisatie.)

, e. Contingentiebenadering (vanaf 1960) (‘Het hangt er maar van af’, zien in dat er
meerdere manieren zijn van organiseren. Situationeel)
f. Totale kwaliteitszorg (vanaf 1980) (kwaliteitsmanagement gericht op het gehele
industriële/dienstverlenende proces. Continu verbeteren) (Juran, Deming, Imai)
g. De lerende organisatie (vanaf 1990) (hoe houd je de organisatie efficiënt en
winstgevend terwijl de organisatie steeds verandert. Continu veranderen/aanpassen
aan de omgeving)

Klassieke organisatiekunde:
Frederick Taylor: scientific management. (Naar werkprocessen kijken)
- Gericht op de verbetering van de efficiëntie van bedrijfsactiviteiten.
- Er werden prestatiebeloningen gekoppeld om de arbeidsproductiviteit te verhogen.
- Kritiek op Taylor: te weinig aandacht voor de mens in zijn management.

Frank Gilbreths: scientific management
- Onderzoek dat gericht is op de tijdsbesteding van arbeiders per handeling
- Onderzoek dat gericht is op de beste werkmethode.
- Mens staat centraal

Henri Fayol: algemene managementtheorie
- Gaf aan dat de kernelementen van management in elke organisatie aanwezig
moesten zijn: vooruitzien en plannen, organiseren, bevelen, coördineren, controleren
- Eenheid van gezag, 1 leidinggevende.
- Eenheid van bevel: 1 baas per afdeling of productielijn.

Max Weber: bureaucratie.
- Paarse krokodil
- Gezag is niet gekoppeld aan de persoon maar aan de functie die men uitvoert.
- Alles draait om procedures, werkmethodes en functies zijn van tevoren duidelijk
vastgelegd.
- Weinig afstemming nodig



Behoeftenpyramide Maslov:

, Maslov hield zich bezig met de motivatie van werknemers omdat er gedacht werd dat de
werknemer alleen door een geldelijke stimulans gemotiveerd kon worden.
Elton Mayo:
Had aandacht voor de mens, er werden onderzoeken gedaan naar veranderende
arbeidsomstandigheden. Er werd geëxperimenteerd met licht, de duur van pauzes en
werkuren.

McGregor: ontwikkelde een managementtheorie over organisatie en leidinggeven, waarin
hij twee tegengestelde mensbeelden weergaf:

Theorie X gaat ervan uit dat mensen van nature lui zijn, werk zoveel mogelijk vermijden etc.
Volgens deze theorie bestaat de pure arbeidsmotivatie uit de financiële prikkel. Bij deze
theorie werkt het systeem van belonen en bestraffen het beste. Mensen willen beslist geen
verantwoordelijkheidsgevoel voor hun werk dragen.

Theorie Y: gaat ervan uit dat de mens verschillende behoeften heeft en dat de mensen van
nature graag willen werken en zich willen inspannen voor hun werk. Hierbij is het systeem
van straffen en belonen niet meer nodig.

Suboptimalisatie: Optimalisatie in delen van het systeem, waarbij de belangen van het
totale systeem per definitie niet optimaal gediend zijn.

Week 3:
Manager: Persoon die zich richt op de planning, organisatie, leiding en beheersing van een
organisatie en die menselijke en materiele middelen toewijzen om de organisatiedoelen te
bereiken.

Soorten managers:
- Operationele managers
- Midden managers
- Topmanagers

Taken van het management:
- Het topmanagement houdt zich bezig met strategie
- Het middenmanagement vertaalt die lange termijnplannen naar de middellange
termijn
- Het operationeel management richt zich op de korte termijn.

Welke vaardigheden heeft een manager
nodig:
- Conceptueel -> oplossingen kunnen
verzinnen voor ingewikkelde
situaties, plannen
- Organiseren -> conceptueel en
communicatief
- Leidinggeven -> communicatief en
interpersoonlijk

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1, h2, h3, h4, h5
Geüpload op
18 maart 2019
Aantal pagina's
18
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€3,98
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
aniekk98 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
68
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
64
Documenten
0
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3,8

12 beoordelingen

5
0
4
10
3
2
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen